‘Nederlandse kennis geeft landbouw in Noord-Afrika een impuls’

Landbouwraden zijn wereldwijd op de economische afdelingen van vijftig Nederlandse ambassades werkzaam en bedienen meer dan zeventig landen. Maak kennis met Niek Schelling, landbouwraad in Marokko. Hij is vanuit de ambassade in de hoofdstad Rabat ook actief voor het Nederlandse agrobedrijfsleven in Algerije, Tunesië en Libië.

Niek Schelling werkt sinds augustus 2018 als landbouwraad voor de Nederlandse agrofoodsector in Noord-Afrika. We spreken een man met ervaring. Hij was eerder landbouwraad in Zuid-Afrika (2012 – 2016)  en landbouwattaché in Duitsland (1997 – 2000). In de tussenliggende periode werkte hij namens Nederland bij de FAO in Rome.

Niek Schelling

Niek Schelling

In de beginperiode van zijn loopbaan bij het ministerie van LNV was Schelling regiovertegenwoordiger voor Noord-Afrika. “In die tijd heb ik veel door deze landen gereisd, heb een aantal handelsmissies georganiseerd en was betrokken bij het bilaterale overleg over verbetering van de handelsvoorwaarden. Er is veel veranderd in de tussentijd, maar veel is ook hetzelfde gebleven. Het voelt een beetje als thuiskomen.”

Positie Nederland verandert

Zijn belangrijkste drijfveer: “Het verbeteren van de positie van het Nederlands bedrijfsleven.” Die positie is trouwens aan het veranderen”, weet Schelling. “Jarenlang hebben we agrarische producten naar deze landen uitgevoerd. Bijvoorbeeld pootaardappelen en melkpoeder. Nog steeds trouwens. Komende jaren zie ik naast deze bekende exportproducten vooral ook kansen voor Nederlandse bedrijven die kunnen assisteren bij de ontwikkeling van de landbouw hier. Denk aan kassenbouwers, leveranciers van kennis en technologie. Ik fungeer hierbij als makelaar tussen de vraag hier en het aanbod vanuit Nederland.”

Libië hoort ook bij zijn werkgebied. De situatie is in dat land verre van stabiel. “Als landbouwraad heb ik komende tijd nog weinig te zoeken in Libië. Ik denk dat iedereen dat wel begrijpt.”

Echte landbouwlanden

Hij is aangetreden als landbouwraad op een belangrijk moment in de geschiedenis, zegt hij. “De landen waar ik komende jaren actief ben, grenzen aan Europa. Deze landen zijn voor de Europese Unie van groot belang, zowel in economisch als in politiek opzicht. Bovendien zijn dit echte landbouwlanden, de agrarische sector staat hoog op alle lijstjes. Hier gaat op landbouwgebied veel gebeuren en daar kan Nederland een belangrijke bijdrage aan leveren en dus ook van profiteren.”

Bevorderen stabiliteit

Hij wist erop dat Noord-Afrika een prominente plaats inneemt in de nota ‘Investeren in perspectief’ van minister Sigrid Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Bevordering van de stabiliteit in de regio, mede door steun te geven aan economische ontwikkeling, krijgt topprioriteit. Schelling: “In die nota wordt ook gewezen op de zeventien Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Dan gaat het bijvoorbeeld om voedselzekerheid en efficiënt gebruik van water. Op beide gebieden is hier veel te doen. Bij al mijn activiteiten als landbouwraad wil ik de VN-doelen betrekken.” 

Hoe staat Noord-Afrika er agrarisch gezien voor?
Schelling: “De verschillen tussen de bedrijven zijn groot. Kleinschalige gezinsbedrijven grenzen aan intensieve landbouwondernemingen. De teelt van citrusvruchten en olijven voor de export is zeer intensief en grootschalig. Maar ik zie ook veel kleine melkveebedrijven met tien tot vijftien koeien.”

Welke sectoren zijn interessant voor Nederlandse bedrijven?
“In feite alle sectoren. Laat ik er drie noemen. De melkveehouderij is een sector met potentie, de productie per koe kan fors omhoog. Bijvoorbeeld door hoogproductieve dieren in te zetten en door de huisvesting van de dieren te verbeteren. Nederlandse bedrijven zijn op dit gebied al actief in een demonstratieproject in Marokko. Een soortgelijk project in Algerije is in voorbereiding.

De positie van Nederland verandert in Noord-Afrika

Overdekte tuinbouw biedt ook kansen voor Nederland. Vergroting van de productie van verse groenten staat in deze landen hoog op de verlanglijst. Door groenten in kassen te telen, kunnen mineralen en water efficiënter worden benut. Overigens zijn Nederlandse bedrijven op dit gebied al decennialang actief, zeker in Marokko. Met succes trouwens.

De Nederlandse betrokkenheid bij de tuinbouw in Marokko krijgt komend jaar een extra impuls door de bouw van een demonstratiekas in de omgeving van Agadir. In deze Centre d´Excellence wordt Nederlandse technologie gedemonstreerd die aansluit bij de teelt- en kennisvragen van Marokkaanse telers.

Ander voorbeeld is de ontwikkeling van de aardappelteelt in Algerije. Nederlandse handelshuizen zetten daar veel pootgoed af. De meeste telers irrigeren hun aardappelen bovengronds. Dat is bepaald niet efficiënt. Nederlandse bedrijven en de WUR voeren nu een project uit in een oase aan de rand van de Sahara. De planten worden van water voorzien via een ondergrondse slang. Nederland heeft de kennis én de technologie in huis om zo’n experiment met succes uit te voeren. Lokale boeren kunnen hier veel van leren: de aardappelproductie gaat omhoog en het watergebruik flink omlaag.”

Wat speelt er op het gebied van markttoegang?
“De handelscondities tussen Nederland en Noord-Afrika zijn over het algemeen goed. Zowel van Nederland naar hier als andersom. Als landbouwraad houd ik wel de vinger aan de pols. Om de handel nog soepeler te laten verlopen, is de NVWA nu bezig met een project in Marokko op het gebied van e-certificering. Dit kan positieve effecten hebben op de onderlinge handel.”

Contactgegevens

LNV-afdeling Nederlandse ambassade Rabat
E-mail: Rab-lnv@minbuza.nl
Tel: +212 537 219 613
E-mail Niek Schelling: niek.schelling@minbuza.nl

September 2018