‘Agro-Nederland staat in Indonesië in hoog aanzien’

Landbouwraden zijn wereldwijd op de economische afdelingen van vijftig Nederlandse ambassades werkzaam en bedienen meer dan zeventig landen. Maak kennis met Louis Beijer, landbouwraad in Indonesië. Hij is vanuit de Nederlandse ambassade in Jakarta ook actief voor het Nederlandse agrobedrijfsleven in Maleisië en Singapore.

Louis Beijer

Louis Beijer

Landbouwingenieur Louis Beijer werkt sinds september 2018 als landbouwraad namens het ministerie van LNV voor de Nederlandse agrofoodsector in de landen Indonesië, Maleisië en Singapore.

Beijer omschrijft zichzelf als een landbouwman in hart en nieren. Via de Middelbare en Hogere Landbouwschool kwam hij in Wageningen terecht, bij de WUR, volgens hem misschien wel de beste landbouwuniversiteit in de wereld.

Zijn loopbaan verliep grillig. Hij gaf les aan landbouwvoorlichters, werkte mee aan de evaluatie van het overheidsbeleid voor de verduurzaming van de landbouw, was zelfstandig milieuadviseur in Honduras en bemoeide zich de afgelopen jaren met de bilaterale innovatiesamenwerking van Nederland met een aantal Aziatische landen op het terrein van ICT, gezondheid en water.

Terug in de agrarische sector

Nu is hij als landbouwraad weer helemaal terug in de agrarische sector. Dat bevalt hem uitstekend, “want ik ben dol op de landbouw”. De landbouw is in zijn visie namelijk een brede economische sector die interessante uitdagingen kent. “Klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit, de energietransitie – de landbouw heeft er allemaal mee te maken. Dat geldt voor Nederland, maar net zo goed voor de landen waar ik nu actief ben. De sector maakt een omwenteling door, er worden stappen gezet naar meer duurzaamheid en het sluiten van kringlopen. Ook in dit deel van de wereld. Die ontwikkeling interesseert mij mateloos en ik wil daar graag als landbouwraad een steentje aan bijdragen.”

Cameron Highlands

Cameron Highlands

Minder verliezen in de keten

De technologie om de landbouw meer circulair te maken, ofwel voedsel te produceren met minder input van grondstoffen en minder verliezen in de keten, is er volgens Beijer al. Of kan samen in PPP-verband ontwikkeld worden. “Aan mij de taak om de mogelijkheden van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen in mijn werkgebied nog meer bekend te maken. Ik wil er ook aan bijdragen dat Nederlandse oplossingen goed aansluiten bij de praktische vragen in deze regio. Wat dat betreft zijn er trouwens grote verschillen tussen de vraag in Singapore en die in Indonesië.”

Op welk gebied liggen er kansen in Singapore?
“Singapore is een klein land met een enorme bevolkingsdichtheid, een land dat veel voedsel importeert. De overheid wil meer zelfvoorzienend worden. De focus is gericht op productieverhoging, voedselveiligheid en -kwaliteit. Kwaliteitsvoedsel, maar dan wel duurzaam geproduceerd.

Urban farming slaat hier enorm aan. Een aantal Nederlandse bedrijven, waaronder Rijk Zwaan (zaden) en Priva (klimaatbeheersing in bedekte teelten), is hier al actief. De interesse in hightech-landbouwtechnologie is in Singapore groot, zeker als die uit Nederland komt.”

Ook voor aquacultuur (genetica, voer- en kweeksystemen) liggen er volgens Beijer grote kansen voor Nederlandse technologie.

Voor Indonesië ligt dat ongetwijfeld anders?
“Klopt. In Indonesië heeft voedselzekerheid topprioriteit. De verliezen in de voedselketen zijn groot, soms wel 50%. Alles wat verloren gaat, had je eigenlijk niet hoeven produceren. Wat een verlies aan water, energie en meststoffen! De postharvest-verliezen moeten dus omlaag. Op dat vlak biedt het Nederlandse bedrijfsleven tal van oplossingen, variërend van gekoelde opslag tot hittebestendige verpakkingen.

De middenklasse in Indonesië groeit snel. Deze groep stelt eisen aan zijn voedsel. De vraag naar groente en zuivel van hoge kwaliteit neemt toe. Er liggen enorme kansen voor Nederlandse agrobedrijven die in deze sectoren actief zijn. Dit geldt hier ook voor de aquacultuur. Overigens is Indonesië al lang door agrarisch Nederland ontdekt. FrieslandCampina is hier al jarenlang actief en ook zaadbedrijven als De Groot en Slot, Bejo en East-West Seed hebben vaste voet aan de grond. Deze bedrijven staan in hoog aanzien.”

‘In Indonesië heeft voedselzekerheid topprioriteit‘

Urban farming in Singapore

Urban farming in Singapore

En Maleisië?
“Maleisië zit wat betreft landbouwontwikkeling en -problematiek tussen Singapore en Indonesië in. In dit land zie ik vooral kansen in de tuinbouwsector. In het centrale deel van Maleisië, de Cameron Highlands, maakt de tuinbouw een enorme ontwikkeling door. De Maleisische overheid wil de sector verduurzamen. Dat vraagt om kennis, technologie en bij de teeltomstandigheden passende zaden. Een aantal Nederlandse bedrijven is daar al aanwezig, bijvoorbeeld Enza Zaden en Rijk Zwaan. Aan mij de taak om te onderzoeken voor welke andere vragen Nederlandse bedrijven oplossingen kunnen bieden.”

Veel kansen voor Nederland dus, zijn er ook hobbels?
“Bescherming van de eigen markt tegen buitenlandse spelers speelt in veel landen, ook in een land als Indonesië. Zo is de grens hier nog steeds dicht voor Nederlands pluimveevlees, ook al is ons land vrij van vogelgriep.

Indonesië heeft wel enige nationalistische trekjes. Dat is voor buitenlandse bedrijven die hier actief zijn of willen worden soms lastig. Als landbouwraad kan ik hierin bemiddelen. Belangrijk is dan om de juiste mensen bij de betrokken instanties te kennen. Daar ga ik komend jaar energie in steken. Persoonlijke contact leidt ertoe dat deuren opengaan die anders gesloten blijven. Een kwestie van goodwill kweken door het spel mee te spelen, bijvoorbeeld door samen te lunchen. Klinkt onbenullig, maar is ontzettend belangrijk.”

Contactgegevens

LNV-afdeling Nederlandse ambassade in Jakarta:

E-mail: jak-lnv@minbuza.nl
Tel: +62 21 524 1029
E-mail: l.beijer@minbuza.nl
Mobiel: +62 811 886 011

Oktober 2018