Milieukeur voor Zuid-Afrikaans fruit

Jaguar in Ridderkerk is importeur van groente en fruit. Het bedrijf doet zaken met producenten in veel landen en belevert Nederlandse retailbedrijven. Jaguar kreeg in 2015 het Milieukeur voor citrusvruchten en druiven uit Zuid-Afrika. De importeur is mede-ondertekenaar van het convenant SIFAV2020 waarin afspraken zijn gemaakt over duurzaam geproduceerde groente en fruit.

Kees Rijnhout

Onder de naam SIFAV2020 maakten supermarktketens, importeurs van groente en fruit, overheid en maatschappelijke organisaties waaronder Frugiventa  en Solidarad, in 2014 de afspraak om in 2020 alleen duurzaam geproduceerde groente en fruit op de markt te brengen. Het ging daarbij om geïmporteerde groente en fruit uit Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Doel was dat in 2014 30% van importgroente en -fruit duurzaam zou zijn, in 2015 moest dit percentage zijn opgelopen tot 50%.

Importeur ondertekent SIFAV2020

Importeur van groente en fruit Jaguar, the fresh company, uit Ridderkerk was mede-ondertekenaar van SIFAV2020. “Voor ons was de ondertekening het startsein om met duurzaam geteelde groente en fruit aan de slag te gaan”, zegt directeur Kees Rijnhout. Het bedrijf legde contact met Stichting Milieukeur (SMK) in Den Haag. “In overleg met SMK zijn toen criteria voor duurzaamheid opgesteld. Dat ging over milieu, zoals minder bestrijdingsmiddelen, en over arbeidsomstandigheden, bijvoorbeeld geen kinderarbeid.”

Zuid-Afrika is een van de landen waaruit Jaguar groente en fruit importeert en vervolgens levert aan Nederlandse grootwinkelbedrijven. Jaguar koos ervoor om met dit land te starten. “Uit Zuid-Afrika halen wij vooral citrusvruchten en druiven. De citrusvruchten zijn vanaf april in de Nederlandse supermarkten beschikbaar, de druiven liggen vanaf half december in de schappen. Met onze leverancier konden we afspraken maken om voor deze producten Milieukeur te introduceren”, aldus Rijnhout.

Minister Ploumen ontvangt de eerste Milieukeur-druiven van Kees Rijnhout.

Registratie van bestrijdingsmiddelen

De Zuid-Afrikaanse leverancier moest aan de slag met de registratie van het gebruik van onder meer bestrijdingsmiddelen en meststoffen. Vervolgens werd aan de hand van door Stichting Milieukeur opgestelde criteria bepaald of de citrusvruchten en de druiven het stempel Milieukeur konden krijgen. Dat lukte en in 2014 kreeg Jaguar bij de betrokken teler het Milieukeur voor deze productgroepen uit Zuid-Afrika. Het bedrijf voldeed daarmee aan de eisen zoals gesteld in het convenant SIFAV2020. Minister Ploumen ontving toen de eerste Milieukeur-druiven van Jaguar-directeur Rijnhout.

Het was het begin voor Jaguar. “Het was allemaal niet zo eenvoudig. Allereerst was het voor de leverancier een behoorlijke administratieve last. Alleen voor ons moest hij alles gaan bijhouden en wat wij kopen, is een betrekkelijk klein deel van zijn productie. Daarnaast moesten de Milieukeur-producten in de hele keten gescheiden blijven van andere producten”, omschrijft Rijnhout de aanpak.

Controle en kostenverhogend

Logo Milieukeur

De werkwijze van de leverancier en onder meer het transport worden door lokale certificeringsinstanties gecontroleerd. Lokale auditors ‘merken’ de Milieukeur-producten die voor Jaguar zijn bestemd. Rijnhout: “De aanpak werkt kostenverhogend, zowel voor ons als voor de leverancier. Wij betalen de leverancier iets meer. Die extra kosten brengen wij echter niet in rekening bij onze afnemers, zoals de supermarktketens. Omdat het nog gaat om betrekkelijk lage kosten wordt dit verrekend in de totale keten, dus omgeslagen over al onze producten.” Daarnaast was er voor de start van het project een deel subsidie beschikbaar gesteld door het ministerie van Economische Zaken.

Rijnhout ziet de meerkosten van het Milieukeur als een investering. “Wij vinden het als bedrijf belangrijk om duurzaamheid een plaats te geven. We zijn ook verder gegaan met andere leveranciers, ook onze producten uit Egypte en Zuid-Amerikaanse landen hebben of moeten een duurzaamheidskeur krijgen.” Overigens staat het importeurs vrij om zelf de duurzaamheid vorm te geven. De keuze voor een organisatie zoals Stichting Milieukeur is niet verplicht. Het gaat er wel om dat de duurzaamheid een basis heeft (criteria) en dat zogenoemde geaccrediteerde organisaties daar toezicht op houden. Op deze manier staat het importeurs vrij hun eigen aanpak te kiezen, mits wordt voldaan aan de eisen van SIFAV2020.

Omvang duurzame productie

De vorderingen van Jaguar op het gebied van duurzame producten worden weer ‘gemonitord’ door consultancy-bedrijf PwC. Volgens Rijnhout voldoet Jaguar momenteel al ruim aan de eisen voor geïmporteerde groente en fruit. “Dat gaat dus niet allemaal volgens het Milieukeur-systeem. Zo maken we in Peru gebruik van een andere manier van certificeren. Inmiddels zijn ook andere producten zoals avocado’s, pruimen en mango’s voorzien van een duurzaamheidsstempel.”

Jaguar levert aan diverse supermarktketens in ons land. Jumbo en Albert Heijn zijn  mede-ondertekenaar van SIFAV2020. Andere partijen die meedoen, zijn onder meer The Greenery, Super Unie (waaronder een groot aantal ketens vallen, zoals Emté, Coop en Deka) en Lidl. Al deze partijen hebben zich verplicht om in 2020 een volledig pakket duurzaam geteelde groente en fruit uit Afrika, Azië en Zuid-Amerika aan de consument te leveren.

Over IDH en SIFAV2020

Het Initiatief Duurzame Handel (IDH) beheert de afspraken die binnen SIFAV2020 zijn gemaakt. Het IDH brengt koplopers uit bedrijfsleven, vakbonden, milieuorganisaties, ontwikkelingsorganisaties en overheid samen in coalities die ketens verduurzamen. Per sector werken partijen samen om duurzame productie en handel tot standaard te maken.

IDH is actief met partijen bij de duurzame productie van verschillende voedingsmiddelen, onder meer voor koffie, thee, noten, cacao en soja. Voor koffie is met ketenpartijen afgesproken dat in 2016 25% van de koffieproductie duurzaam moet zijn.

SIFAV2020 is een afspraak tussen diverse partijen waaronder supermarkten en importeurs over duurzaam geteelde groente en fruit. De duurzaamheid krijgt vorm door het stellen van eisen aan de productie op het gebied van onder meer bestrijdingsmiddelen (hoeveelheid en welke bestrijdingsmiddelen) en de arbeidsomstandigheden waaronder de producten worden geteeld.

Juni 2016