Denen aan de slag met insecten voor feed en food

Insecten vormen in toenemende mate een eiwitbron voor voedsel en veevoer. Ook in Denemarken is er veel aandacht voor grootschalige insectenproductie.

Met het oog op een snelgroeiende wereldbevolking en beperkte areaal aan vruchtbare landbouwgrond, water en andere hulpbronnen en toenemend belang van duurzaamheid en milieu wordt er op weinig plekken zo hard geïnnoveerd als in de voedselindustrie. Een van aandachtspunten is de zoektocht naar nieuwe, duurzame eiwitten in voedsel. Het gebruik van insecten, zeewier en peulvruchten in voeding voor dieren en mensen kan een duurzaam alternatief zijn voor andere bronnen van eiwit en vet.

Deense inzet op insecten

In Denemarken is er veel aandacht voor insecten. Volgens voorstanders hebben insecten alle potentie om als duurzame bron van eiwitten een integraal deel van de voedselketen te worden.

Heidi de Bruin en Lars-Henrik Lau Heckmann lopen hierin voorop. De Bruin is CEO van Proti-Farm, een Nederlandse producent van insectproducten voor de voedsel- en farmaceutische industrie. Daarnaast is ze executive member van het International Platform Insects for Feed & Food (IPIFF) in Brussel. Heckmann is manager van de R&D-insectenafdeling van het Danish Technological Institute (DTI). DTI ondersteunt Proti-Farm met de kweek en techniek op laboratoriumniveau.

Innovatie

Bron: FAO

Duurzame eiwitten

De duurzaamheid van insecten als bron van eiwitten voor dierlijke en menselijke consumptie komt voort uit de hoge efficiëntie waarmee insecten hun voedsel omzetten in lichaamsgewicht. De uitstoot van broeikasgassen is bij insecten honderd tot duizend keer lager dan bij koeien of varkens. Insecten hebben ook veel minder water nodig dan rundvee, varkens en pluimvee. In vergelijking met rundvee is dit een gigantisch verschil: insecten hebben tot duizend keer minder water nodig.

Minder ruimtebeslag

Wat insecten ook onderscheidt van andere dierlijke eiwitbronnen is de hoeveelheid ruimte die nodig is voor grootschalige productie. In tegenstelling tot rundvee- of varkensbedrijven worden insecten in verticale bakken gehouden, waarin zij van nature zeer dicht op elkaar leven.

Volgens Heckmann is ook sociale duurzaamheid een belangrijk onderwerp: bij de productie van insecten kan er bijvoorbeeld gebruik gemaakt van oude melkveestallen als goede bedrijfslocaties. Dit creëert alternatieve inkomstenbronnen voor agrariërs en werkgelegenheid in landelijke gebieden met een minder aantrekkelijk vestigingsklimaat voor andere sectoren.

EU-wetgeving

Binnen Europa is wetgeving de grootste drempel voor insectenproductie. Als direct gevolg van de BSE problematiek is het gebruik van dierlijk eiwit in diervoeding uitgesloten voor zoogdieren en zeer gelimiteerd in andere vleesproductie. Toen deze wetgeving meer dan vijftien jaar geleden werd opgesteld, waren insecten nog niet in beeld als veevoer, mede door het werk van brancheorganisatie IPIFF wordt dit nu aangepast. Heckmann verwacht dat binnen een paar jaar grootschalige insectenproductie voor veevoer Europees geregeld is, voor visvoer noemt hij zelfs al 2017.

Deense overheid positief

De EU Novel Foodsrichtlijn, die insecten voor menselijke consumptie reguleert, is onlangs herzien om verder geharmoniseerde Europese productie te faciliteren. De richtlijn wordt in 2018 van kracht. Dit vertaalt zich ook naar nationaal niveau. De Deense minister van Milieu en Voedsel Esben Lunde Larsen heeft onlangs zijn steun uitgesproken voor aanpak van de regelgeving die vooralsnog in de weg staat van grootschalige insectenproductie in Denemarken.

Heckmann is zeer te spreken over de proactieve houding van de Deense Voedsel en Warenautoriteit ten opzichte van insecten voor menselijke consumptie. Ook onder de ‘oude’ Novel Foodswet accepteert deze al producten gebaseerd op insecten zoals meel. In 2016 heeft de autoriteit twee Deense producenten van meelwormen en krekels goedgekeurd, en hoewel dit in beide gevallen kleinschalige productie is, gaat het om een belangrijk precedent voor grootschalige productie.

Drempels

De culturele tegenzin naar insecten voor menselijke consumptie toe zit bij de Westerse consument diep en is de andere voornaamste horde voor de sector. Waar geschat wordt dat twee miljard mensen al regelmatig insecten eten in meer dan tachtig landen op de wereld, blijft het Westen achter. Hier worden insecten vaak geassocieerd met verval en vervuiling en niet met voedsel of delicatessen.

DTI houdt in haar onderzoek ook rekening met dit imagoprobleem van insecten. Volgens Heckmann is een van de redenen dat DTI de focus legt op meelwormen in plaats van de op veel gebieden efficiëntere Black Soldier Fly (zwarte wapenvlieg in het Nederlands) dat ‘niemand een wrok heeft tegen de meelworm’.

Presentatie belangrijk

De Bruin zegt dat het uitmaakt hoe insecteneiwitten gepresenteerd worden; ingrediënten als meelworm- olie of poeder zoals Proti-Farm produceert kunnen verwerkt worden in producten die minder tegenstaan dan ‘een handje larven over de salade’. Zij is dan ook zeker dat marktkansen liggen bij het ontwikkelen van aantrekkelijke producten met grondstoffen van insectenoorsprong.

Veiligheid

Direct gerelateerd aan imagoproblemen zijn vragen over de veiligheid van insecten voor menselijke consumptie. De Bruin geeft aan dat een van de redenen dat Proti-Farm de harmonisering van Europese regels verwelkomt is dat de veiligheid nu nog verder kan worden gegarandeerd. Proti-Farm heeft nu overigens ook een certificering voor voedselveiligheid, en heeft in negen jaar van productie voor menselijke consumptie nog nooit producten moeten terugroepen vanwege een voedselveiligheidsrisico. Sterker nog, er wordt op dit moment onderzoek gedaan naar het feit dat insectenproductie vanwege verschillen in het DNA juist minder gevoelig is voor het overdragen van infecties aan mensen dan dat dit het geval is voor (pluim)vee.

Innovatie

Bron: FAO

In de spotlights

In Denemarken is de insecten-trend in ieder geval aangeslagen. De Denen zijn interessant als potentiële insecteneters omdat zowel in haute cuisine als in de supermarkten insecten in de spotlights staan. Zeer bekend zijn intussen de mieren die worden geserveerd in sterrenrestaurant Noma, maar ook in een breder segment van de hippe Nordic eetcultuur is er aandacht voor insecten. Dit jaar is volgens Heckmann het aantal start-ups voor ‘gourmet-insecten’ aanzienlijk gestegen. Deze kleine bedrijven beginnen in een stedelijke omgeving, maar Heckman ziet deze zich ontwikkelen in de value chain en ook populairder worden in landelijke gebieden.

Innovatie

Prinses Mary en Koningin Maxima proeven een meelwormkoekje. (Foto: Ole Bo Jensen)

Ontwikkelingen

Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) en Wageningen UR zijn opschaling en automatisering de belangrijkste succesfactoren voor het slagen van insecteneiwit als grootschalig alternatief voor andere eiwitbronnen. Dit is dan ook precies de reden waarom Proti-Farm en DTI hun krachten hebben gebundeld. Zij werken samen op het gebied van robotics in het SUSMEAL project dat deels wordt gefinancierd door de EU.

Zowel in Denemarken als Nederland worden insecten in de foodsector bij grote evenementen vaak ingezet als novelty-food. Zo probeerden koningin Maxima en kroonprinses Mary van Denemarken bij het staatsbezoek van Nederland aan Denemarken de insectendelicatessen uit. Nu is het dus zaak om de storm aan media-aandacht te vertalen naar consumentenkeuzes.

Jessica Brugmans, Landbouwteam Scandinavië

Oktober 2016

Lees verder op:

Zie ook