Nadat de Europese Commissie de beschermingsstatus al had afgeschaald heeft Duitsland in 2025 de “gunstige staat van instandhouding” van de wolf gemeld. Daarmee kon de wolf op 1 april jl. in de Duitse Jachtwet opgenomen worden om de soort bejaagbaar te maken. Wat betekent die wijziging voor de wolf, en voor de mens?

Beeld: © LVVN Attaché Netwerk Duitsland

In Duitsland is de wolf rond de eeuwwisseling teruggekomen en heeft zich sindsdien vanuit het oosten van Duitsland over zo goed als de hele Bondsrepubliek verspreid. Het aantal roedels is in die jaren snel gestegen, met fasen waarin het 30% per jaar toenam. Sinds een aantal jaren is de groei wat afgevlakt, maar het aantal roedels neemt nationaal nog steeds met 5 tot 10% per jaar toe.

Incidenten en compensatie

De toename van het aantal wolven is gepaard gegaan met een toename in het aantal aanvallen op vee. Alhoewel wolven regelmatig worden gezien, ook binnen de bebouwde kom, is het sinds de terugkeer één keer voorgekomen dat een mens door een wolf werd aangevallen. Dat gebeurde in april 2026 toen een in het hart van Hamburg verdwaalde wolf een vrouw beet.

In Duitsland werd in 2024 ruim 23 miljoen euro aan kosten voor preventieve kuddebeschermingsmaatregelen vergoed, en werd er voor ca. 780.000 euro aan schade door de wolf gecompenseerd. Preventieve maatregelen zijn, op enkele uitzonderingen na, voorwaarde om in aanmerking te komen voor compensatie bij schade.

Ondanks de aanhoudende jaarlijkse toename van het aantal wolven, lijkt het aantal wolfaanvallen op vee de laatste jaren rond de 1.100 à 1.200 aanvallen per jaar te stagneren.

De wolf in het jachtrecht

De nationale overheid heeft per 1 april jl. de wolf opgenomen in de Jachtwet. Dat houdt in dat de wolf in Duitsland weliswaar bejaagbaar is geworden, maar de soort blijft beschermd en de gunstige staat van instandhouding moet geborgd blijven.

Om de balans tussen jacht en soortbescherming te borgen zijn de Duitse deelstaten aan zet: zij moeten met een “managementplan” de jacht op de wolf mogelijk maken zonder de gunstige staat van instandhouding in gevaar te brengen.

De deelstaat Nedersaksen heeft het grootste aantal roedels en naar schatting circa 600 wolven. Nedersaksen loopt voorop met beleid rond omgang met de wolf en is per 29 juni 2026 de eerste deelstaat met een managementplan.

Beeld: © LVVN Attaché Netwerk Duitsland

In Duitsland zijn preventieve maatregelen tegen de wolf verplicht om probleemwolven aan te kunnen wijzen en om voor compensatie bij schade in aanmerking te komen. Hier informeert schapenhouder René Krüger Staatssecretaris Silvio Erkens over praktijkervaringen met rasters, kuddebeschermingshonden en overheidsregelingen tijdens een bezoek in 2026.

Managementplan op twee pijlers

Het Nedersaksische Wolf Managementplan bestaat uit twee belangrijke pijlers, waarbij de bescherming van vee en mens, én de beschermingsstatus van de wolf centraal staan. Na jaren van jaarlijkse groei met ongeveer 30% neemt het aantal wolven in Nedersaksen nog steeds jaarlijks met 5 tot 10% toe. De overheid schat daarom dat een jaarlijkse afschot tot 27 wolven de gunstige staat van instandhouding niet zal beïnvloeden.

Pijler 1: Snellere afschot van probleemwolven

Snelle afschot is mogelijk na een door de Landwirtschaftskammer bevestigde aanval op vee dat door redelijkerwijs te verwachten preventieve maateregelen beschermd wordt (zoals wolfrasters en kuddebeschermingshonden).

Het landbouwministerie moet de toestemming tot jacht afgeven, waarbij in een straal van 3 tot 20km om het betroffen vee gedurende 6 weken een wolf geschoten mag worden. De geschoten wolf hoeft niet persé de wolf te zijn die voor de aanval verantwoordelijk was.

Pijler 2: Jacht op wolven in “interventiegebieden”

Een interventiegebied wordt aangewezen als er drie aanvallen op vee zijn geweest ondanks redelijkerwijs te verwachten preventieve maatregelen in een vastgesteld wolfsterritorium. In dit gebied kan dan overgegaan worden tot afschot van de betreffende wolf, het betreffende wolfspaar of de gehele roedel. De jacht in een "interventiegebied" mag plaatsvinden van 1 november tot eind februari en voor jonge wolven van 1 juli tot eind februari.

Andere deelstaten volgen

Ruim 90% van de Duitse wolfroedels leeft in 5 van de 16 deelstaten: Saksen, Saksen-Anhalt, Brandenburg, Mecklenburg-Voor-Pommeren en Nedersaksen. Uiteindelijk zal elke deelstaten moeten bijdragen aan de gunstige staat van instandhouding van de wolf in Duitsland. Voor de vaststelling van de managementplannen wordt daarom intensief samengewerkt. Zo heeft de deelstaat Hessen, waar maar één roedel leeft, inmiddels ook een managementplan. Om van die onderlinge afspraken te leren, blijft het interessant om de ontwikkelingen in ons buurland op de voet te volgen.