‘Zuid-Afrika kent ook veel hightech-boeren’

Jack Vera is bijna vier jaar landbouwraad in Zuid-Afrika. Klimaatverandering raakt de landbouw in het land direct. Discussies over grondeigendom leiden tot onzekerheid, ook bij Nederlandse bedrijven. Dit artikel maakt deel uit van een nieuwe serie over de landbouwraden. Lees meer over wie zij zijn en wat ze doen. In gesprek met landbouwraad Jack Vera over kleine successen en weerbarstige dossiers.

Jack Vera

Jack Vera

Het beeld dat in Nederland bestaat over de agrarische sector in Zuid-Afrika komt niet overeen met de werkelijkheid, weet Vera inmiddels. “Dit land telt zo’n 25.000 moderne agrarische bedrijven die vergelijkbaar zijn met die in Nederland. Geleid door ondernemers die op zoek zijn naar hoogwaardige technologie en daarbij reikhalzend kijken naar aanbod uit Nederland. Innovatief bestaat hier naast kleinschalig.”

Vera is vanaf augustus 2016 actief als landbouwraad op de Nederlandse ambassade in Pretoria. Zijn werkgebied omvat naast Zuid-Afrika ook het aangrenzende Angola. Komende zomer keert hij terug naar het ministerie van LNV in Den Haag. Hij kijkt terug op een enerverende tijd in een land dat de economische ongelijkheid uit de tijd van de apartheid achter zich probeert te laten. Dat proces verloopt moeizaam.

Wat zijn belangrijke ontwikkelingen in de Zuid-Afrikaanse landbouw?

“Ver bovenaan staat klimaatverandering. Enorme gebieden in het westen en noordwesten van Zuid-Afrika kampen al jaren met droogte. Kleine boeren geven het op en trekken naar de steden. Er zijn regio’s waar zelfs geen schapen meer kunnen worden gehouden.

De landbouw in de kustregio’s heeft juist last van stormen en ondervindt de gevolgen van wateroverlast. De gevolgen van klimaatverandering zijn in dit land tamelijk dramatisch.”

'Nederland kan leren van de conservation agriculture; niet ploegen, permanente bedekking van de grond, gebruik van organische mest en integratie van vee'

“Een andere kwestie die van belang is voor de toekomst van de landbouw heeft te maken met de eigendom van grond. De realiteit is dat veel landbouwgrond nog steeds in handen is van witte boeren. Herverdeling van grond staat sinds de afschaffing van de apartheid hoog op de politieke agenda, maar feitelijk is er nog weinig veranderd. De regering probeert nu de grondwet aan te passen om onteigening zonder compensatie in bepaalde gevallen mogelijk te maken.

Dat moet nog verder worden uitgewerkt. De huidige grondeigenaren weten daardoor niet waar ze aan toe zijn. Dat geldt trouwens ook voor Nederlandse bedrijven die overwegen om hier te investeren en eventueel grond te willen kopen. Het is vooralsnog erg onduidelijk hoe het landeigendom en het veranderingsproces geregeld gaat worden. Dat is natuurlijk lastig voor ondernemers. Welk risico nemen ze?”

Jack Vera

Jack Vera op veldbezoek

Welke kansen zijn er voor de Nederlandse agrofoodsector?

“De boeren in dit land, zeker de moderne agrarische ondernemers, zijn op zoek naar climate smart agriculture. Er is grote behoefte aan zaden van droogtetolerante gewassen. En aan technieken om het schaarse water efficiënter te gebruiken.

Er komt ook steeds meer aandacht voor precisielandbouw. Bijvoorbeeld voor sensoren en app’s om zo meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen op het juiste moment en de juiste plek in te zetten. Op dit terrein zijn overigens ook Zuid-Afrikaanse bedrijven actief.

In dit land zijn de zuivel-, vlees- en pluimveeketens behoorlijk ontwikkeld. Vooral in die sectoren is er behoefte aan hoogwaardige technologie, zeker ook uit Nederland.”

Is er in Zuid-Afrika aandacht voor circulaire landbouw?

“Het begrip circulaire landbouw bestaat hier niet, althans niet als zodanig in het overheidsbeleid. In de praktijk zijn er echter wel degelijk ontwikkelingen in deze richting. Grotere agrarische bedrijven tonen daar juist wel in toenemende mate belangstelling voor. Zij gaan aan de slag met wat conservation agriculture wordt genoemd. Niet ploegen, permanente bedekking van de grond met gewassen en gebruik van organische mest in plaats van kunstmest. Met zulke maatregelen proberen boeren de kwaliteit van hun landbouwgrond te verbeteren. Gemengde bedrijven met vee en akkerbouw zijn bezig om de mineralenkringloop op hun bedrijf te sluiten.

In dit land zijn ontwikkelingen gaande waar de Nederlandse landbouw van kan leren. Maar het initiatief komt meestal niet van de overheid.”

‘Je moet hier echt komen en liefst blijven om handel te kunnen drijven’

Tegen welke cultuurverschillen loopt u aan?

“Zuid-Afrika bestaat uit een groot aantal culturen waarbij de mensen ook nog eens verschillende talen spreken. Voor weinig mensen is Engels de eerste taal. Dat is soms lastig om mee om te gaan. Nieuwkomers zullen er moeite mee hebben om te snappen hoe de overheid hier functioneert. Daarnaast heb je in een deel van het land te maken met lokale zeggenschapsstructuren (stamverbanden) waar je niet omheen kunt. Ook inwoners van Zuid-Afrika weten hierin niet altijd de juiste weg te bewandelen. Ik was pas met een delegatie van het Zuid-Afrikaanse ministerie van Landbouw op werkbezoek in het noorden. Het ministerie was vergeten het hoofd van de betreffende provincie hierover te informeren. Met als gevolg dat het hele bezoek niet doorging.”

Jack Vera op werkbezoek in Zuid Afrika

Jack Vera (L) bezoekt een agrarisch ondernemer die de Agricloud App gebruikt om tijdig te zaaien en pesticiden te gebruiken, samen met Sue Walker van het Agricultural Research Council die het Rain4Africa-project leidt.

Wat is moeilijk in uw functie als landbouwraad?

“Net als de landbouwraden elders in de wereld heb ik veel te maken met de landelijke overheid. Sommige departementen functioneren nauwelijks. Ambtelijke en politieke structuren lopen vaak dwars door elkaar heen. Het kost soms veel moeite om de juiste persoon te vinden. De landelijke overheid is voor ons soms een black box.”

Wat is het mooiste aan uw werk?

“Soms lukt het om via mijn netwerk een lokale ondernemer of een kleine boerencoöperatie te helpen, bijvoorbeeld met kwalitatief goed uitgangsmateriaal. Dan heb ik een goede dag. Als landbouwraad heb je ook te maken met langlopende kwesties. De blokkade op de import van pluimveevlees uit Nederland, als gevolg van de uitbraak van vogelgriep jaren geleden, is zo´n dossier. Daar was ik in 2016 al mee bezig. Talloze gesprekken gevoerd met bedrijven uit Nederland en Zuid-Afrika. Vaak op bezoek bij betrokken ambtenaren. Heb ik jaren aan getrokken. De blokkade is eind januari 2020 opgeheven. Duurde lang, maar dit dossier is uiteindelijk wel succesvol afgerond. Ben ik erg blij mee.”

Wat is uw belangrijkste boodschap aan ondernemers die in Zuid-Afrika actief willen worden?

“Snel zaken doen is hier niet aan de orde. Je moet hier echt komen en liefst blijven om handel te kunnen drijven. Belangrijk is om een relatie aan te gaan met een lokaal bedrijf hier. Het vinden van een betrouwbare partner kost tijd. Vanuit de ambassade kunnen wij natuurlijk wel goede contacten aanreiken.”

Hoe wordt in Zuid-Afrika aangekeken tegen de Nederlandse landbouw?

“Nederland staat bekend als een belangrijke producent en exporteur van landbouwproducten. Die toppositie komt voort uit het hoge kennisniveau en de samenwerking in de keten. Dat wordt hier gezien en gerespecteerd. Ik word regelmatig op congressen gevraagd om uit te leggen hoe we dat in ons kleine land voor elkaar hebben gekregen. Het bedrijfsleven in Zuid-Afrika denkt veel van agrarisch Nederland te kunnen leren.”