Circulaire voedselketen prioriteit bij LNV

Terugdringing van de voedselverspilling, een goede balans tussen plantaardige en dierlijke eiwitten en verbetering van de bodemvruchtbaarheid. Dat zijn kerndoelen van de transitie-agenda Biomassa & Voedsel voor de realisatie van een meer circulaire economie. In gesprek met Martijn Weijtens.

Circulaire economie (CE) is een thema waarvoor in 2016 een rijksbreed programma is vastgesteld. Het zogeheten grondstoffenakkoord komt uit dat CE-programma voort. Werkgeversorganisaties, vakbonden, overheden, waterschappen, NGO’s en maar liefst 350 maatschappelijke organisaties zetten in 2017 hun handtekening onder dat akkoord. Dat geeft direct aan dat circulaire economie een thema is waarvoor breed draagvlak bestaat in de samenleving.

Martijn Weijtens

Martijn Weijtens

Vijf transitieteams

Met de ambitie van het grondstoffenakkoord zijn vervolgens vijf transitieteams aan de slag gegaan. Deze teams houden zich bezig met Biomassa & Voedsel (1), Kunststoffen (2), Maakindustrie (3), Bouw (4) en Consumptiegoederen (5). De transitie-agenda Biomassa & Voedsel raakt aan het beleidsterrein van het ministerie van LNV.

Biomassa en voedsel

De agenda’s van de transitieteams, met daarin doelen en acties, zijn eerder dit jaar aangeboden aan het Rijk en aan de andere initiatiefnemers van het grondstoffenakkoord. Het agrarische bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties in de groene hoek hebben de agenda voor Biomassa & Voedsel opgesteld. “De agenda is dus geen politiek of ambtelijk verhaal, maar een strategische visie waar een groot deel van de agrofoodsector achter staat”, zegt Martijn Weijtens. Hij is plaatsvervangend directeur van de directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit. Vanuit die functie heeft hij met de transitie-agenda Biomassa & Voedsel te maken.

Halvering van voedselverspilling

Als het gaat om circulaire economie in de landbouw is terugdringing van voedselverspilling een van de kerndoelen. Weijtens: “Stip op de horizon is een halvering van de verspilling in 2030 ten opzichte van 2015. Een stevige ambitie! Belangrijk is dat de hele keten in actie komt. Boeren, verwerkers, supermarkten en natuurlijk ook de consument.”

Tijdlijn beleidsontwikkeling circulaire economie in de voedselketen

Campagne onder consumenten

In de agenda van de taskforce staat een aantal concrete actielijnen. Het ministerie van LNV heeft daarvoor inmiddels €7 miljoen uitgetrokken, bijvoorbeeld voor een campagne onder consumenten (‘samen tegen voedselverspilling’) en voor vouchers aan bedrijven die een businesscase opzetten. Weijtens: “Aanpassing van de wetgeving ten dienste van de circulaire economie is een taak die LNV op zich neemt waar dat nodig is.”

Plantaardige eiwitten

Eiwittransitie is een ander speerpunt van de transitie-agenda. Weijtens: “De balans tussen dierlijke en plantaardige eiwitconsumptie is veranderd. Na de Tweede Wereldoorlog was de verhouding 50/50. Nu consumeert de gemiddelde Nederlander 70% dierlijk eiwit en 30% plantaardig. Dat heeft effect op de volksgezondheid, het milieu en het klimaat. Meer balans in de consumptie van dierlijk en plantaardig eiwit leidt uiteindelijk tot minder uitstoot van broeikasgassen en sluit dus aan bij het klimaatakkoord van Parijs.”

Bodemvruchtbaarheid

Een ander speerpunt van de transitie-agenda is verbetering van de bodemvruchtbaarheid. “Willen we op lange termijn een hoogproductieve agrarische sector in ons land behouden, dan moeten we meer aandacht aan de bodem geven. Dat betekent meer oog hebben voor de kringloop van nutriënten en bijvoorbeeld het op peil houden van het organische stofgehalte.”

Bodemvruchtbaarheid staat bij iedereen op het netvlies, zegt Weijtens. “Dat geldt trouwens ook voor voedselverspilling en een gebalanceerd dieet. LNV is al bezig met die thema’s. Met de transitieteams en de taskforce komt er wel meer beweging. Het draagvlak voor een meer circulaire voedselketen is er absoluut door vergroot.”

Spraakmakend onderzoek

Volgens Weijtens loopt Nederland in de wereld voorop als het gaat om circulaire landbouw. Wageningen UR doet bijvoorbeeld spraakmakend onderzoek op dit terrein en geeft leiding aan Europese programma’s. “Er vinden in ons land innovaties plaats waar de rest van de wereld profijt van heeft.”

Juni 2018