Mama Sara, aardappelteler in Tanzania

De ontwikkeling van de aardappelsector in Tanzania kan niet verteld worden zonder het perspectief van de lokale boeren. Deze boeren vormen uiteindelijk de markt voor de Nederlandse bedrijven en moeten de sector verder brengen. De weduwe Mama Sara gaat werken met Nederlandse aardappelrassen.

Om inzicht te krijgen in de uitdagingen, kansen en mogelijkheden rond het verbouwen van de aardappel in Tanzania spraken wij met Mama Sara. Mama Sara is een weduwe die haar eigen boerderij van ongeveer 10 hectare beheert in Tanzania. Zij zal als één van de eerste boeren werken met de Nederlandse aardappelrassen in Tanzania.

Aardappelketen

Mama Sara

Onlangs zijn drie Nederlandse aardappelrassen opgenomen op de Tanzaniaanse rassenlijst en elf andere rassen zijn nog in beproeving. De nieuwe aardappelrassen worden nu lokaal vermeerderd. Om de pootaardappelen betaalbaar te maken voor de lokale boeren, zal de vermeerdering eerst meerdere generaties moeten betreffen. Echter, wanneer de aardappelen beschikbaar zullen zijn op de lokale markt, zal Mama Sara een van de eerste boeren zijn die werkt met de Nederlandse aardappelen.

Mama Sara begon haar carrière als aardappelboer met een cursus van een week aan het Uyole-trainingscentrum in Mbeya. Als beloning voor het voltooien van de cursus kreeg Mama Sara startkapitaal in de vorm van zaad om haar boerderij verder op te bouwen. Hierbij sloot ze zich ook aan bij de SAGCOT-organisatie (zie kader) en ging ze samenwerken met het Tanzania Official Seed Institute (TOSCI).

The Southern Agricultural Growth Corridor of Tanzania (SACGOT) is een publiek-private organisatie gericht op het ontwikkelen van landbouw in de zuidelijke hooglanden van Tanzania. Ze behartigen de belangen van kleinschalige boeren en werken samen met verschillende partners om een versnelde transitie te bewerkstelligen. De Nederlandse Ambassade werkt nauw samen met SAGCOT in het Aardappelcentrum project en is ook een partner van de organisatie. Voor meer informatie, zie hun website.

Rassenkeuze

Mama Sara komt veel verschillende problemen tegen bij het telen van aardappelen in Tanzania. Één van de grootste problemen is de beschikbaarheid en de kwaliteit van de aardappelrassen in Tanzania. Zo is Mama Sara ooit begonnen met de rassen Meur en Ashsante. Deze hadden echter geen goede afzetmarkt in Tanzania. De consument vraagt namelijk om aardappelen met veel zetmeel en weinig water. Reden is dat deze aardappelen zich beter lenen voor het frituren, de meest gangbare manier om aardappelen te bereiden in Tanzania. Mama Sara heeft hoge verwachtingen van de opkomende Nederlandse rassen voor de Tanzaniaanse markt, met name voor de Sagitta.

aardappelketen

Werkzaamheden in aardappelteelt

Uitdagingen

Aardappeltelers in Tanzania zijn sterk onderworpen aan de grillen van de markt en het klimaat. Veel van de boeren hebben geen irrigatiesystemen en zijn daardoor afhankelijk van de jaarlijkse regens en weercondities. Door de klimaatsverandering en de daling van de marktvraag voor bepaalde aardappelrassen hebben Mama Sara en vele andere boeren het afgelopen jaar geen winst kunnen maken.

Een andere uitdaging zijn de kosten voor arbeid die Mama Sara moet maken als ze iemand inhuurt voor het bewerken van het land. Zoals bij meeste boeren in Tanzania is de mechanisatiegraad laag. Om inzicht te hebben in het businessmodel van Mara Sara gaf zij een overzicht van de arbeidskosten. Het bewerken van het land kost haar ongeveer 60.000 TSH per hectare (ongeveer €22). Dit kan opgedeeld worden in het planten (40.000 TSH), het wieden (10.000 TSH) en het besproeien (10.000 TSH). Daarnaast betaalt zij nog 3.000 TSH per zak voor het sorteren en vullen. Deze kosten zijn exclusief inputs zoals bestrijdingsmiddelen, zaad en water.

Volgens een studie uitgevoerd door RVO in 2015 krijgen boeren in Tanzania tussen de 30.000 en 45.000 TSH per zak aardappelen van 100 kilo. Omgerekend is dat ongeveer tussen de €10 en €16 per zak. Door de slechte omstandigheden van het afgelopen jaar heeft Mama Sara dit seizoen veel van deze arbeid zelf moeten doen. Ze hoopt dat door de Nederlandse betrokkenheid bij de aardappelsector er stappen worden gezet om een aantal van deze uitdagingen aan te pakken. 

Versterking

De Nederlandse overheid werkt nauw samen met de Tanzaniaanse overheid en Nederlandse bedrijven om de aardappelketen te verbeteren en versterken. Dit gebeurt onder meer door het opzetten van het Aardappelcentrum in Mbeya. Dit centrum brengt meerdere partijen bijeen om samen te werken aan het versterken van de gehele aardappelketen. Meer informatie over deze aanpak is te vinden in de andere Agroberichten Special over Tanzania, ‘Aardappelcentrum als motor voor ontwikkeling’.

Mocht u over dit artikel of over andere zaken vragen hebben, stuur dan een bericht naar dar-lnv@minbuza.nl

Landbouwraad Tanzania
Maart 2018

Zie ook