Voor Nederlandse leveranciers is in Japan nog veel te winnen

De Japanse consument stelt hoge kwaliteitseisen aan bloemen en voedsel. Hoe weten Nederlands bedrijven hier een graantje van mee te pikken en waar zit het groeipotentieel voor de komende jaren?

Uitgangsmateriaal

Winkelbezoek

Wie wel eens in een Japanse supermarkt is geweest, is onder de indruk van de veelzijdigheid en kwaliteit van het vers segment van groente en fruit. Smaakvolle tomaten, paprika’s, verse vis en lekker gemarmerd vlees, alles mooi geportioneerd in handzame verpakkingen. De Japanse consument is bereid hoge prijzen voor voedsel te betalen.

Het kwalitatief hoogstaande aanbod staat echter in schril contrast met de presentaties van de Japanse landbouwsector die veelal kleinschalig (met uitzondering van de veehouderijsector, zie hieronder) en vergrijsd is. De Japanse landbouw wordt beschermd door hoge subsidies en importtarieven. De gemiddelde leeftijd van de Japanse boer ligt ver boven de 65 jaar. Japan heeft een zelfvoorzieningsgraad van slechts 39%. Met 1,5 miljoen boeren op 4,5 miljoen hectare en waar de boeren een sterke voorkeur voor Japans uitgangsmateriaal hebben, lijkt hier op het eerste oog weinig mogelijkheden te liggen voor het hoogwaardige Nederlandse uitgangsmateriaal. Niets is echter minder waar. Japan en Nederland hebben elkaar veel te bieden.

Het Japanse kabinet heeft de ambitie om de landbouwproductie fors verhogen. Hervorming van de landbouw is mede ingegeven door de onderhandelingen die Japan voert over meer vrije handel, zoals het vrijhandelsakkoord met de Europese Unie. Om te voorkomen dat de eigen landbouwsector dan wordt weggevaagd, is een omslag van denken nodig. Het land probeert daarom jongeren, maar ook externe investeerders (zoals Toyota, Fuji en Mitsubishi) met subsidies naar de agrarische sector te trekken met als doel de sector nieuw leven in te blazen. Een groep professionele boeren kiest daarom meer en meer voor smart agriculture met hoogwaardig uitgangsmateriaal.

Uitgangsmateriaal

Nederlands export (in €1.000) van bloembollen (HS 0601) naar Japan, 1988-2016 Bron: Eurostat

Bloembollen, en chrysanten en rozen

De afgelopen decennia was Japan eigenlijk alleen interessant voor de Nederlandse bloemensector. Vooral de bloembollenhandel bereikte grote hoogte; Japan was een van de belangrijkste afzetmarkten buiten de EU. De afgelopen jaren is hier de klad wat ingekomen, omdat de Japanse tulpentelers geen opvolgers meer kunnen vinden en het areaal tulpen jaarlijks krimpt. Deze markt lijkt zich echter wat te stabiliseren, maar een nieuw elan aan de vraagkant lijkt nodig om dit tij te keren.

In de sierteeltproductie is met name de chrysanten productie in Japan groot. Ca. 60.000 kleine en grote telers produceren voor yen 373,2 mrd. tegenover 40,8 mrd yen import snijbloemen. Voornamelijk uit Malaysia en China (elk 22%), China (12%) en Vietnam (9%). Nederland is met een exportwaarde van $5,8 miljoen (1,7%) maar een kleine speler.

Binnenlandse productie blijft belangrijk. Ook hier verschuift voor Nederland het accent van snijbloemen naar uitgangsmateriaal, voornamelijk aan de professionele teler. Bedrijven als Dekker Chrysanten, Royal Van Zanten en Floritec leveren het uitgangsmateriaal voor de professionele Japanse teler van Chrysanten en tuinanjers – de populairste rassen in Japan. Ook aan royalty’s wordt verdiend. Een voorbeeld van zo’n professionele kas is Kunieda Rose Farm, met 1,9 hectare de grootste rozenteler in Japan, waaraan Dümmen Orange de stekken leverde.

Uitgangsmateriaal

Harry Kloppenburg (Dümmen Orange) en Evert Jan Krajenbrink (LBR) bij de officiële opening Kunieda Roses

Groentezaden

Nederlandse zaadveredelaars als Rijk Zwaan, Bejo, Nunhems en Enza Zaden zijn actief in Japan. Maar met €7,6 miljoen (HS 1209) is Japan voor hun nog niet echt een grote exportmarkt. De concurrentie met binnenlandse zaadbedrijven als Sakata Seeds en Takii is stevig. Japan exporteert zelfs meer groentezaden naar Nederland dan visa versa. Beide Japanse bedrijven hebben een vestiging in Nederland.

Takii Europe B.V. breidt bloemenveredeling in Nederland uit

Takii Europe B.V. heeft begin 2017 haar Nederlandse veredelingslocatie voor pot- en perkplanten verplaatst van Honselersdijk naar Kudelstaart. Hiervoor wordt momenteel een veredelingskas aan de Mijnsherenweg volledig opnieuw ingericht. De kasoppervlakte wordt verdubbeld naar ruim 1 ha. Bovendien worden het teelt- en veredelingsteam verder uitgebreid. In 2007 werd Takii in de veredeling van pot- en perkplanten in Nederland actief met de overname van SAHIN, Zaden B.V. Takii is mede-eigenaar van Keygene.

Uitgangsmateriaal

Op termijn liggen ook hier mogelijkheden voor Nederlandse groentezaadbedrijven als ingespeeld wordt op de speciale wensen van de markt. De komende jaren zal fors in de tuinbouwsector worden geïnvesteerd: in moderne kassen als ook in open teelt. Op dit moment kent Japan zo’n 655 hectare moderne kassen, waarvan 179 hectare glastuinbouw. Het glastuinbouwareaal groeit langzaam vanwege een stimuleringsprogramma van de overheid met subsidies die kunnen oplopen tot meer dan 50%, en 90% (!) in wederopbouwgebieden. Afgelopen twee jaren ontstonden kassen in: Kochi, Kyoto, Sendai, Iwaki en Niigata. En onlangs heeft Sara Inc. aangekondigd een nieuwe kas 11,7 hectare kas in Kasaoda te bouwen.

Probleem is wel dat de Japanse zaadveredelingssector bij de eigen telers een flinke streep voor heeft. Dit is niet alleen nationalisme: ze spelen ook veel beter in op de lokale klimatologische omstandigheden en de wensen van de veeleisende consument. Zo is er in een Japan een sterke voorkeur voor een tomaat met meer suikers dan wij in Nederland gewend zijn. Ook zijn professionele telers steeds op zoek nieuwe innovatieve groenterassen met gezonde functionaliteiten. Populair zijn de felgekleurde groentes, en bv tomaten met een hoge lycopeen gehalte.

Samenwerking met een Japanse partner heeft daarom voordelen. Koppert Cress bedient bijvoorbeeld samen met hun Japanse partner Murakami Farm vanuit Japan de markt voor cressen lees meer.

Streng op dierlijk uitgangsmateriaal

Japan kent stringente markttoegangseisen voor dierlijk uitgangsmateriaal waardoor Nederland tot voor kort geen grote positie op de Japanse markt heeft ontwikkeld. Japanse inspecteurs en importeurs zijn ook zeer kritisch: alle inkomende producten moeten volledig voldoen aan hun specificaties, kwaliteitseisen en administratieve procedures. Langzaam komt hier ook verandering in. In 2013 ging de markt bijvoorbeeld open voor embryo’s en varkens/rundersperma.

Varkenssperma

Topigs Norsvin brengt sinds 2009 zeugen, gelten en beren naar Japan. De grens voor import van Nederlands varkenssperma is pas sinds een paar jaar open. Henk Janssen van Topigs Norsvin: “Doordat export van sperma nu mogelijk is, kunnen we sneller het genetische niveau van de Japanse varkensstapel verbeteren dan alleen via export van dieren.

De export van eendagskuikens naar Japan was heel lang niet mogelijk vanwege de laagpathogene en hoogpathogene vogelgriep. Dit jaar heeft Nederland echter afspraken weten te maken over regionalisering van LPAI waardoor vanaf 30 mei de markt voor eendagskuikens en pluimveevlees weer mogelijk is. Een recente LEI-studie concludeerde dat juist in de export van hoogwaardige en gespecialiseerde producten, zoals broedeieren, sperma en eendagskuikens kansen liggen. Link LEI-rapport.

De veehouderijsector is niet kleinschalig en neemt een derde van de Japanse agrarische productiewaarde voor zijn rekening. Het aantal melkveebedrijven is de afgelopen 15  jaar gehalveerd en het aantal koeien gegroeid van 52 naar 77 koeien per bedrijf. In Hokkaido ligt dit nog hoger. De zelfvoorzieningsgraden van vlees ligt rond de 40-65%, met uitzondering van pluimveevlees (75% zelfvoorzienend) en eieren waar men bijna zelfvoorzienend is. De komende de jaren liggen er dus mogelijkheden voor Nederlandse producenten van dierlijk uitgangsmateriaal mits ze de juiste partner weten te vinden. Ook hier geldt dat de markt relatief gesloten is voor buitenlandse nieuwkomers.

Uitgangsmateriaal

Kansen

De afgelopen jaren was met name de export van bloembollen het belangrijkste product naar Japan. Maar door vergrijzing van de Japanse tulpenboeren en veranderende consumentengedrag zit hier al een aantal jaren de klad in. Het accent van de snijbloemenexport verschuift al sinds jaren richting het uitgangsmateriaal van bloemen en de daaraan verbonden royalty’s. Vanwege strenge veterinaire en fytosanitaire marktoegangseisen en een gefragmenteerde landbouwsector bleef de export van overig Nederland uitgangsmateriaal naar Japan gering.

In de komende jaren gaan ook andere producten een positie op de markt verwerven. Nederland heeft de afgelopen tijd op tal van terreinen afspraken weten te maken met de Japanse overheid, waardoor uitgangsmateriaal meer toegang heeft gekregen tot de Japanse markt (sperma, embryo’s, eendagskuikens, lelies, rozen en chrysanten). Daarnaast neemt de vraag vanuit de markt naar hoogwaardig uitgangsmateriaal toe. De tuinbouwsector professionaliseert en grote, professionele non-agrobedrijven doen hun intrede in de sector. De reden voor deze ontwikkelingen zijn de handelsliberalisatieverdragen (TPP ex VS, FTA) die Japan wil sluiten.

Maar ondanks meer marktopening en professionalisering van de sector, blijft het een uitdaging voor Nederland om echt een positie op de Japanse markt te verwerven. Zeker als de wensen van de Japanse klant wat verder van onze mainstreammarkten zijn verwijderd: qua smaak, kwaliteit en beleving. Van groot belang is daarom het aanbieden van op de Japanse markt gericht assortiment, smaak en zelfs het ontwikkelen van functional food.

De Japanse markt is lastig, maar biedt de komende jaren zeker mogelijkheden voor Nederlandse bedrijven: gedegen marktonderzoek naar consumentenvoorkeuren en de juiste partner zijn nog meer dan in andere landen doorslaggevende succesfactoren.

Landbouwteam Japan

Juni 2017

Zie ook