Groei aardappelconsumptie kans voor Nederland

De mondiale productie van aardappelen neemt de komende jaren sterk toe. Voorspellingen wijzen uit dat de huidige wereldproductie van 380 miljoen ton stijgt naar circa 500 miljoen ton in 2050. Volgens de Nederlandse Aardappel Organisatie (NAO) biedt die groei veel perspectief voor de hele Nederlandse aardappelketen.

De NAO is de branchevereniging voor bedrijven in de handel van poot- en consumptieaardappelen (zie ook kader). We spreken met NAO-directeur Dick Hylkema en beleidsmedewerker markttoegang Karst Weening. Beiden zijn ervan overtuigd dat de uitgangspositie van Nederland in het internationale krachtenveld in de aardappelsector uitermate goed is.

Dick Hylkema

Export pootaardappelen

De cijfers spreken boekdelen. Vooral de export van pootaardappelen is de afgelopen jaren decennia fors toegenomen. In 2017 is een record gevestigd: de Nederlandse handelshuizen wisten 823.000 ton af te zetten in 120 landen. Twintig jaar geleden lag de export nog rond de 400.000 ton.

Nederland heeft 60% van de wereldhandel in gecertificeerd pootgoed in handen. Dat percentage is al jaren stabiel. Omdat de wereldwijde handel jaarlijks toeneemt, gaan er – bij een gelijkblijvend aandeel van Nederland – steeds meer tonnen pootaardappelen de grens over.

Frites en chips

De totale aardappelproductie in Nederland bedraagt 7 miljoen ton. Hiervan valt 2 miljoen ton in de categorie zetmeelaardappelen, 1,5 miljoen ton is pootgoed en 3,5 miljoen ton consumptieaardappelen. Van deze laatste categorie komt een steeds groter deel terecht bij de frites- en chipsfabrieken.

Karst Weening

Karst Weening

Zo’n 500.000 ton consumptieaardappelen wordt in het buitenland afgezet. “De bestemming varieert sterk”, zegt Weening. “In landen waar de eigen productie tegenvalt of andere exporteurs een gat laten vallen, wordt snel naar Nederland gebeld. De aardappelketen is hier goed georganiseerd. Nederlandse exporteurs kunnen razendsnel leveren.”  

Positief imago aardappel

De verwachte groei in de wereld van de aardappelsector vindt vooral plaats in Afrika en Azië. De stijgende welvaart in veel landen en het positieve imago van de aardappel stuwen de vraag en daarmee ook de productie omhoog. Hylkema: “In Afrika hoeven we ons niet druk te maken over promotie. Een stijgend inkomen leidt gauw tot een ander voedingspatroon: de aardappel neemt de plaats in van bijvoorbeeld cassave.”

De klimaatverandering die in sommige landen desastreus uitpakt voor de landbouw heeft – voor Nederland althans – ook een positieve kant. Weening: “De pootgoedbedrijven lopen voorop in de ontwikkeling van rassen die in droge gebieden een goed productie leveren. Bovendien is de aardappel sowieso een gewas dat met relatief weinig water toe kan. Diverse overheden komen daarom in actie om geïrrigeerde rijstteelt te vervangen door aardappelteelt. Dat gebeurt bijvoorbeeld in China en Bangladesh.”

Kennisoverdracht

Een van de geheimen achter de sterke concurrentiekracht van de Nederlandse aardappelketen – naast ketensamenwerking, hoogwaardige veredelingstechnologie en onafhankelijke certificering – is de aandacht voor kennisontwikkeling bij de afnemers. Weening: “De aardappel is een kwetsbaar en lastig gewas, zeker in vochtige gebieden. Export van pootgoed gaat in veel gevallen samen met kennisoverdracht aan telers. Met alleen hoogwaardig pootgoed ben je er niet. Een goede grondbewerking, ziektebestrijding en opslag zijn net zo belangrijk. De hele keten moet worden opgebouwd. Nederlandse aardappelbedrijven zijn op dat terrein in veel landen actief.”

Beeld: NAO

Nieuwe veredelingstechnieken

De veredelingstechnologie staat in ons land op hoog niveau. Met nieuwe technieken, bijvoorbeeld CRISPR-Cas9, kunnen sneller rassen worden ontwikkeld die resistent zijn tegen ziekten als phytophthora. Op dit punt botst de sector op maatschappelijke weerstand. Al jaren wordt in de Europese Unie gedebatteerd over de toelating van nieuwe veredelingstechnieken. Hylkema maakt zich zorgen over de trage besluitvorming: “De NAO doet er alles aan om de besluitvorming de goede kant op te sturen. Ik vrees dat Nederlandse veredelingsbedrijven hun activiteiten naar het buitenland verplaatsen als Brussel blijft treuzelen. Dat zou een enorme klap zijn voor de hele Nederlandse agrofoodsector.”

Markttoegang

De leden van de NAO zijn qua afzet in hoge mate afhankelijk van markttoegang. De afgelopen jaren zijn op dit punt successen geboekt. Zo mogen miniknollen naar China en Argentinië worden geëxporteerd en is ook de grens van Tanzania voor Nederlands pootgoed opengegaan. Op dit moment zijn besprekingen gaande met Mexico over afzet van consumptieaardappelen.

Mexico  

Weening is vanuit de NAO nauw betrokken bij het overleg met Mexico. “De afgelopen 20 jaar was het niet zinvol om met dat land te praten. Na de komst van Trump in het Witte Huis en dan vooral zijn aankondiging om een muur aan de grens te bouwen, kijkt Mexico naar andere landen wat betreft in- en uitvoer. Bij markttoegang gaat het niet alleen over fytosanitaire aangelegenheden, politieke zaken spelen vaak een rol.”

NAO als kennisbron

Hylkema en Weening constateren dat in veel landen stappen worden gezet om de eigen aardappelketen te versterken. Nederlandse ambassades en dan met name de landbouwraden zijn daar vaak bij betrokken. Hylkema: “Mijn advies aan de landbouwraden is om hierbij de NAO als kennisbron te gebruiken. Onze organisatie kan goed aangeven welke bedrijven een ondersteunende rol bij de opbouw van regionale aardappelketen kunnen spelen. Of het nu gaat om pootgoed, bewaring of verwerking.”

De Nederlandse Aardappel Organisatie (NAO) is de branchevereniging in de aardappelsector. De organisatie telt 180 leden, allemaal actief in de handel in poot- en consumptieaardappelen. Bevordering van export is een belangrijke taak van de NAO. Zo is de organisatie nauw betrokken bij de fytosanitaire besprekingen tussen de Nederlandse autoriteiten en die van landen waar NAO-leden actief willen worden.

Februari 2018