Rwanda: partners gezocht voor verwerking reststromen

Africa Improved Foods (AIF) is een joint venture tussen de overheid van Rwanda en een consortium van Royal DSM, de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO, de Britse ontwikkelingsbank (CDC) en de Wereldbank. De fabriek van AIF in de hoofdstad Kigali produceert verrijkte voeding voor kinderen van 0-3 jaar en zwangere en lacterende vrouwen, gemaakt van mais en soja, gemixt met vitamines, mineralen, melkpoeder en soja-olie.

circulaire landbouw

De fabriek van AIF in de hoofdstad Kigali.

De fabriek vierde in mei 2018 haar eenjarige bestaan. Een jaar na de oprichting draait de fabriek op volle capaciteit en produceert 1,5 miljoen maaltijden per dag en werkt daarvoor samen met 24.000 kleine boeren in Rwanda. De grootste uitdaging voor AIF ligt bij de lokale aankoop van mais. De gehalten aan aflatoxinen in de mais liggen vaak te hoog, vooral door slecht post-harvest management. Aflatoxinen zijn kankerverwekkende gifstoffen die veroorzaakt worden door schimmels.

Wijziging inkoopstrategie

Om de kwaliteit van lokaal aangekochte mais te verbeteren, heeft AIF de aankoopstrategie gewijzigd. Boeren kregen de optie om ofwel mais bij de coöperatie te laten pellen en drogen door een tussenpersoon, óf om de gehele kolf te verkopen aan deze tussenpersoon. Bij deze laatste optie worden de kolven naar Kigali vervoerd en daar gepeld en gedroogd. De meeste boeren kozen voor deze optie, wat hen vijf tot zes weken arbeid per oogst scheelt. Zij hoeven dan ook geen kosten te maken voor de aanschaf van drooglakens.

Met deze aankoopstrategie heeft AIF het percentage mais dat wordt afgewezen vanwege te hoge aflatoxinengehalten kunnen verlagen van 90% naar 20%. De lege kolven vormen een restproduct, waarvoor Africa Improved Foods nog geen bestemming heeft. Het concern is in gesprek met Engineers without Borders en Africa in Motion om een geschikte bestemming te vinden voor dit restproduct.

Haalbaarheidsstudie

Tegelijkertijd is TNO eind 2017 gestart met een haalbaarheidsstudie naar de opzet van een biomassa valorisatie-centrum in Rwanda. Hierbij wordt gekeken naar de volumes van bestaande reststromen, de marktvraag naar biobased producten en het koppelen van vraag en aanbod in waardeketens.

circulaire landbouw

Drogen van maiskorrels

De overheid van Rwanda zet sterk in op duurzame ontwikkeling. Zo is een verbod ingesteld op (niet-biologisch afbreekbare) plastic tassen en verpakkingsmaterialen. Voor veel lokale producenten van voedingsmiddelen vormt dit verbod een grote uitdaging om geschikte verpakkingsmaterialen te vinden voor hun producten, niet in de laatste plaats omdat geïmporteerde producten wel in plastic verpakt worden en daardoor langer vers blijven.

Het is voor producenten van groot belang dat er een goed en betaalbaar alternatief wordt gevonden voor plastic verpakkingsmaterialen, waarmee de lokale producenten van voedingsmiddelen de concurrentie met importproducten aankunnen. Verder onderzoek naar het lokaal fabriceren van biologisch afbreekbare plastics gemaakt uit biomassa en bio-afval is daarom veelbelovend voor Rwanda.

Groene elektriciteit

Daarnaast is er ook grote behoefte aan een grotere capaciteit van het elektriciteitsnet. Daarbij is het voor Rwanda belangrijk dat de elektriciteit zoveel mogelijk ‘groen’ is en dat het land voor een groot deel zelfvoorzienend wordt en niet afhankelijk van buitenlandse valuta. Het gebruik van biomassa om op grote schaal energie op te wekken zou daarom een uitkomst bieden voor Rwanda.

circulaire landbouw

Overzicht van reststromen biomassa en potentiële biobased producten in Rwanda.

Tijdens de haalbaarheidsstudie is TNO in gesprek gegaan met verschillende stakeholders in Rwanda en Nederland, zoals kleine Rwandese ondernemers, grote bedrijven (lokaal of van Nederlandse oorsprong met een dochteronderneming in Rwanda) en overheidsinstellingen. Deze gesprekken geven zicht op de bio-afvalstromen, (technologische) capaciteit en de interesse in biobased producten. Ook is gekeken naar de problemen waar stakeholders tegenaan lopen, wat hun ambities zijn in relatie tot biomassa valorisatie en om te zien of een innovatiecentrum hier positief aan kan bijdragen.

circulaire landbouw

Productie van verrijkte voeding, onder meer op basis van mais.

Ketens

Een aantal interessante ketens zijn hieruit geïdentificeerd. Vooral afval van rijst, mais, suikerriet, koffie, thee en reststromen van brouwerijen kunnen gebruikt worden om te valoriseren naar biobased producten. Er is een markt voor onder andere zachte en harde plastics (bijvoorbeeld tasjes, buisjes voor kiemplanten en keukengerei), chemicaliën (bijv. oplosmiddelen) en energie.

Dit benadrukt het belang van een biomassa valorisatie-centrum in Rwanda. Hierin kunnen verschillende partners samenwerken om kennis en ideeën uit te wisselen en samen te innoveren. Een dergelijk centrum biedt de mogelijkheid om technologische concepten in een lokale context te testen en de haalbaarheid van zowel de technische als zakelijke kant te analyseren.

De volgende stap is het verder uitwerken van ketens, samen met lokale en Nederlandse bedrijven en instellingen. Doel is een gezamenlijk PPP-project te starten om de haalbaarheid van de eerste ketens lokaal technologisch te demonstreren en tegelijkertijd het centrum op te zetten. Nederlandse ondernemers en kennisinstellingen kunnen participeren in het centrum.

Landbouwteam Rwanda
Juni 2018

Zie ook