Nederland is onder andere via koffie, cacao, avocado’s en sperziebonen verbonden met Latijns-Amerika en West-Afrika. Die ketens raken direct aan biodiversiteit, landgebruik en duurzame productie. Voor Léontine Crisson en Ben Kubbinga zijn dit dagelijkse thema’s in hun werk als LVVN-raad. Deze zomer keert Léontine na jaren in Latijns-Amerika terug naar Nederland; Ben maakt de overstap van Abidjan naar Bogotá. Zij kijken terug op hun werk, en op de activiteiten die met hun inzet zijn ontwikkeld, met name rond biodiversiteit. Ook vertellen ze over de rol die Nederland hierin speelt.

LVVN-raad Léontine Crisson en LVVN-raad Ben Kubbinga
Voor Léontine komt daarmee een lange periode in Latijns-Amerika tot een einde. Vanuit de Nederlandse ambassade in Bogotá had zij sinds 2021 Colombia, Peru en Ecuador als werkgebied; eerder was ze actief in de regio Cono Sur, het zuidelijke deel van Latijns-Amerika. Na haar terugkeer naar Nederland neemt ze een sabbatical van een jaar.
Ben is sinds september 2022 LVVN-raad op de Nederlandse ambassade in Côte d’Ivoire. Ook Senegal hoort tot zijn werkgebied. Eerder werkte hij bij RVO als adviseur internationale agrifood-innovatie. In de zomer volgt hij Léontine op als LVVN-raad op de Nederlandse ambassade in Colombia.
Hoe kijken jullie terug op jullie werk van de afgelopen jaren?
Léontine: ‘Ik ben een zeer tevreden mens. Met het LVVN Attaché Netwerk (LAN) team hier heb ik aan veel onderwerpen kunnen werken die ik zelf belangrijk vind, met een geweldig netwerk en met heel veel verschillende organisaties. We hebben hier echt goede dingen kunnen neerzetten. In Colombia, Peru en Ecuador hebben we veel gewerkt aan verduurzaming van de landbouw. Biodiversiteit is daarbij steeds belangrijker geworden.’
‘In de eerste jaren was Feeding the Cities ook een prioriteit. Daarbij ging het vooral om de vraag hoe je groeiende steden op een duurzame manier kunt voeden. Thema’s als tuinbouw en agrologistiek speelden daarin een belangrijke rol: hoe organiseer je productie, verwerking, transport en distributie zo dat voedsel beter bij stedelijke markten terechtkomt? Op een gegeven moment hebben we dat minder als aparte prioriteit behandeld. Je kunt het namelijk ook meenemen in de bredere verduurzaming van landbouw en van het mondiale voedselsysteem. Daarna kwam de focus sterker te liggen op duurzame landbouw, biodiversiteit, bossen en – voor Colombia – landrechten voor grondgebruikers en boeren op het platteland.’
Ben: ‘In Côte d’Ivoire en Senegal was het vooral bouwen. Het was de eerste keer sinds de jaren tachtig dat er weer een LVVN-raad in Côte d’Ivoire zat. Voor mij betekende dat: vanaf nul een team, netwerk en agenda opbouwen. We moesten uitvinden waar de toegevoegde waarde van Nederland lag. De eerste stap was dus: wie zijn hier de relevante partners, wat speelt er op biodiversiteit, landbouw en natuur, en waar kunnen wij iets toevoegen? Onze stagiair Tristan heeft daar veel werk voor verzet door partners in Côte d’Ivoire en Senegal in kaart te brengen.’
‘Wat ik mooi vind, is dat die verkenning ook echt tot concrete lijnen heeft geleid. We hebben bijgedragen aan de NBSAPs, de nationale biodiversiteitsstrategieën en actieplannen van Senegal en Côte d’Ivoire. Daarna zijn we in Côte d’Ivoire begonnen met het 30x30-domeinennetwerk, en in Senegal krijgt dat nu ook vorm.’
‘Wat voor mij belangrijk is, is dat biodiversiteit niet als los natuurthema wordt behandeld. Het gaat ook over landbouw, handel, klimaatadaptatie, kustbescherming en diplomatie. Biodiversiteit is een voorwaarde voor voedselzekerheid, weerbare landbouwsystemen en economische ontwikkeling. Dat is de rode draad in wat we in Senegal en Côte d’Ivoire hebben geprobeerd op te bouwen.’
‘Biodiversiteit is een voorwaarde voor voedselzekerheid, weerbare landbouwsystemen en economische ontwikkeling’
Hoe belangrijk was de samenwerking met jullie teams?
Léontine: ‘Ons werk doe je natuurlijk niet alleen. In Bogotá werk ik samen met landbouwadviseur Nicolás González García en beleidsondersteuner Natalia Serrano Moraga. In Lima is landbouwadviseur Salvador Orrego de la Borda onderdeel van het LVVN Attaché Netwerk (LAN) team. Samen werkten we aan dossiers voor Colombia, Peru en Ecuador.’
‘We hebben een groot en divers werkgebied. Je hebt mensen nodig die de landen kennen, de taal spreken en weten welke partijen relevant zijn. Zeker bij thema’s als biodiversiteit, landrechten, duurzame ketens en EUDR is die samenwerking onmisbaar.’
In die context wil ik graag Emiel Mulder noemen, de regionale LVVN-raad voor Zuid-Amerika, omdat hij in de regio aan biodiversiteit werkt en heel belangrijk is voor onze samenwerking op dat terrein.’
Ben: ‘Dat herken ik. In Abidjan werk ik samen met landbouwadviseur Yannick Adou en beleidsondersteuner Gina Ackah. In Dakar is landbouwadviseur Viviane Faye onderdeel van het LAN-team. Daarnaast hebben we met twee stagiairs gewerkt. Het team was cruciaal om zicht te krijgen op partners en om relaties te leggen met overheden, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties.’

LAN team Colombia/Peru/Ecuador, v.l.n.r. Léontine Crisson, Natalia Serrano, Nicolás González García (Bogotá). Helemaal rechts: Salvador Orrego (Lima) 
LAN team Ivoorkust/Senegal, v.l.n.r. Viviane Faye (Dakar), Gina Ackah, Ben Kubbinga (Abidjan)
Wat zijn in jullie landen de belangrijkste biodiversiteitsopgaven?
‘In Colombia, Peru en Ecuador komen biodiversiteit, landbouw en water steeds bij elkaar. We werken veel vanuit die Nexus: hoe kun je landbouw verduurzamen, bossen beschermen en tegelijk zorgen voor water, voedsel en inkomen?’
‘Voor Colombia speelt daarnaast de combitrack voor klimaatslimme landbouw een belangrijke rol. Colombia is binnen Latijns-Amerika het enige land met zo’n status. Samen met RVO bundelt het LAN team hierin activiteiten rond duurzame voedselsystemen, met name in de koffie- en avocadoketen. Daarmee komen ook thema’s als EUDR, monitoring en regeneratieve landbouw samen.
‘Ik noemde ze net al even: landrechten zijn in Colombia dus een belangrijk thema, vooral in de context van het vredesakkoord van 2016. Het gaat om kleine boeren, mensen die door het conflict zijn verplaatst, inheemse groepen en Afro-Colombiaanse gemeenschappen. Landrechten, bio-economische ontwikkeling en biodiversiteit komen daar samen: als landgebruik beter geregeld is, kun je ook beter werken aan duurzaam beheer van bos, water en landbouwgrond.’
‘Een derde opgave is ontbossing en de verduurzaming van agroketens. Dat speelt rond de EUDR, maar ook heel praktisch bij producten als cacao, palmolie, koffie en avocado. De vraag is steeds: hoe zorg je dat producten naar Europa kunnen blijven komen, zonder bij te dragen aan ontbossing? Hoe zorgen we voor weerbare voedselsystemen die vrij zijn van ontbossing en waarbij ook kleine producenten mee kunnen blijven doen in het internationale agrifoodsysteem. Daar werken we in onze combitrack ook aan. Want dat is voor alle actoren heel belangrijk, stel dat honderdduizenden van die koffie boeren niet meer mee zouden kunnen doen in de internationale handel doordat ze niet aan de EUDR kunnen voldoen - dan hebben Nederland en Europa een heel groot probleem, zoals prijzen die de pan uit rijzen voor bepaalde producten die wij dagelijks gebruiken.’
De Amazone is daarbij een centraal thema. Dat is geen leeg of onaangeraakt bos: er wonen mensen, er zijn dorpen, landbouw, veeteelt en lokale economieën. De opgave is dus om natuur te beschermen en ontwikkeling duurzaam vorm te geven. In Peru zien we bijvoorbeeld hoe regeneratieve veehouderij kan helpen om meer te produceren op minder land, waardoor ruimte ontstaat voor biodiversiteitscorridors.’
‘Verder werken we aan lokaal biodiversiteitsherstel met gemeenschappen: boomkwekerijen met inheemse boomsoorten, herstel van waterlopen, herbebossing en projecten met jongeren en schoolkinderen. Dan wordt biodiversiteit heel concreet.’
‘Ook water speelt een grote rol. De páramo’s (uniek ecosysteem in de Andes) zijn cruciaal voor het watersysteem van Colombia. Als er in de Amazone minder water is of veel branden zijn, heeft dat effect op de flying rivers en uiteindelijk op de waterbeschikbaarheid in Bogotá. Dan merk je direct hoe sterk de Amazone, Andes en steden met elkaar verbonden zijn.’
‘En ten slotte speelt mariene biodiversiteit mee. Het Koninkrijk der Nederlanden is buurland van Colombia, via het Caribisch deel van het Koninkrijk. Daardoor konden we ook samenwerken op de Caribische Zee, onder meer met WWF Colombia en WWF Nederland, bijvoorbeeld rond regionale conventies en de invloed van landbouw op zee.’
Domeinen 30x30 in Senegal
Ben: ‘In Côte d’Ivoire en Senegal is de biodiversiteitsopgave anders dan in de Andeslanden, maar de kern is vergelijkbaar: landbouw, natuur en economische ontwikkeling grijpen voortdurend in elkaar.
‘In Côte d’Ivoire zie je dat heel scherp. Het is een heel groen land, maar ook een soort groene woestenij. Rubber, cashew, mango en vooral cacao hebben het land economisch veel gebracht, maar ze hebben ook veel natuur verdrongen. Het oorspronkelijke bosareaal is sterk afgenomen en biodiversiteit staat onder druk door landbouwpraktijken, ontbossing en illegale goudwinning.’
‘De opgave is dus: hoe behoud je wat er nog is, en hoe kun je natuur weer uitbreiden? Daarbij kijken we naar natuurherstel, bosherstel, agroforestry en duurzamere landbouw. Nederland heeft daar ook een belang in, omdat we veel cacao uit Côte d’Ivoire importeren. De handelsrelatie en de biodiversiteitsopgave zijn dus direct met elkaar verbonden.’
In Senegal is de context anders. Daar is het klimaat veel droger; in het noorden begint de Sahel, terwijl het zuiden tropisch is. Daar spelen kustgebieden, wetlands, delta’s, trekvogels en klimaatweerbaarheid een grote rol. Senegal en Nederland zijn allebei laaggelegen, waterrijke landen, en via trekvogels zoals de grutto zijn de ecosystemen ook letterlijk met elkaar verbonden.’
Léontine bij een kwekerij
Welke projecten en activiteiten van de afgelopen springen er voor jullie uit?
Léontine: ‘Een belangrijk voorbeeld is het werk rond die landrechten die ik net noemde. We hebben daarbij met het Kadaster en andere Nederlandse partijen gewerkt. Dat kwam samen in een meer geïntegreerd programma rond landrechten, bio-economische ontwikkeling en biodiversiteit, via het RVO-programma LAND-at-Scale. Daarin werkten we met inheemse groepen, Afro-Colombiaanse gemeenschappen en boeren. Je zag dat procedures ingewikkeld waren, maar ook dat instituties beter georganiseerd raakten. We hebben hierover zelfs een presentatie gegeven in het Colombiaanse parlement. Dat vond ik heel mooi werk.
‘Een ander voorbeeld is het initiatief rond ontbossingsvrije cacao in de Colombiaanse Amazone, in Caquetá en Putumayo. Het project wordt gefinancierd via het Amazon Bioeconomy Fund van de Inter-American Development Bank, de IDB, met Nederlandse steun. Het Colombiaanse Ministerio de Agricultura y Desarrollo Rural, MADR, en de Rural Agricultural Planning Unit, UPRA, zijn ook betrokken.’
‘Cacao is in die regio een onderdeel van een bredere bio-economie: natuurlijke hulpbronnen duurzaam gebruiken, zonder verdere ontbossing. Boeren worden ondersteund om cacao te telen in agroforestry-systemen, met schaduwbomen, fruitsoorten zoals açaí of copoazú en inheemse houtsoorten. Traceerbaarheid is daarbij belangrijk, zodat producenten kunnen aantonen dat hun cacao voldoet aan eisen voor ontbossingsvrije productie, waaronder de EUDR.’
Groepsfoto 30x30 domeinen netwerk
Ben: ‘Het belangrijkste project is voor mij het 30x30-domeinennetwerk. Daarmee willen we het internationale doel om richting 2030 30 procent van land of natuur beter te beschermen of te herstellen, vertalen naar een praktisch netwerk van grondeigenaren, publieke partijen en organisaties. In Côte d’Ivoire hebben we het netwerk gelanceerd; in Senegal krijgt het vorm onder de naam Domaines 30x30 Senegal.’ ‘Het was in het begin best een gok of zoiets zou werken, maar ik ben blij dat het nu concreter wordt. Met cofinanciering van UNDP werken we aan een secretariaat, zodat het initiatief ook echt geïnstitutionaliseerd wordt, samen met het ministerie van Milieu.’
‘Voor het 30x30-domeinennetwerk willen we kijken naar financiële prikkels voor private grondeigenaren om iets aan biodiversiteitsherstel of -behoud te doen. We zijn bijvoorbeeld in gesprek met FarmTree, een internationale organisatie die zich richt op natuurherstel en carbon finance. Zij hebben een tool ontwikkeld om snel te berekenen hoeveel koolstof er in een stuk bos zit en hoe je dat kunt verwaarden door het te behouden.’
‘Daarnaast kijken we naar andere financiële oplossingen, zoals ecotoerisme en payments for ecosystem services en onderzoeken hoe je natuurherstel ook economisch mogelijk kunt maken. Ik ben benieuwd of zo’n domeineninitiatief straks in Colombia toepasbaar is, of dat de delicate landrechtensituatie daar juist om een heel andere benadering vraagt.’
Ben Kubbinga met minister milieu Ivoorkust en UNDP Nitidæ
Welke rol kunnen Nederland en Nederlandse stakeholders spelen, vooral op het gebied van innovatie?
Léontine: ‘Nederland heeft zich echt gepositioneerd als een land dat wil samenwerken, onder andere rond de EUDR. Nederland is een belangrijke importeur van agrifoodproducten uit Colombia, Peru en Ecuador. Daarom zijn we al vroeg met autoriteiten, federaties en bedrijven in gesprek gegaan. Met collega’s in Nederland organiseerden we een Spaanstalig webinar over de EUDR voor Latijns-Amerika, van Guatemala tot Chili. Later hadden we directe gesprekken met federaties en nationale comités, onder meer met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).’
In Lima organiseerde het LAN-team, samen met Solidaridad en Conservation International, een bijeenkomst over de impact van de EUDR op koffie- en cacaoketens. Ook Peruaanse ministeries waren betrokken. De vragen waren heel concreet: hoe organiseer je geolocatie, traceerbaarheid, ontbossingsmonitoring en ondersteuning van kleine boeren?’
Er zijn ook veel Nederlandse bedrijven in deze regio actief. De palmoliefederatie in Colombia werkt bijvoorbeeld met Satelligence aan monitoring van palmolieproductie, zodat die kan voldoen aan de EUDR. Ook SarVision werkt met radartechnologie aan bosmonitoring. Verder werken WWF Nederland en de WUR aan Forest Foresight, waarbij met behulp van AI wordt voorspeld waar ontbossing kan plaatsvinden.’
Nederlands Paviljoen bij AgroExpo Colombia
Ben: ‘Bij ons gaat innovatie niet altijd over harde technologie. Je kunt ook denken aan nature-based solutions, bijvoorbeeld kustherstel met mangrovebossen in plaats van betonblokken. Voor natuurbehoud zoeken we samenwerking met GIZ, de Wild Chimpanzee Foundation, Vogelbescherming Nederland en SOS-Forêts Côte d’Ivoire. Voor kustbescherming en nature-based solutions zijn EcoShape en Witteveen+Bos aangesloten. Voor bosherstel en agroforestry kijken we naar onder anderen Benkadi, reNature, Wageningen University & Research en FarmStrong.’
‘Ook landbouwinnovatie is belangrijk. Het HortiNord-programma in Yamoussoukro leidt jonge boeren op tot groene ondernemers. Voor milieuvriendelijkere gewasbescherming en minder vervuiling komen CIAPOL, Earthworm, Jeunesse pour l’Environnement en Koppert in beeld. Invest International is relevant voor financiering van agroforestry en kustbescherming.’
Léontine Crisson tussen de bomen in Madre de Dios
Hoe komen landbouw, natuur en economische ontwikkeling bij elkaar?
Léontine: ‘In Madre de Dios, in de Peruaanse Amazone, zagen we dat heel concreet. Het LAN team bezocht daar samen met WWF Peru en lokale producenten initiatieven die biodiversiteitsbehoud koppelen aan economische ontwikkeling. Regeneratieve veehouderij is daar een goed voorbeeld: betere begrazingssystemen, rotatiebegrazing en inheemse voedergewassen maken meer productie per hectare mogelijk zonder extra bos te kappen.’
‘Een ander voorbeeld zijn Amazonenoten, ook bekend als Brazil nuts. Die worden verzameld in bosgebieden en geëxporteerd naar de EU. In Boca Pariamanu spraken we met een inheemse gemeenschap en lokale bosconcessiehouders. Zo’n keten laat zien dat economische ontwikkeling mogelijk is terwijl het regenwoud behouden blijft. De waarde zit juist in een gezond bos.’
Ben: ‘Een goed voorbeeld is La Ferme Orange, of Orange Farm, een initiatief van de Nederlandse ambassade in Senegal dat dient als ontmoetingsplaats en etalage voor innovatieve Nederlandse en Senegalese bedrijven in de tuinbouwsector. De tweede editie vond plaats op de Nederlandse ambassade. Tijdens het evenement werd een Memorandum of Understanding ondertekend tussen Agriterra en het Senegalese ministerie van Landbouw. Zeventien Nederlandse bedrijven en lokale vertegenwoordigers presenteerden innovaties zoals verbeterde zaden, irrigatiesystemen, organische meststoffen, gewasbeschermingsproducten en landbouwapparatuur. Ook werd de ‘Catalogue of Sustainable Inputs for Horticulture in West Africa’ gepresenteerd, ontwikkeld met Netherlands Food Partnership, NFP.’
Ben Kubbinga met een miljoenpoot
Wat kan Nederland leren van jullie landen? En wat kunnen die landen van Nederland leren?
Léontine: ‘Wij kunnen veel leren van agroforestry en regeneratieve landbouw. In Nederland wordt daar beleid op gemaakt, maar in deze landen is het vaak al veel verder ontwikkeld.’
Ben: ‘Op diplomatiek vlak kunnen we leren om de relatie met Afrika gelijkwaardiger te benaderen. Dat vraagt om luisteren, aansluiten bij lokale kennis en samen optrekken.’
‘Zonder landen als Colombia, Peru en Ecuador zijn wij als Nederland nergens als het gaat om biodiversiteit en onze handel in het agrifoodsysteem’
Als jullie één boodschap willen meegeven aan de lezers van dit verhaal, wat zou die dan zijn?
Ben: ‘De rol van de ambassade is om partijen bij elkaar te brengen. We zijn een aanspreekpunt voor organisaties die met biodiversiteit bezig zijn, zoals Vogelbescherming Nederland of Invest International. We kunnen hen koppelen aan lokale partners, aan initiatieven zoals 30x30, en aan de kennis die in het land aanwezig is.’
Léontine: ‘Goed luisteren is daarbij essentieel. Wat zoeken Nederlandse bedrijven, NGO’s en kennisinstellingen? Maar ook: wat speelt er lokaal, bij gemeenschappen, boeren en overheden? En heel belangrijk: waar kan Nederland iets toevoegen?’
Collage van diverse (wilde) dieren
Contact
LAN-team Colombia, Peru en Ecuador:
-
Email: bog-lvvn@minbuza.nl
LAN-team Cote d’Ivoire en Senegal:
-
Email (Abidjan): abi-lvvn@minbuza.nl
-
Email (Dakar): dak-lvvn@minbuza.nl