Hoewel het Midden-Oosten slechts een beperkte rol speelt in de wereldwijde productie en handel van landbouwproducten, kan een conflict in de regio grote gevolgen hebben voor agrarische markten wereldwijd. Dat is de belangrijkste conclusie van een recente studie van de OESO, waarin wordt onderzocht hoe geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten doorwerken in landbouwprijzen, kunstmestmarkten en voedselzekerheid. De studie laat zien dat de impact niet zozeer verloopt via directe verstoringen van voedselproductie, maar vooral via hogere energieprijzen en stijgende kosten voor kunstmest.
Landbouw is sterk afhankelijk van energie
De relatie tussen energie en landbouw is veel sterker dan vaak wordt aangenomen. Moderne landbouwsystemen zijn afhankelijk van diesel voor machines, aardgas voor kunstmestproductie, elektriciteit voor irrigatie en transportbrandstoffen voor logistiek. Daarnaast zijn landbouwmarkten steeds meer verbonden met energiemarkten via de productie van biobrandstoffen. Wanneer olieprijzen stijgen, wordt het aantrekkelijker om landbouwgewassen zoals maïs, suikerriet en plantaardige oliën te gebruiken voor energieproductie.
De OESO analyseerde deze mechanismen met behulp van het OECD-FAO Aglink-Cosimo-model. Daarbij werd gekeken naar een scenario waarin een conflict in het Midden-Oosten leidt tot hogere olieprijzen. Uit de modelresultaten blijkt dat de gevolgen voor landbouwmarkten niet onmiddellijk zichtbaar zijn, maar zich geleidelijk ontwikkelen via twee belangrijke kanalen: kunstmestprijzen en biobrandstofvraag.
Kunstmest als belangrijkste transmissiemechanisme
Volgens de studie vormen kunstmestmarkten het sterkste kanaal waarlangs een energieprijsschok de landbouw bereikt. Vooral stikstofmeststoffen zijn sterk afhankelijk van aardgas als grondstof en energiebron. Wanneer olie- en gasprijzen stijgen, nemen de productiekosten van kunstmest toe, waardoor boeren wereldwijd geconfronteerd worden met hogere inputkosten.
De gevolgen zijn niet overal gelijk. Landen die sterk afhankelijk zijn van geïmporteerde kunstmest worden het hardst geraakt. Boeren kunnen reageren door minder kunstmest toe te passen, wat uiteindelijk leidt tot lagere opbrengsten en hogere landbouwprijzen. De OESO concludeert dat juist deze afhankelijkheid van kunstmestimport bepalend is voor de mate waarin landen gevoelig zijn voor geopolitieke spanningen.
Ook tijdens eerdere geopolitieke crises bleek hoe sterk kunstmestprijzen kunnen reageren op verstoringen van energie- en grondstoffenmarkten.
De kwetsbaarheid van de kunstmestmarkt wordt nog versterkt doordat verschillende belangrijke producenten zich in of nabij het Midden-Oosten bevinden. Een verstoring van handelsroutes of energie-infrastructuur kan daardoor gevolgen hebben die ver buiten de regio voelbaar zijn. Ook tijdens eerdere geopolitieke crises, waaronder de oorlog in Oekraïne, bleek hoe sterk kunstmestprijzen kunnen reageren op verstoringen van energie- en grondstoffenmarkten.
Beperkte invloed via biobrandstoffen
Het tweede kanaal dat de OESO onderzocht betreft de vraag naar biobrandstoffen. Hogere olieprijzen kunnen ertoe leiden dat overheden of marktpartijen meer inzetten op ethanol en biodiesel als alternatief voor fossiele brandstoffen. Daardoor neemt de vraag naar landbouwgrondstoffen voor energieproductie toe.
De modelresultaten laten echter zien dat dit effect relatief beperkt blijft. Tijdelijke verhogingen van biobrandstofverplichtingen leiden slechts tot bescheiden stijgingen van voedselprijzen. Wel signaleert de OESO een verhoogd risico voor markten van plantaardige oliën, omdat deze grondstoffen zowel in voedsel als in biodiesel worden gebruikt. Daardoor kunnen spanningen ontstaan tussen voedsel- en energietoepassingen.
Geen herhaling van de voedselcrisis van 2022
De bevindingen verschillen opvallend van de situatie tijdens de eerste fase van de oorlog in Oekraïne. Toen werden directe leveringen van graan, oliehoudende zaden en kunstmest ernstig verstoord. Rusland en Oekraïne behoren immers tot de grootste exporteurs van verschillende landbouwproducten. Het Midden-Oosten speelt daarentegen een veel kleinere rol in de wereldwijde export van basisgewassen.
Dat betekent echter niet dat de risico's gering zijn. Omdat energie een fundamentele productiefactor is voor de landbouw, kan een langdurige energiecrisis alsnog leiden tot stijgende voedselprijzen. Volgens de OESO blijven de prijsstijgingen in het onderzochte scenario weliswaar gematigd, maar kunnen ze aanzienlijk oplopen wanneer verstoringen langer aanhouden of energie-infrastructuur beschadigd raakt.
Deze situatie onderstreept het belang van diversificatie van energiebronnen, gebruik van nutriënten en investeringen in circulaire landbouwsystemen.
Gevolgen voor Nederland en Europa
Voor Nederland en andere Europese landen ligt de grootste kwetsbaarheid bij de afhankelijkheid van internationale energie- en kunstmestmarkten. Hoewel de Europese landbouw relatief efficiënt is, blijft zij sterk afhankelijk van externe energiebronnen en grondstoffen voor meststoffen. Hogere energieprijzen vertalen zich rechtstreeks in hogere productiekosten voor glastuinbouw, akkerbouw en veehouderij.
Tegelijkertijd heeft Europa sinds de energiecrisis van 2022 stappen gezet om de afhankelijkheid van Russische energie te verminderen en de weerbaarheid van toeleveringsketens te vergroten. De huidige situatie onderstreept echter opnieuw het belang van diversificatie van energiebronnen, efficiënter gebruik van nutriënten en investeringen in circulaire landbouwsystemen. Deze maatregelen kunnen de gevoeligheid voor internationale schokken verkleinen.
Weerbaarheid wordt steeds belangrijker
De OESO-studie (in het Engels) benadrukt dat geopolitieke conflicten steeds vaker indirecte gevolgen hebben voor landbouw en voedselzekerheid. Niet de fysieke beschikbaarheid van voedsel staat daarbij centraal, maar de kwetsbaarheid van de systemen die voedselproductie mogelijk maken: energie, kunstmest, logistiek en handel.
Voor beleidsmakers betekent dit dat aandacht voor weerbaarheid van landbouwketens minstens zo belangrijk wordt als aandacht voor productievolumes. Een conflict in een regio die relatief weinig voedsel produceert, kan via energie- en grondstoffenmarkten alsnog voelbaar worden op boerderijen overal ter wereld. De recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten vormen daarvan opnieuw een duidelijke illustratie.