2026 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het Internationaal Jaar van de vrouw in de landbouw (International Year of the Woman Farmer). Dit jaar staat in het teken van de onmisbare, maar vaak onderbelichte rol van vrouwen in de land- en tuinbouw. In dit kader organiseerde het LVVN Attaché Netwerk in Duitsland op 21 oktober een evenement voor Nederlandse en Duitse vrouwen actief in de land- en tuinbouw in de grensregio. In Duitsland is in 2023 een studie uitgevoerd naar de situatie van Duitse vrouwen in de landbouw, wat kwam hieruit naar voren? En wat hebben we op 21 oktober van elkaar geleerd?

Beeld: © LVVN Attaché Netwerk Duitsland

De deelnemers van het evenement bezochten de boerderij Lorey Holstein GbR in de buurt van Kevelaer.

In 2023 publiceerde het Thünen instituut in opdracht van het Duitse landbouwministerie een studie naar de situatie van vrouwen in de landbouw in Duitsland. Hieruit volgde een aantal belangrijke cijfers die tot op heden belangrijke gespreksopeners zijn. Namelijk dat gemiddeld slechts 11% van de bedrijven in Duitsland door een vrouw wordt geleid, en bij boerderijovername is slechts 18% vrouw.

Wel zijn er in Duitsland regionale verschillen – zie afbeelding. Dit is met name te verklaren door de historisch hogere arbeidsparticipatie van vrouwen in Oost-Duitsland, die voortvloeit uit de DDR-geschiedenis. Ook verschilt de participatie iets qua sector, zo zijn er in de biologische landbouw iets meer vrouwen (mede-)eigenaar van een bedrijf, en wordt de boerderij vaker door vrouwen overgenomen dan in de conventionele landbouw.

Beeld: © Thünen-Institut

In de Oost-Duitse deelstaten (in donkerblauw) Mecklenburg-Voor-Pommeren, Brandenburg, Saksen en Thüringen ligt het aandeel vrouwelijke bedrijfsleiding boven de 15%. Bij de blauwe lidstaten ligt het aandeel vrouwelijke bedrijfsleiding tussen de 11% en 15% en in de lichtblauwe deelstaten, zoals Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen, ligt het aandeel onder de 11%.

Uit de studie komt ook naar voren dat vrouwen in de land- en tuinbouwsector aanzienlijke toegangsbarrières ervaren. Voorbeelden zijn verouderde genderbeelden en traditionele erfopvolgingspraktijken die nog steeds structurele belemmeringen vormen. Vrouwen nemen veel taken op zich in het bedrijf, zo werkt 83% van de ondervraagde vrouwen mee op het bedrijf, maar deze werkzaamheden worden niet in officiële data meegenomen. Daarnaast wordt door de deelnemers kritisch gekeken naar het feit dat het pensioen van veel vrouwen in de landbouw niet voortvloeit uit hun werkzaamheden in het bedrijf, maar uitsluitend uit hun status als echtgenote van de bedrijfseigenaar. Zo neemt meer dan 70% van de vrouwen deel aan beslissingen en doet meer dan 60% de administratie, zonder eigendom te hebben het bedrijf. Dit brengt vrouwen in een kwetsbare positie.

Het federale landbouwministerie (BMLEH) in Berlijn is actief op dit thema. Begin dit jaar hebben 24 landbouwverbanden na oproep van BMLEH een gezamenlijke verklaring ondertekend om de positie van vrouwen in de landbouw zichtbaarder te maken. In maart dit jaar organiseerde BMLEH een conferentie over zichtbaarheid en gelijke kansen voor vrouwen in de landbouw. Zo wil landbouwminister Rainer bijvoorbeeld via het GLB betere toegang voor vrouwen en betere randvoorwaarden voor gelijke behandeling. Ook in Nederland zijn er initiatieven vanuit de overheid en sectororganisaties om de positie om vrouwen in de landbouw te verbeteren.

Uitwisseling in de grensregio

Om netwerken te verstevigen en vrouwen in de landbouw te inspireren, organiseerde het LVVN Attaché Netwerk in Duitsland in samenwerking met het Rheinischer Landfrauenverband en Rheinischer Landwirtschaftsverband in de Duits-Nederlandse grensregio een uitwisseling om gemeenschappelijke uitdagingen en successen te bespreken. We begonnen met een boerderijbezoek, om in de middag verder te praten. Belangrijke thema’s waren innovatie en korte ketens, financiële zekerheid en boerderijovername. In antwoord op de vraag hoe we de onmisbare positie van de vrouw in deze sector zichtbaarder kunnen maken, gaf Jutta Kuhles, voorzitter van het Rheinischer Landfrauenverband, aan dat:

“De studie uit 2023 een belangrijke gespreksopener in Duitsland [is]. Het legt data op tafel waar men niet meer om heen kan.”

Beeld: © LVVN Attaché Netwerk Duitsland

Het thema van het evenement was “sterke vrouwen. Sterke boerderijen”.

Zowel in Duitsland als in Nederland is betere vertegenwoordiging van vrouwen in sectororganisaties en meer rolmodellen belangrijk. En nog steeds worden vrouwen vaak niet serieus genomen als bedrijfseigenaar. Een anekdote van een boerin die vertelde dat erfbetreders haar vaak vragen “waar de boer/bedrijfseigenaar is” vond veel herkenning in de zaal.

Een ander onderwerp wat veel tractie vond is de financiële en juridische positie van vrouwen, ook al hierboven genoemd. Nederlandse boerin Suzanne Ruesink vertelde dat:

“Toen ik de boerderij overnam, ben ik meteen met mijn familie om de tafel gaan zitten en hebben we alles vastgelegd in een contract. De adviseur had hiervoor een sjabloon en dat hielp om het gesprek te voeren.”

De Duitse aanwezigen gaven aan dat dit gesprek in hun regio vaak gevoelig ligt en daarom uit de weg wordt gegaan. Dit leidt er vaak toe dat de vrouw haar pensioen of andere sociale zekerheid vaak niet (goed) is geregeld. Het helpt om dit soort gesprekken al in het begin te voeren en dingen goed vast te leggen.