'Argentijnse agrosector wil verduurzamen, maar investeren is lastig'

Ondanks de moeilijke economische situatie in Argentinië zijn de banden tussen Nederlandse en Argentijnse kennisinstellingen aangetrokken. Zeker op het gebied van verduurzaming van de landbouw. Dat zegt landbouwraad Léontine Crisson. “Dit land maakt graag gebruik van Nederlandse kennis en ervaring, bijvoorbeeld om inputs efficiënter te benutten.”

Crisson geeft sinds 2017 leiding aan het landbouwteam op de Nederlandse ambassade in Buenos Aires. Zij vertrekt komende zomer naar Bogota om daar weer als landbouwraad aan de slag te gaan. Haar werkgebied omvat komende jaren de landen Colombia, Ecuador en Peru. 

Léontine Crisson
Léontine Crisson

Stagnerende economie

Crisson draait er niet om heen. De economie in het land waar zij nu vier jaar actief is voor de Nederlandse agrofoodsector verkeert in zwaar weer. De COVID-pandemie is daar nog eens overheen gekomen. “Argentijnse ondernemers kunnen moeilijk financiering krijgen. Dat maakt het moeilijk voor Nederlandse bedrijven om hier activiteiten te ontplooien.”

Léontine Crisson begon in 2017 als landbouwraad. Argentinië, Chili, Paraguay en Uruguay vormen samen haar werkgebied. Vooral in de eerste twee landen ontplooide zij activiteiten. Zij studeerde internationale bedrijfscommunicatie in Nijmegen. Na haar studie kwam zij in 2002 in dienst bij het ministerie van LNV. Zij was daar onder meer werkzaam voor het team Fytosanitaire Markttoegang.

Geen stropdascultuur

Wonen en werken in Buenos Aires, het is een geweldige ervaring, zegt ze. “Dit is niet alleen een stad met prachtige architectuur, nog belangrijker zijn de mensen. Die zijn informeel in de omgang, het is makkelijk om contacten te leggen. Gewoon op straat, maar ook met ambtenaren van de ministeries. Van een stropdascultuur is hier geen sprake. Ik houd daar wel van. En in Argentinië is het leven is nooit saai. Wat dat betreft ga ik dit land en deze stad zeker missen.”

'In Chili is de Nederlandse agrofoodsector echt op de kaart gezet'

Informeren Nederlandse bedrijven

Informeren van bedrijven en kennisinstellingen over ontwikkelingen in haar werkgebied is een van haar kerntaken. “Data zijn moeilijk te krijgen, zeker voor buitenstaanders. Ons landbouwteam heeft veel contacten met de ministeries en met agrofoodbedrijven. Daardoor zijn wij wel in staat om relevante informatie boven water te halen, bijvoorbeeld over economische maatregelen, of over de varkenshouderij.”

Verduurzaming varkenssector

Een rapport dat het landbouwteam over deze sector liet opstellen, heeft inmiddels geleid tot een samenwerkingsverband van Nederlandse bedrijven die een bijdrage willen leveren aan de verdere ontwikkeling van deze sector. “De cijfers zijn duidelijk. Productie en consumptie van varkensvlees nemen in Argentinië toe. Ook export biedt perspectief, bijvoorbeeld naar China. Ook is duidelijk dat de belangrijke spelers in de Argentijnse varkenssector de vleesproductie willen verduurzamen, bijvoorbeeld op het gebied van antibiotica en dierwelzijn. Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen kunnen en willen deze trend versterken. Zij hebben al goede contacten met de belangrijkste spelers hier.”

De voortgang van deze bilaterale samenwerking verloopt echter minder snel dan gehoopt. “Dat heeft alles te maken met de pandemie en de moeilijk economische situatie in dit land. Toch ben ik optimistisch. Mijn opvolgster Inge Horstmeier zal hier ongetwijfeld mee verder gaan.”

Varkens Pigs
©Adobe Stock

Samenwerking tussen kennisinstellingen

Ook op het gebied van kringlooplandbouw zijn de contacten tussen Argentinië en Nederland versterkt, bijvoorbeeld met de WUR. “De landbouwexport van Argentinië naar Europa is omvangrijk én enorm belangrijk voor de economie in dit land. De agrosector hier beseft dat Europa steeds kritischer wordt over deze importen. De productie moet duurzamer. Nederland heeft hierover veel kennis, hoor ik hier vaak. De samenwerking tussen Argentijnse kennisorganisaties van producenten en bijvoorbeeld de WUR is afgelopen jaren verder op gang gekomen. Bijvoorbeeld over het gebruik van dierlijke mest in de akkerbouw. Dat draagt bij aan kringlooplandbouw.”

Aanwezigheid in Chili

Waar zij het meest trots op is? “Lastig om te kiezen. Laat ik dan Chili noemen, in dat land is de Nederlandse agrofoodsector echt op de kaart gezet. Ik ben er vaak geweest, maar belangrijker is dat we nu een landbouwmedewerker op de Nederlandse ambassade in Santiago hebben, Gerbrand Jung, die heel actief is. Het imago van ons land heeft in agrarisch Chili een boost gekregen. Zeker op het gebied van landbouw, maar ook op het thema water. Voor Nederlandse bedrijven is het overigens makkelijker om activiteiten te ontplooien in Chili dan in Argentinië. De stabiliteit van de politieke en economische situatie speelt daarin een rol.”

Sojaoogst in Argentinië
Sojaoogst in Argentinië

Argentijns levensritme

Ze heeft in Argentinië geleerd om meer geduld te hebben. “Alles gaat langzamer dan je in Nederland gewend bent. Dat is in het begin lastig, zeker voor mij, maar inmiddels zie ik er ook de charme van in. Argentinië heeft gewoon zijn eigen ritme. Dat kun je beter accepteren dan ertegen vechten. Een werkoverleg begint altijd erg informeel. Persoonlijk contact is voor Argentijnen belangrijk. Het is goed om daarin te investeren. Dat betaalt zich later altijd uit. Dan staat de deur altijd open.”

Naar Colombia

Komende zomer gaat ze als landbouwraad aan de slag in Colombia, Peru en Ecuador. Heeft ze veel zin in. “Colombia heeft een actieve relatie met Nederland, zeker op het gebied van tuinbouw. Vanuit mijn eerdere werk bij het LNV-team fytosanitaire markttoegang ken ik het land wel aardig. Peru heeft wat productie en export betreft veel raakvlakken met Chili. Ik blijf in Zuid-Amerika en dat vind ik geweldig.”

Contact

E-mail: bue-lnv@minbuza.nl
Twitter: @AgriArgentinie