Na de verstorende Corona-jaren zitten Belgische consumentenuitgaven voor voeding weer ongeveer op het niveau van 2018, althans wat betreft hun aandeel in de totale consumentenuitgaven. Binnen de categorieën voeding (incl. alcoholische dranken) hebben er sindsdien wel wat verschuivingen in de uitgaven plaatsgevonden.

Dit blijkt uit de resultaten van het zogeheten Huishoudbudgetonderzoek, dat iedere twee jaar door het Belgische statistische bureau, Statbel, wordt uitgevoerd.

Beeld: © Canva

Aandeel van voeding in totale consumptieuitgaven stabiliseert op pre-Corona niveau

De totale huishoudelijke uitgaven in België bedroegen in 2024 44.270 euro (of te wel 20.620 euro per persoon). Dit betekent een stijging van 10,1% ten opzichte van 2022.

De grootste uitgavenpost was woning, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen, goed voor 30,6% van de totale uitgaven. Voeding en dranken vormden de tweede grootste uitgavencategorie met een aandeel van 15,7%. Deze aandelen zijn grotendeels onveranderd gebleven ten opzichte van 2022 en 2018 (pre-Corona).

In de periode 2022–2024 daalde het aandeel van kleding en schoenen en aan meubels, huishoudtoestellen en onderhoudsproducten. Daartegenover stonden hogere uitgaven van Belgische huishoudens aan transport en aan restaurants en horeca.

Figuur 1 : Budgetverdeling van de Belgische huishoudens over de verschillende uitgavencategorieën (2024)

Binnen voeding neemt Top 3 (vlees, brood & graanproducten en zuivel) een groter deel van het budget in.

Figuur 2 : Budgetverdeling van de Belgische huishoudens over de verschillende hoofdcategorieën voor voeding en dranken (2024)

Tussen 2022 en 2024 stegen de totale uitgaven aan voeding en dranken met 10,3%. Binnen deze categorie namen de bestedingen aan melk, kaas en eieren, vlees en koffie, thee en cacao zelfs nog sterker toe, met respectievelijk 18,1%, 14,4% en 13,4%. Daartegenover stonden dalende uitgaven aan oliën en vetten en aan bier, die afnamen met respectievelijk 13,7% en 9,1%.

Deze veranderingen in uitgaven hadden vanzelfsprekend ook invloed op de aandelen van de verschillende categorieën in de totale bestedingen. Het aandeel van de drie grootste uitgavencategorieën nam toe: vlees steeg met 0,8 procentpunt tot 18,8%, gevolgd door brood en graanproducten met een stijging van 0,3 procentpunt tot 15,8%, en melk, kaas en eieren, dat 0,9 procentpunt groeide tot 11,3%.

Zoals aangegeven in ons artikel ‘De Belgische drankensector: een markt volop in beweging’ kenden alcoholische dranken geen goed jaar in 2024. Hun aandeel in de totale uitgaven aan voeding en dranken daalde met 1 procentpunt tot 7,9%. Zowel de uitgaven aan wijn als aan bier namen elk met 0,4 procentpunt af.

Figuur 3 : Budgetverdeling van de Belgische huishoudens over de gedetailleerde categorieën voor voeding en dranken (2024)