Wallonië wil tegen 2035 uitgroeien tot een Europese referentieregio in agrifood biotechnologie. Met sterke wetenschappelijke expertise, een innovatief bedrijfsleven en gerichte publieke financiering zet de regio vol in op biosolutions, gezondheidsgedreven voeding en diervoeding. Tegelijk erkent Wallonië dat financiering, “de-risken” van jonge, veelbelovende projecten en betere coördinatie binnen het eco-systeem cruciaal zijn om deze ambitie waar te maken.

Beeld: © Canva
Een duidelijke routekaart: Wagralim wijst de richting
In april 2026 presenteerde Wagralim, het Waalse concurrentiecluster voor de voedingsindustrie, een strategische nota voor agrovoedingsbiotechnologie met een duidelijke ambitie: Wallonië tegen 2035 uitbouwen tot een Europese referentieregio in agrifood biotech. Volgens deze routekaart gaat het om een snelgroeiende markt met een groei van +2 tot +8% per jaar, gedreven door voedselsoevereiniteit, duurzaamheid en nutrition & health (zoals gepersonaliseerde voeding en biotische producten).
Deze routekaart moet Wallonië helpen om wetenschappelijke innovaties sneller om te zetten in economische impact en duurzamere voedselsystemen.
Sterke troeven van Wallonië: kennis, bedrijven en grondstoffen
Wallonië beschikt over een aantal duidelijke pluspunten:
- Wetenschappelijke expertise:
- historische sterkte in fermentatie, bioprocédés, biomassa-omzetting en biosolutions als alternatief voor klassieke gewasbeschermingsmiddelen
- aanwezigheid van een goed kennisnetwerk in de vorm van universiteiten en onderzoekscentra
- Innovatief industrieel weefsel bestaande uit een reeks bedrijven die biotechnologische kennis al naar concrete producten vertalen:
- Puratos – enzymen en biofermentatie voor bakkerij- en voedingsproducten (hoofdkantoor in Groot-Bijgaarden, maar productielocatie in Andenne).
- Cosucra – plantaardige en functionele ingrediënten uit chicorei en erwt (Warcoing/Doornik).
- Galactic – melkzuur en derivaten, met sterke fermentatieknowhow (Escanaffles/Doornik).
- Minagro – co-formulants voor gewasbescherming, essentieel voor prestaties en stabiliteit, en gericht op veiligere inputs (Ottignies-Louvain-la-Neuve).
- Fytofend – pionier in biosolutions; ontwikkelaar van COS-OGA, eerste laag-risico werkzame stof erkend door de EU (Isnes), biologische alternatieven voor synthetische pesticiden.
Deze bedrijven tonen hoe Wallonië opschuift van labschaalinnovaties naar industriële productie, vooral in biosolutions, gezondheidsgerichte voeding en diervoeding.
- Regionale grondstoffen: de aanwezigheid van agrarische grondstoffen zoals spelt, tarwe en rogge ondersteunt de voedings- en biogebaseerde toepassingen, vaak met nadruk op biologische landbouw en circulaire benutting van biomassa.
Publieke financiering: aanwezig en onmisbaar, maar niet toereikend
Meerdere publieke financieringsprogramma’s zoals Wallonie Entreprendre en FoodWal investeren mee naast privaat kapitaal en helpen zo jonge projecten te “de-risken”.
Toch blijven er duidelijke gaten in de financieringsbehoeften van de Waalse biotechbedrijven. Agrifood biotechprojecten zijn immers langdurig en kapitaalintensief; de stap van proof-of-concept naar dure validatiefasen is heel lastig. Veel bedrijven moeten daarom financiering uit meerdere bronnen combineren om door te kunnen groeien.
Focusdomeinen: biosolutions, nutrition&health en diervoeding
Wagralim en zijn partners (Noshaq, AWEX, ING, Puratos) zien op basis van de huidige marktgroeicijfers drie kerngebieden met groot potentieel:
- Biosolutions: biologische alternatieven voor traditionele gewasbeschermingsmiddelen, cruciaal voor een duurzamere landbouw.
- Nutrition&Health: innovatie in pre-, pro- en postbiotica, met toepassingen in gezondheid, welzijn en gepersonaliseerde voeding.
- Diervoeding: maatwerkvoeding die diergezondheid en prestaties verbetert, én de milieu-impact verlaagt.
Deze kerngebieden sluiten ook naadloos aan bij Europese prioriteiten rond duurzaamheid, voedselveiligheid en gezondheid.
Beeld: © Canva
Knelpunten: de-risking, structuur en zichtbaarheid
Ondanks de sterke basis kampt de Waalse biotech, volgens Wagralim, met een aantal knelpunten, zoals beperkte financiering, een onvoldoende uitgebouwd ecosysteem en een gebrek aan zichtbaarheid, die de groei van de sector afremmen:
- gebrek aan financiering: agrifood biotechprojecten zijn complex, risicovol en kapitaalintensief.
- gebrek aan internationale zichtbaarheid (volgens sommige experts hangt dat gedeeltelijk samen met de algehele Belgische bescheidenheid).
- de structuur van het ecosysteem:
- onvoldoende coördinatie tussen actoren in de keten
- te weinig ondernemerschapsprojecten die direct uit academisch onderzoek voortkomen
Als oplossingen stelt Wagralim daarom het volgende voor:
- gerichte academisch-industriële samenwerkingsprogramma’s
- vroege identificatie van veelbelovende projecten
- een duidelijk centraal aanspreekpunt voor het Waalse agrifood biotech-netwerk
- en om de doorstroming van lab naar markt te versnellen:
- vroegere en sterkere projectbegeleiding
- instrumenten voor technologische validatie en industriële opschaling
- betere bescherming en zekerheid voor investeerders
Europese inbedding
Een sterkere integratie in Europese innovatiedynamieken is essentieel. Daarom is het goed dat Wallonië één van de partners is in het Europese Biotech4Food-project, dat investeringen en innovatie in nieuwe waardeketens stimuleert op het grensvlak tussen biotechnologie en de agrovoedingsindustrie, via interregionale samenwerking.
Waals-Nederlandse biotech-samenwerking
Het LVVN Attaché Netwerk-team in België (LAN BRU) volgt de ontwikkelingen in de Waalse biotechsector nauwlettend. Doel is om tijdig mogelijke samenwerkingskansen met Nederlandse kennisinstellingen en bedrijven te identificeren, bijvoorbeeld rond biosolutions, duurzame landbouw en innovatieve voedingsconcepten.
Mocht je als Nederlandse innovatieve ondernemer of onderzoeksinstelling een vraag hebben met betrekking tot de Waalse (of Belgische) biotech-sector, contacteer ons!

