België en Nederland vinden elkaar in relevante thema’s

Maar liefst 20% van de Belgische agrofood-import is afkomstig uit Nederland. Bovendien is het de snelst groeiende exportmarkt (+11,5% in 2017) van de Nederlandse buurlanden en is het na Duitsland de belangrijkste exportmarkt. Naast foodexport spelen ook thema’s zoals stadslandbouw en biobased economy een rol in de contacten tussen het Nederlandse landbouwteam in Brussel en België.

Nico van Opstal en Caroline Schauvlieger

Nico van Opstal en Caroline Schauvlieger

Het Belgische voedingspatroon verandert. Zoals in veel Europese landen is er meer interesse voor gemaksvoeding. Daarnaast groeit de bewustwording over het dagelijks eten en spelen milieu en dierenwelzijn een keuze bij de voedingsproducten. De Belgische consument is tussen 2012 en 2016 ruim 15% minder vlees gaan eten. Daarbij noemt 8% van de Vlamingen zich flexitariër (minder vlees), 3% is vegetariër en 1% veganist. In Wallonië noemt 9% van de bevolking zich flexitariër, 3% vegetariër en 1% veganist.

De gevolgen van de trend naar bijvoorbeeld minder vlees eten wordt door het landbouwteam in Brussel, bestaande uit landbouwraad Nico van Opstal, landbouwattaché Koen van Ginneken en landbouwadviseur Caroline Schauvlieger, onderkend. Dat de Belgen minder vlees eten, past ook in de ontwikkeling die in grote delen van de Europese Unie speelt. In de hele EU daalde de vleesconsumptie tussen 2012 en 2016 met 1,4%. De Belgische consument is bewuster gaan eten. Dat vertaalt zich onder meer in meer belangstelling voor biologische producten, maar ook in meer aandacht voor kwaliteit. “Het stukje vlees dat men koopt, moet dan wel van goede kwaliteit zijn”, zo geeft Schauvlieger aan. Lokale productie speelt daarbij een rol, maar dat is naar het idee van de landbouwassistent niet een harde eis: “Nederland ligt vlakbij, dat ziet men bijna als lokaal.”

'Het is moeilijk om voor mogelijk kansrijke biobased-producten een goede business case op te zetten'

Biobased economy

Een andere opkomende markt ziet Van Opstal in de biobased economy. Daarbij worden landbouwgewassen gebruikt voor toepassingen zoals brandstof of grondstoffen voor de bouw of voeding. Er is op een aantal terreinen al samenwerking tussen Nederland en België. Dat gebeurt onder meer in Interreg-projecten die grensoverschrijdend zijn en deels door de EU worden gefinancierd.

“We zijn nu bezig activiteiten en recente ontwikkelingen in de bio-economie in zowel Vlaanderen als Nederland in kaart te brengen, zegt Van Opstal. Hij ziet in België veel activiteit rondom het gebruik van plantaardige oliën voor bijvoorbeeld detergenten. “Wat we verder constateren, is dat het heel moeilijk is om voor mogelijk kansrijke ontwikkelingen een goede business case op te zetten.” Van Opstal wil daarvoor samenwerking zoeken met Nederlandse bedrijven, publieke instellingen en financiers.

Voedingspatronen in beweging

Het Landbouwrapport ‘Voedsel om over na te denken’ van het Vlaams Departement Landbouw en Visserij beschrijft wat de Vlaming eet en welke attitudes, gedragingen en trends daarbij een rol spelen (2018):

  • Gemaksvoeding: kant-en-klaar, thuislevering en uit eten gaan
  • Back to basics: korte keten, bioproducten
  • Gezonde voeding op maat (functionele voeding)
  • Duurzame voeding: aandacht voor dierenwelzijn en fair trade
  • ‘Anders’ eten, zoals etnische voeding, minder dierlijke producten en voedingsinnovaties (algen/wieren, insecten, kunstvlees, 3D foodprinting).

mei 2019

Deelname Tavola in Kortrijk

Benadering van markten

Het landbouwteam in Brussel ondersteunt Nederlandse bedrijven in hun exportambities naar België. Dat gebeurt bijvoorbeeld met een beursdeelname onder het dak van een Holland Paviljoen, zoals vorig jaar met de deelname aan de Vlaamse voedingsbeurs Tavola in Kortrijk. Daarnaast wordt gekozen voor een benadering waarbij partijen uit Nederland en Vlaanderen elkaar vinden rond relevante thema’s om daar vervolgens samenwerking uit te creëren. Concreet gaat het om thema’s zoals stadslandbouw, biobased economy en voedingsproducten voor specifieke doelgroepen, zoals patiënten in ziekenhuizen. Het idee is om juist in opkomende afzetmarkten een aandeel te verwerven. Voor stadslandbouw kan bijvoorbeeld de levering van tuinbouwapparatuur een nieuwe afzetmarkt zijn.

Stadslandbouw of Urban Farming is opgepakt door het landbouwteam met de organisatie van verschillende bijeenkomsten, zowel in Nederland als in België (zie kader). Eind 2017 is een eerste bijeenkomst in Brussel georganiseerd, gevolgd door een tweede bijeenkomst in 2018 in Leiden. “Deze aanpak rond stadslandbouw leidt niet direct tot het schrijven van orders. We willen partijen verenigen rond een thema en dat zou in de toekomst tot samenwerking op allerlei manieren kunnen leiden”, aldus landbouwraad Van Opstal. Daarbij noemt hij ook de inzet van het landbouwteam om bewustzijn te creëren bij het Nederlandse MKB over de wezenlijk verschillende manier van zakendoen in België ten opzichte van Nederland. Daarnaast zijn er ook duidelijke verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië.

De Waalse markt is voor veel Nederlandse bedrijven een uitdaging. Van Opstal: “Je ziet dat veel bedrijven Wallonië overslaan en zich richten op Frankrijk, bijvoorbeeld met een Franse agent. Dat is jammer. Wij zien ook in Wallonië kansen en met name in de primaire sector. Veel agrarische bedrijven willen moderniseren.” De landbouwraad noemt daarbij mogelijkheden voor toeleveringsbedrijven op het gebied van mechanisatie en automatisering. Het stimuleren van Nederlandse bedrijven voor export naar Wallonië is voor Van Opstal een speerpunt.

Stadslandbouw in opkomst

Zowel in Nederland als in België ontplooien zich talloze initiatieven op het gebied van stadslandbouw, gaande van volkstuintjes tot heuse aquaponics-installaties. Toch bleken er op dit terrein nog niet veel grensoverschrijdende initiatieven tot stand gekomen te zijn. Daarom nam het landbouwteam in 2017 het initiatief om aan de hand van een seminar, Nederlandse en Vlaamse stakeholders op het gebied van stadslandbouw bij elkaar te brengen. Een tweede netwerkbijeenkomst volgde in 2018 met verschillende presentaties en workshops. Schauvlieger: “De bijeenkomst toonde dat stadslandbouw zijn ‘tijdelijke’ of ‘voorwaardelijke’ karakter voorbij is en zich in een nieuw ontwikkelstadium bevindt.” Stadslandbouw kan wel degelijk (een deel van) het antwoord zijn op het wereldvoedselvraagstuk, consumenten staan open voor alternatieve landbouwmodellen en met het juiste draagvlak vanuit de overheden komen zeer succesvolle initiatieven tot stand.

Mei 2019

Deze bijdrage maakt deel uit van de Agrospecial 100 jaar Landbouw Attaché Netwerk. Via onderstaande link kunt u meer lezen over het thema Vlees of vega waaronder dit artikel valt.