Ethiopië in potentie voedselschuur van regio

De landbouw in Ethiopië is in potentie in staat om een belangrijk deel van de bevolking in de Hoorn van Afrika, het Midden-Oosten en een deel van Europa van voedsel te voorzien. Ethiopië is een stabiel land in deze regio.

Niek Bosmans

Niek Bosmans

De huidige regering van Ethiopië voert economische hervormingen door en geeft daarbij prioriteit aan de agrarische sector. Volgens landbouwraad Niek Bosmans kan Ethiopië, mede met behulp van Nederlandse investeringen, op termijn de voedselschuur van de regio worden. “In deze hoek van Afrika is Ethiopië the place to be voor het agrarisch bedrijfsleven in Nederland.”

Ethiopië roept bij veel mensen het beeld op van droogte en honger. In een klein deel van het land heerst inderdaad structurele droogte en lijden gemiddeld tussen de vijf en acht miljoen mensen honger. Toch is het overgrote deel van het land vruchtbaar, met voldoende water, zonlicht en gematigde temperaturen.

Volgens Niek Bosmans – hij is als landbouwraad gestationeerd op de Nederlandse ambassade in Addis Abeba - is het land vanwege de goede klimatologische omstandigheden geschikt voor de productie van groenten, fruit, granen, bloemen en bijvoorbeeld ook melk en vlees. “Dat is toekomstmuziek, er zit nu nog een groot gat tussen de huidige landbouwsituatie en het potentieel. Toch zie ik hoopvolle ontwikkelingen.”

'De verbeteringen van de logistieke infrastructuur leiden onherroepelijk tot meer export van agrarische producten'

Treinverbinding

Bosmans doelt hierbij bijvoorbeeld op de treinverbinding tussen de hoofdstad Addis Abeba en de havenstad Djibouti, gelegen aan een van de drukste scheepvaartroutes ter wereld. Sinds anderhalf jaar rijden er vrachttreinen op deze lijn, ook met landbouwproducten. De landbouwexport groeit en de interne markt lift daarop mee.

Komende jaren wordt hard gewerkt aan de ontwikkeling van een regionaal spoorwegennet zodat ook landbouwgebieden verder landinwaarts via het spoor een verbinding krijgen met de hoofdstad en vervolgens met de wereldmarkt. “Ook de luchthaven bij Addis Ababa is gemoderniseerd, inclusief opslagfaciliteiten. Deze verbeteringen van de logistieke infrastructuur leiden onherroepelijk tot meer export van agrarische producten. En dan minder via de lucht en meer via het spoor en over water. Dat is goedkoper en leidt tot een veel kleinere ecologische voetafdruk.”

Nederland wordt door de Ethiopische overheid gezien als een belangrijke partner in de verdere ontwikkeling van de landbouw. Ons land is overigens nu al de grootste investeerder vanuit de Europese Unie in Ethiopië en de vijfde grootste wereldwijd. De meeste investeringen zijn in de agrarische sector of daar aan gerelateerd.

Nederlandse bloementelers

Dat Nederland in staat is om in Ethiopië een agrarische sector naar een hoger niveau te tillen, is bewezen in de sierteelt. In minder dan vijftien jaar tijd heeft Nederland de Ethiopische bloemensector op de wereldkaart gezet. Bijna 10% van de export inkomsten van de overheid komt voort uit de bloemenexport. Het Nederlandse bedrijfsleven heeft daar verreweg het grootste aandeel in.

Volgens Bosmans kunnen de Nederlandse bloementelers een voorbeeldfunctie in de regio vervullen. “Of het nu gaat om bestrijdingsmiddelen, kunstmest of water, Nederlandse tuinders laten aan lokale boeren zien hoe het beter kan, productiever én duurzamer. Ik ben ervan overtuigd dat de Nederlandse agrosector zo’n spilfunctie ook kan vervullen in andere landbouwsectoren.”

Contracten met lokale producenten

De landbouwraad ziet hiervoor bijvoorbeeld kansen in de groenten- en fruitsector, bijvoorbeeld bij de teelt van sperziebonen en fruit als avocado, mango en ananas. Zijn inzet is hierbij niet alleen gericht op het aantrekken van Nederlandse telers, maar ook op contract-farming. Bosmans: “Nederlandse handelaren kunnen teeltcontracten sluiten met grote en kleinere Ethiopische telers en hen daarbij teeltbegeleiding bieden zodat de producten voldoen aan de eisen van buitenlandse afnemers.”

Groentehandelaar Van Oers is op deze wijze al jaren actief in Ethiopië. “Op de bedrijven van deze telers is de bonenoogst gestegen van 3 naar 14 ton per hectare en is het water- en pesticidegebruik fors gedaald. Deze bedrijven zijn daarnaast een voorbeeld voor telers in de buurt die hun producten op de lokale markt afzetten.”

Integrale gebiedsontwikkeling met Nederlandse spil

Nederlandse bloementelers tonen veel belangstelling voor Ethiopië. Voor de ontwikkeling van een teeltgebied van 455 hectare in Kunzila heeft een consortium van vijf Nederlandse bedrijven afspraken gemaakt met de Ethiopische overheid over het grondgebruik. Landbouwraad Niek Bosmans heeft hierbij een bemiddelende rol gespeeld.

Het consortium investeert €55 miljoen in de ontwikkeling van het complex. De waarde van de bloemenexport wordt geraamd op €65 miljoen per jaar. Minimaal 10.000 mensen vinden werk bij de bedrijven van het consortium. Bij de ontwikkeling van het teeltgebied, gesteund door de Nederlandse overheid, wordt ook het omliggende gebied meegenomen. Dat kan positieve effecten hebben voor de voedselzekerheid in de omgeving van het tuinbouwgebied, maar ook bijvoorbeeld voor de gezondheidszorg.

Bosmans: “Vanuit onze optiek is het niet wenselijk dat er straks een Nederlands eiland van tuinbouwtechnologie in een arme regio komt te liggen. Daarom spreken wij van integrale gebiedsontwikkeling. De hele regio moet meeprofiteren. Zo worden afspraken gemaakt met de Nederlandse telers over het delen van hun teeltkennis met lokale boeren. Over deze gebiedsontwikkeling heb ik overleg met alle betrokken partijen, zelfs met de geestelijke leiders in de regio.”

Mei 2019

Deze bijdrage maakt deel uit van de Agrospecial 100 jaar Landbouw Attaché Netwerk. Via onderstaande link kunt u meer lezen over het thema The place to be waaronder dit artikel valt.