Voedselzekerheid, voedselveiligheid, verduurzaming, biodiversiteit en digitalisering zijn belangrijke thema’s in Zuidoost-Azië. Voor Gijs Theunissen, LVVN-raad in Bangkok, en Joost van Uum, LVVN-raad in Jakarta, kwamen deze onderwerpen de afgelopen jaren dagelijks samen in hun werk. Gijs neemt afscheid van Thailand en gaat met pensioen. Joost maakt de overstap naar Hanoi. Zij kijken terug op hun werk in de regio, op de meerwaarde van het LVVN Attaché Netwerk (LAN), en op de samenwerking binnen ASEAN-5.
Joost van Uum en Gijs Theunissen
Voor Gijs komt met zijn vertrek een einde aan zijn periode als LVVN-raad in Bangkok. Hij werkte vanuit Thailand aan een brede landbouw- en natuuromgeving, met onderwerpen als verduurzaming van landbouw, biodiversiteit, voedselveiligheid, antibioticaresistentie, eiwittransitie en de zichtbaarheid van Nederlandse kennis en bedrijven in de regio.
Joost was de afgelopen jaren LVVN-raad in Jakarta, met Indonesië, Maleisië en Singapore als werkgebied. Na de zomer begint hij vanuit Hanoi. Vanuit die nieuwe post krijgt hij Vietnam en Thailand als werkgebied. Daarmee neemt hij een deel van het werk van Gijs over, maar blijft hij ook actief in dezelfde regio waarin hij de afgelopen jaren een breed netwerk heeft opgebouwd.
Bezoek aan de Siamese tulpenvelden (Curcuma, Siam Tulip) in Udon Thani (Noord Thailand)
Een overgangsmoment
Voor Gijs voelt het afscheid dubbel. ‘Ik vind het jammer dat ik ermee ga stoppen’, zegt hij. ‘Ik ga met pensioen, maar ik heb eigenlijk nog de energie om door te gaan. Ik ben tot het laatste moment actief. Dat is ook wat ik zo leuk vind aan dit werk: je kunt veel initiatief nemen en je bent bezig met onderwerpen die echt relevant zijn voor de regio en maatschappelijk van belang zijn.’
Joost kijkt anders naar het overgangsmoment. Hij rondt zijn periode in Jakarta af, maar blijft in Zuidoost-Azië. ‘Ik ben vooral blij dat ik in deze regio actief blijf als LVVN-raad’, zegt hij. ‘Ik kijk met veel plezier terug op de afgelopen vijf en een half jaar. De variatie in het werk is enorm: de ene dag sta je ergens in Kalimantan met boeren te praten over verdere verduurzaming van palmolieproductie, de volgende dag ben je in gesprek met docenten en studenten over hoe het groene onderwijs in Indonesië verbeterd kan worden.’
Die veelzijdigheid maakt het werk volgens hem bijzonder. ‘Je werkt met overheden, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. En je hebt het gevoel dat het ergens over gaat. Het gaat om thema’s die maatschappelijk relevant zijn, zeker in landen waar voedselzekerheid zo hoog op de agenda staat.’
Veldbezoek Sulawesi, Indonesië met rijstboeren
Voedselzekerheid en voedselveiligheid
In Indonesië heeft voedselzekerheid de hoogste prioriteit. Het land wil zoveel mogelijk zelfvoorzienend zijn. Ook in Singapore is voedselzekerheid een urgent thema. ‘Singapore is voor meer dan 90 procent afhankelijk van voedselimport’, zegt Joost. ‘Tijdens COVID werd duidelijk hoe kwetsbaar dat kan zijn. Daarom kijkt Singapore hoe het de eigen voedselproductie kan versterken.’
Gijs vult aan dat voedselveiligheid in Thailand minstens zo belangrijk is. ‘Veel voedsel dat wordt geproduceerd voor export voldoet aan internationale standaarden. Maar voedsel voor lokale markten doet dat lang niet altijd. Het gebruik van pesticiden is bijvoorbeeld een grote uitdaging. Het gaat dus niet alleen om voldoende voedsel, maar ook om veilig voedsel, duurzame productie en zelfvoorziening.’
Biodiversiteit en verduurzaming
Daarbij raken veel thema’s elkaar. ‘Biodiversiteit is ook een belangrijk onderwerp’, zegt Gijs. ‘Dat hangt samen met goed pestmanagement, pesticidegebruik, bodemgezondheid en voedselveiligheid. Gezonde bodems leveren gezonder voedsel op en dragen bij aan biodiversiteit. Ook antibioticaresistentie raakt aan diergezondheid en voedselveiligheid. Veel onderwerpen zijn met elkaar verweven.’
Voor Joost ligt er daarnaast een duidelijke natuur- en biodiversiteitsopgave. ‘Indonesië heeft na Brazilië het grootste tropische bosoppervlak ter wereld. Dat betekent dat natuurbehoud en biodiversiteit voor Nederland belangrijke thema’s zijn in de samenwerking met Indonesië. Daarbij kijken we bijvoorbeeld naar agroforestry, herbebossing en het behoud van tropisch regenwoud.’
Ook de verduurzaming van palmolie is een belangrijk thema. ‘Indonesië is de grootste palmolieproducent ter wereld. Nederland importeert veel palmolie uit producerende landen en Rotterdam is een belangrijke doorvoerhaven naar de rest van Europa. We hebben daar dus ook economisch belang bij. Tegelijkertijd willen we dat die productie op een duurzame manier gebeurt.’
Palmolie-oogst in Indonesië Palmolie-oogst in Indonesië
Samenwerken als team in een groot werkgebied
Ook binnen de teams moest samenwerking groeien. Joost begon in Jakarta tijdens COVID, in een periode waarin fysiek reizen nauwelijks mogelijk was. ‘Daardoor was het lastig om meteen een goede relatie op te bouwen met het team in Singapore en Maleisië’, zegt hij. ‘Er waren in het begin meer afzonderlijke koninkrijkjes, ieder met hun eigen landenagenda. In de afgelopen jaren is dat echt veranderd. De landbouwadviseurs zoeken elkaar nu op, Nofalia Nurfitriani hier in Jakarta, Lucas Jiang in Singapore en Li Huan Hoh in Kuala Lumpur, ze vragen elkaar om advies en werken samen met de landbouw ondersteuningsmedewerker, Vani Eman, aan gemeenschappelijke doelen’.
LAN-team v.l.n.r. Joost van Uum, Lucas Jiang, Li Huan Hoh, Vani Liesyoani Eman en Nofalia Nurfitriani
Ook Gijs kijkt met waardering terug op zijn team in Thailand. Toen hij begon, werkte daar een zeer ervaren landbouwadviseur die al lang zelfstandig opereerde. Later kwam er een jongere opvolger, met een andere manier van werken. ‘Guan Jiwattayakul plant goed, werkt vooruit en is heel productief’, zegt Gijs. ‘Binnen het team konden we echt sparren. We waren het niet altijd met elkaar eens, en juist daardoor werden plannen scherper. Dat past misschien niet altijd bij de lokale hiërarchie, maar het werkte voor ons goed.’
Voor Joost lag een belangrijke uitdaging ook in het aanbrengen van focus. Indonesië is qua omvang vergelijkbaar met Europa, telt ongeveer 280 miljoen inwoners en bestaat uit duizenden eilanden. ‘Er komt ongelofelijk veel op je af’, zegt hij. ‘Dan moet je met een klein team bepalen waar Nederland echt impact kan genereren, en waar niet.’
V.l.n.r.: voormalig landbouwadviseur in Thailand Sarawut Chantachitpreecha, Gijs Theunissen en Guan Jiwattayakul
Concrete resultaten
Een voorbeeld waar Gijs met trots op terugkijkt, is een field lab voor natuurinclusieve landbouw in het zuiden van het land. ‘Thailand heeft geen groot budget vanuit Nederland, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Vietnam en Indonesië. Toch zijn we erin geslaagd om met relatief weinig middelen iets op te bouwen. Samen met de KMITL universiteit werken we aan een field lab in het zuiden (Chumphon) van 140 hectare op het terrein van de universiteit. Het initiatief en de financiering komen vanuit Thailand zelf. Wij denken mee over het concept, geven advies en brengen kennis in.’
‘Toen ik er de laatste keer was, zag ik dat het echt begon te groeien. Er was een seminar met lokale boeren, de universiteit was betrokken en je merkte: ze begrijpen het concept.’
Ook Joost noemt meerdere resultaten waar hij met tevredenheid op terugkijkt. ‘We hebben veel inkomende en uitgaande missies georganiseerd, zoals de economische missie tuinbouw naar Indonesië en recent de ASEAN-5-tuinbouwmissie,’ zegt hij. ‘Daarnaast hebben we stappen gezet op het gebied van agroforestry en biodiversiteit, partijen bij elkaar gebracht en kennis en best practices gedeeld.’
Een ander resultaat is de verdere verduurzaming van palmolieproductie. Via projecten en programma’s krijgen smallholders ondersteuning met training en kennis. Ook de elektronische certificering met Indonesië springt eruit. ‘Samen met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) hebben we e-certificering gerealiseerd, zodat de handel efficiënter en effectiever kan verlopen. Naast Nieuw-Zeeland en Australië is Nederland een van de weinige landen waarmee Indonesië dit op deze manier heeft.’
Joost benadrukt dat dit werk al door zijn voorganger in gang was gezet. ‘Dat is ook mooi om te zien: je bouwt voort op wat anderen vóór jou hebben gedaan. In Vietnam liggen mogelijk vergelijkbare kansen. Daar willen we kijken of we stappen kunnen zetten in e-certificering maar ook voortbouwen op reeds bestaande initiatieven.’
Gijs Theunissen bij een Nature Inclusive seminar
De meerwaarde van het LAN
De meerwaarde van het LAN ligt volgens Joost vooral in verbinden, kennis delen en het helpen opstarten van activiteiten, projecten en programma’s. ‘Er zijn veel goede initiatieven van organisaties, maar partijen weten vaak niet van elkaar wat er al gebeurt. Bijeenkomsten, missies en workshops helpen om die initiatieven zichtbaar te maken en aan elkaar te koppelen.’
Soms leidt dat tot concrete resultaten voor boeren en ketens. ‘Bijvoorbeeld dat kleine boeren in cacao, door training, certificering en toegang tot de Europese markt hun inkomen kunnen verbeteren. De uitvoerende organisaties verdienen daarvoor de credits, maar wij kunnen bemiddelen, faciliteren en partijen verbinden.’
Ook in gesprekken met Indonesische overheidsinstanties ziet Joost de meerwaarde van het LAN. ‘Rond de Europese ontbossingsverordening (EUDR) kun je van tegenstelling naar samenwerking bewegen. Dat vraagt om uitleg, dialoog en het zoeken naar gedeelde belangen.’
Gijs ziet een vergelijkbare rol in Thailand. Bangkok is volgens hem een belangrijke plek voor internationale beurzen, onder meer op het gebied van intensieve veehouderij en tuinbouw. ‘Onze kracht ligt in het organiseren van seminars op thema’s als antibioticaresistentie, digitalisering, satellietdata, tuinbouw en verduurzaming. Daarbij nodigen we Nederlandse bedrijven uit, maar ook Thaise stakeholders, kennisinstellingen en andere partijen. Zo breng je mensen met elkaar in contact.’ Een voorbeeld is een bijeenkomst over verduurzaming van landbouw waarbij investeerders, boeren, universiteiten en andere ketenpartijen aan tafel zaten. ‘De vraag was: wat kun je brengen en wat heb je nodig? Daar kunnen wij als LAN een rol in spelen.’
Daarnaast ziet Gijs het zichtbaar maken van Nederland als landbouw- en natuurland als een belangrijke taak. ‘NL Branding is heel belangrijk. Nederland moet zichtbaar zijn als land met veel kennis op het gebied van landbouw, voedsel en natuur.’
ASEAN-5 als regionale samenwerking
Een belangrijk gesprekspunt voor Gijs en Joost is de regionale samenwerking binnen ASEAN-5. Zij werken in de landen die deel uitmaken van deze gerichte samenwerking: Vietnam, Thailand, Maleisië, Singapore en Indonesië: landen die voor Nederland economisch en strategisch belangrijk zijn in Zuidoost-Azië.
Volgens Joost is die samenwerking mede ontstaan vanuit het ministerie van Buitenlandse Zaken, met het oog op versterking van het Nederlandse verdienvermogen in de regio. ‘Vanuit het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) gaat het daarnaast nadrukkelijk over verduurzaming. Dat hoeft elkaar niet te bijten. Het gaat er juist om dat je die doelen bij elkaar brengt. Ook als je binnen één werkgebied meerdere landen hebt, blijft het bijzonder om thema’s echt regionaal op te pakken’, zegt Joost. ‘Denk aan verduurzaming in de tuinbouw, integrated pest management, het terugdringen van pesticidegebruik, digitalisering en toegang tot kwalitatief goed zaaizaad en plantmateriaal. Dat zijn onderwerpen die in alle vijf landen spelen.’ Tegelijkertijd zijn er duidelijke verschillen tussen landen. Maar juist omdat veel thema’s overlappen, kun je regionaal leren en samenwerking organiseren.’
Asean-5 samenwerking: v.l.n.r. Joost van Uum, Ingrid Korving en Gijs Theunissen
Geodata en tuinbouw
Een concreet resultaat van de ASEAN-5-samenwerking was de geodatamissie naar Indonesië en Maleisië. ‘Digitalisering en digitale toepassingen in de landbouw, bijvoorbeeld met satellietdata, zijn in alle vijf landen relevant om te kunnen verduurzamen’, zegt Joost.
Bij de missie haakten ook partijen uit Thailand aan. Gijs ziet hoe zulke missies bijdragen aan relatievorming en kennisuitwisseling. ‘Je weet nooit precies of een missie direct tot een bepaald resultaat leidt, maar het helpt in het geheel. Mensen leren elkaar kennen, er ontstaat waardering en er komen vervolgcontacten.’
Ook de recente regionale tuinbouwmissie past in die lijn. ‘Als je als bedrijf meegaat op een missie rond digitalisering of tuinbouw, krijg je niet alleen zicht op één land’, zegt Joost. ‘Je krijgt een beeld van wat er in de hele regio speelt en komt in contact met stakeholders uit meerdere landen. Dat kan leiden tot vervolgacties in één of meerdere landen.’
Tijdens geodata-missie in gesprek met palmolieboeren in Maleisië
Kleine boeren en nieuwe technologie
Een belangrijke uitdaging in de regio is de positie van smallholders. In veel landen vormen kleine boeren de ruggengraat van de landbouw, maar zij kunnen niet altijd vanzelf de stap maken naar moderne technologie, digitalisering of hightechproductie.
‘In Indonesië is de tuinbouwsector, en zeker de glastuinbouw, nog relatief pril’, zegt Joost. ‘Je werkt daar aan bewustwording en aan de voorwaarden om nieuwe technologieën mogelijk te maken. Tegelijkertijd moet je steeds de vraag stellen: hoe betrek je kleine boeren hierbij?’
Gijs ziet een vergelijkbare uitdaging in Thailand. ‘De gemiddelde leeftijd van boeren is hoog. Jongere generaties willen niet vanzelfsprekend meer in de rijstvelden werken. Nieuwe technologie en digitalisering kunnen landbouw aantrekkelijker maken, omdat het werk minder fysiek en meer technologisch wordt. In Thailand zie je veel slimme jongeren die geïnteresseerd zijn in digitale toepassingen.’
Digitalisering vraagt echter niet alleen om technologie, maar ook om samenwerking tussen overheden. ‘Data moeten gedeeld kunnen worden’, zegt Joost. ‘In Indonesië staat dat nog aan het begin. Zelfs tussen ministeries worden data niet altijd gedeeld. Terwijl publieke data eigenlijk ook publiek toegankelijk zouden moeten zijn.’
Beeld: © BAN LAN Office
Het LAN team in Thailand samen met Pearypie, een pionier op het gebied van groene daken
Advies aan Nederlandse bedrijven
Voor Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen die actief willen zijn in Zuidoost-Azië hebben Gijs en Joost een duidelijk advies: investeer in relaties en luister goed.
‘Je moet niet denken dat je hier één keer langskomt en daarna de markt verovert’, zegt Gijs. ‘Je moet bouwen aan vertrouwen. Het gaat niet om iets verkopen en weer weggaan, maar om begrijpen wat lokaal nodig is en hoe jouw aanbod daarop kan aansluiten.’ Volgens hem vraagt dat om aanpassing. ‘Je kunt niet zomaar hightech brengen en zeggen: hier moet je het mee doen. Je moet kijken hoe kennis of technologie lokaal toepasbaar wordt.’
Joost herkent dat. ‘Zet niet alleen je eigen belang voorop. Kijk naar de context, de behoeften en de partners die er al zijn. Soms werkt het beter om samen op te trekken, bijvoorbeeld met overheden, kennisinstellingen of regionale partijen. De vraag is steeds: waar past Nederlandse kennis of technologie echt bij wat lokaal nodig is?’
‘Je kunt niet zomaar hightech brengen en zeggen: hier moet je het mee doen. Je moet kijken hoe kennis of technologie lokaal toepasbaar wordt’
Vooruitkijken
Voor Joost wordt het werkgebied vanuit Hanoi anders. Hij krijgt Vietnam en Thailand onder zijn verantwoordelijkheid. Dat vraagt volgens hem om focus. ‘Je moet keuzes maken. Je kunt niet alles doen. Het helpt dat ik de regio al ken en dat veel thema’s terugkomen: voedselzekerheid, verduurzaming, smallholders, digitalisering, integrated pest management en toegang tot kwalitatief goed zaaizaad en plantmateriaal.’
Tegelijkertijd zijn de verschillen tussen landen belangrijk. ‘De manier waarop overheden werken, de rol van de private sector, de mate van ondernemerschap en de toegankelijkheid verschillen per land. Daar moet je rekening mee houden.’
Regionale samenwerking vasthouden
‘De samenwerking binnen ASEAN-5 is uniek’, zegt Joost. ‘Je ziet dat veel onderwerpen in meerdere landen spelen. Door als LAN-teams samen op te trekken, kun je kennis beter delen, Nederlandse partijen beter positioneren en tegelijk werken aan verduurzaming.’
Ook voor Gijs is dat een belangrijke les. ‘Het gaat uiteindelijk om verbinden: Nederlandse kennis, lokale behoeften, overheden, bedrijven, boeren en kennisinstellingen. Als je dat goed doet, kun je met relatief beperkte middelen toch veel in beweging brengen.’
‘Door als LAN-teams samen op te trekken, kun je kennis beter delen, Nederlandse partijen beter positioneren en tegelijk werken aan verduurzaming.’
Meer informatie en contact
Voor meer informatie over Indonesië, Maleisië, Singapore, Thailand en Vietnam, neem contact op met de LAN teams op de Nederlandse ambassade in de regio:
LAN-team Thailand:
Email (Bangkok): ban-lvvn@minbuza.nl
LinkedIn: Netherlands Agricultural Network in Thailand
LAN-team in Vietnam:
Email (Hanoi): han-lvvn@minbuza.nl
LinkedIn: Netherlands Agricultural Network in Vietnam
LAN-team Indonesië, Maleisië en Singapore:
Email (Jakarta): jak-lvvn@minbuza.nl
Email (Kuala Lumpur): kll-lvvn@minbuza.nl
Email (Singapore): sin-lvvn@minbuza.nl