Het is een opgave voor de Franse tuinbouwsector om concurrerend te blijven ten opzichte van de internationale concurrentie; en met name voor de snijbloemen teelt in Frankrijk. Valhor, de Franse koepelorganisatie voor de sierteelt-, bloemisterij- en landschapssector, heeft een strategisch plan van aanpak voor de sector gepubliceerd. En Astredhor, een technisch instituut dat deel uitmaakt van het Acta-netwerk, ontwikkelt oplossingen voor onder meer grondloze teelt en gesloten teeltsystemen.
Branchevereniging Valhor komt met strategische aanpak
Het Franse VALHOR-rapport, "Plan de souveraineté pour la filière fleurs coupées 2026", schetst een strategische visie om de lokale snijbloemenproductie te versterken en de afhankelijkheid van import te verminderen. Het plan richt zich op het stimuleren van duurzaamheid, investeringen in onderzoek en innovatie, en het vereenvoudigen van regelgeving om de Franse sierteeltsector te verduurzamen en economisch te versterken.
Dit actieplan voor de Franse sierteelt richt zich op het heroveren van marktaandeel, met als doel dat binnen tien jaar één op de vijf verkochte bloemen in Frankrijk van eigen bodem komt.
De strategie rust op vier operationele pijlers:
- professionalisering via kennisdeling en digitalisering,
- kwaliteitsgarantie door certificering zoals Fleurs de France,
- logistieke optimalisatie, gericht op bundeling en ketenverkorting,
- en aanbodstructurering: betere afstemming op de marktvraag via datagebruik en collectieve marketing.
Horizontale thema’s in de strategie zijn een focus op economische weerbaarheid, ecologische transitie en politieke erkenning. Verder benoemt het rapport een vijftigtal concrete acties.
Lees het volledige plan van aanpak via VALHOR.
Prioriteiten van Valhor
Valhor verenigt verschillende schakels uit de gehele keten van de Franse sierteelt, bloemisterij en landschapsarchitectuur, om gezamenlijke doelen te bereiken. Het gaat hier om 10 verschillende Franse beroepsorganisaties uit drie verschillende disciplines: Productie (kwekers), Handel (bloemisten, tuincentra, groothandel) en Landschap (hoveniers en ontwerpers).
De prioriteiten van de sector zijn:
- Wegwerken van technische belemmeringen en behoud van volumes, met het oog op het behoud van het productiepotentieel
- Het vergemakkelijken van uitbreidingen van vergunningen voor het in de handel brengen van gewasbeschermingsmiddelen (voor gebruik in de groenteteelt en tuinbouw) en biologische bestrijding
- Het bevorderen van de structurering van de productie via producentenorganisaties (PO’s)
- De toegang tot financiering en investeringen voor modernisering vergemakkelijken
- De technische begeleiding versterken, met name door de organisatie Astredhor
2. Labeling en aantrekkelijkheid van de Franse productie verbeteren
- Het initiatief Fleurs de France verder onder de aandacht brengen via de inzet van marketeers en voorschrijvers
- De consumptie van producten van Franse oorsprong stimuleren via de promotie van producten en diensten bij klanten/eindgebruikers
- Communiceren over de waarde van het Franse product
- De complementariteit tussen Franse en geïmporteerde productie benadrukken om aan de marktbehoeften te voldoen
3. Identificatie van potentiële afzetmarkten
- Seizoensgebonden teelten met een groot potentieel in kaart brengen die in Frankrijk weinig of niet worden geproduceerd
- De verschillende markten analyseren (supermarkten, bloemisten, tuincentra, groothandels, bloemenwinkels)
4. Diversificatie en uitwisseling van teeltprotocollen
- Multicultuur aanmoedigen (groenteteelt + snijbloemen)
- Teeltprotocollen delen met producenten buiten de sector
- De volumes met “oorsprong Frankrijk” vergroten voor seizoensgebonden producties
5. Installatie, transport, opleiding
- De aantrekkelijkheid van de beroepen vergroten
- De basis- en bijscholing versterken
- De toegang tot grond vergemakkelijken
6. Logistiek
- Formaten standaardiseren (bakken, kisten, etiketten)
- De transportstromen verder optimaliseren
Beeld: PAR-LVVN team
Toegepast onderzoek in de tuinbouwsector richt zich al op innovatie
Binnen het Franse Acta-netwerk ondersteunen landbouw technische instituten de sectoren bij de ontwikkeling van hun werkwijzen door middel van toegepast onderzoek. Astredhor, het Franse technisch instituut voor tuinbouw, bloemisterij en landschapsarchitectuur, werkt samen met telers om de economische en ecologische prestaties van de bedrijven te verbeteren.
De missie van Acta en Astredhor: de Franse bloementeelt begeleiden naar innovatieve en verantwoorde productiesystemen.
In een context van sterke internationale concurrentie wordt innovatie als een essentiële hefboom gezien, om de productie van snijbloemen in Frankrijk in stand te houden.
Seizoensgebonden lokale bloementeelt
Om de import van bloemen, met name rozen, te beperken, heeft de sector de productie van bijvoorbeeld ranonkels en anemonen verder ontwikkeld. Deze soorten hebben het voordeel dat ze in de winter zonder verwarming groeien, wat de ecologische voetafdruk van de bedrijven aanzienlijk vermindert.
Deze keuze voor bepaalde soorten past in een algemene strategie om lokale, seizoensgebonden en milieuvriendelijkere bloemen aan te bieden.
Bovengrondse teelt, een technische innovatie
Getest en begeleid door Astredhor, wordt er geteeld op verhoogde bakken en substraten die specifiek zijn afgestemd op de behoeften van de planten. Deze techniek is een evolutie in de Franse productiesystemen en liep met name vooruit op het verbod op methylbromide. Volgens Acta levert dit bovendien aanzienlijke winst op, met een besparing van wel 40% op de arbeidskosten, terwijl de arbeidsomstandigheden worden verbeterd.
Gesloten systemen om hulpbronnen te sparen
Net als in Nederland en elders is deze innovatie gebaseerd op een nauwkeurig beheer van de inputs. Klimaatbeheer, irrigatie en bemesting worden computergestuurd, in een gesloten circuit zonder lozing in het milieu. Het resultaat volgens Acta: 26 % waterbesparing en 47 % minder meststoffen, terwijl de hoge kwaliteit van de geproduceerde bloemen behouden blijft.
De overgang naar duurzame bloementeelt begeleiden
Astredhor zet de werkzaamheden voort om nog verder te gaan op het gebied van:
- vermindering van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen,
- aantrekken van nuttige insecten,
- en het testen van biologische oplossingen.
Diverse methoden worden verkend en getest om concurrentievermogen, duurzaamheid en zelfvoorziening in de Franse bloementeelt te bewerkstelligen.
Beeld: © Valhor
Bron Valhor: De bloementeelt in Frankrijk is sterk geconcentreerd in de regio's Provence-Alpes-Côte d'Azur (PACA) en Pays de la Loire
Aanpak in het departement Var
De Provence-Alpes-Côte d'Azur (PACA), en dan met name het departement Var , is goed voor ca. 40% van de Franse snijbloemenproductie. Er zijn hier 570 tuinbouwbedrijven, die vooral in het gebied rond Hyères liggen en meer dan 700 hectare bewerken, waarvan meer dan de helft in kassen. Uit de Var komt een specifiek mediterraan aanbod voor de Europese markten: alstroemeria, anemonen, anthurium, gerbera, pioenroos, ranonkel.
De sierteelt in de Var zorgt voor meer dan 4.000 directe banen en genereert 38 % van de omzet van de landbouwproductie in de Var.
Sinds een tiental jaar streven de producenten in de Var naar hoge kwaliteit met de oprichting van het merk Hortisud dat is gecertificeerd volgens het “Charte Qualité Fleurs”, een nationaal referentiekader dat de garantie van bloemen van hoge kwaliteit en een lange houdbaarheid in de vaas garandeert.
Mediterrane kwekerijen
Naast snijbloemenproductie heeft ook de mediterrane plantenkwekerij zich de afgelopen tien jaar sterk ontwikkeld. Men biedt in de Var tegenwoordig twee grote soorten producten aan:
- bomen en struiken voor buiten die typisch zijn voor het zuiden: palmbomen, citrusbomen, olijfbomen;
- bloeiende mediterrane vaste planten: bougainvilles, oleanders en lantana's.
Lokaal productiesysteem
Het zogenaamde Système Productif Local (SPL) in de Var verenigt alle verschillende partners van de tuinbouwsector in de Var. Zo zijn meer dan 150 actoren, waaronder 130 landbouwbedrijven, direct betrokken bij acties om gezamenlijk een ontwikkelingsaanpak voor de tuinbouwsector te stimuleren.
Pays de la Loire
De tweede grote bloemproductieregio in Frankrijk is Pays de la Loire, in het Westen van het land. De tuinbouwproductie in de regio Pays de la Loire is zeer divers. Ze omvat een breed scala aan planten: snijbloemen, potplanten, struiken, bomen en klimplanten. De lokale telers leggen de nadruk op kwaliteit en duurzaamheid en maken daarbij steeds meer gebruik van milieuvriendelijke teelttechnieken.
In deze regio zijn volgens de lokale Chambre d’Agriculture (landbouwkamer) 715 tuinbouwbedrijven, die 3 449 ha bewerken met 3 360 vaste werknemers.
Meest geteelde bloemsoorten
De snijbloemen die in de regio Pays de la Loire worden geproduceerd zijn voornamelijk gerbera, chrysant, roos, gladiolen. Bovendien is deze regio de grootste producent van lelietjes-van-dalen.
Beroepsorganisatie
Deze regio kent het zgn. “Maison des horticulteurs”, een beroepsorganisatie die alle instanties uit de keten omvat die zich inzetten voor de tuinbouw- en boomkwekerijsector in de regio Pays de la Loire:
- ASTREDHOR,
- De regionale producentenorganisatie Bureau Horticole Régional (BHR),
- de landbouwkamer van de Pays de la Loire,
- VERDIR, (voorheen FNPHP) de Nationale Federatie van Tuinbouw- en Boomkwekerijproducenten,
- het innovatiecluster Végépolys Valley,
- de regionale dienst Opleiding en Ontwikkeling van de Regionale Directie Voeding, Landbouw en Bosbouw (DRAAF) van de Pays de la Loire,
- evenals vertegenwoordigers van onderwijsinstellingen.
Het initiatief voor deze organisatie wordt gedragen en geleid door de Landbouwkamer van de Pays de la Loire en wordt afwisselend voorgezeten door de voorzitters van Verdir en van de BHR.
Meest geteelde bloemen in Frankrijk
De productie van snijbloemen in Frankrijk is sterk gediversifieerd.
Top 5 van de bloemsoorten die in Frankrijk worden geteeld:
- Pioenroos met 18,8 miljoen stelen: Frankrijk behoort tot de grootste pioenproducenten ter wereld. Deze worden veel geteeld in de Var, Île-de-France en Bretagne.
- Anemoon met 16,8 miljoen stelen: voornamelijk geteeld in de Var, rond Hyères.
- Gerbera met 12,2 miljoen stelen
- Roos met 8,8 miljoen stelen: De regio Provence-Alpes-Côte d'Azur staat bekend om de productie van hoogwaardige rozen, vaak gebruikt voor zowel bloemisterij als de parfumindustrie (Grasse).
- Ranonkel met 8,6 miljoen stelen: net als anemonen worden deze ook voornamelijk rond Hyères geteeld.
Beeld: © Valhor
5 bloemsoorten vertegenwoordigen 36% van de totale bloemteelt productie in Frankrijk
Bovenstaande bloemsoorten betreffen in totaal zo’n 36 % van de totale productie in Frankrijk. Daarnaast zijn er allerlei andere bloemteelten, waaronder een paar specifiek bekend zijn in relatie tot Frankrijk.
- Lavendel: misschien wel de bekendste Franse teelt, geconcentreerd op de plateaus van de Provence (Drôme, Alpes-de-Haute-Provence, Vaucluse).
- Franse Tulpen (XL Tulips): deze worden voornamelijk in Zuid-Frankrijk in de volle grond gekweekt. Ze staan bekend om hun lange, stevige stelen en worden vaak in het vroege voorjaar geoogst.
- Mimosa: wordt specifiek in het zuiden van Frankrijk gekweekt, in de winter.
- Chrysanten: voornamelijk in het najaar geteeld voor Allerheiligen, dit is een belangrijke bloem in de Franse cultuur.
- Zonnebloemen: veel te vinden in het zuidwesten, waaronder Charente-Maritime, Vienne en Lot-et-Garonne.
Het lelietje van dalen doet van zich spreken dit jaar
Lelietjes-van-dalen (muguets) worden in Frankrijk het meest geproduceerd in de regio rond Nantes, gelegen in de Atlantische Loirestreek (Pays de la Loire). Meer dan 80% van de jaarlijks verkochte lelietjes-van-dalen in Frankrijk komt uit dit gebied.
Het lelietje-van-dalen staat bekend als een 'porte-bonheur' (geluksbrenger) en symbool voor de heropleving van de natuur. Op 1 mei, de Dag van de Arbeid, is het in Frankrijk een sterke traditie om lelietjes-van-dalen aan geliefden, vrienden en familie te geven als geluksbrenger. Op die dag waren tot nu toe bloemisterijen gesloten, maar mogen particulieren in Frankrijk lelietjes-van-dalen verkopen zonder belasting te betalen.
Een primeur: bloemisten mogen deuren openen op 1 mei
Op vrijdag 17 april 2026 heeft de Franse premier besloten dat bloemisten op 1 mei hun deuren mogen openen. Dit besluit vloeit voort uit de erkenning van de bijzondere rol van de sector, met name ter gelegenheid van deze dag die traditioneel in het teken staat van de verkoop van lelietjes-van-dalen.
Uitsluitend zelfstandige ambachtelijke bloemisten mogen hun zaak op 1 mei 2026 openen, ook met werknemers in dienst, binnen een strikt gereguleerd kader: werknemers mogen alleen werken op vrijwillige basis, met een schriftelijke overeenkomst, en tegen een dubbel loon.
Voor veel professionals in de groene sector is dit besluit van groot belang: 1 mei is van oudsher een dag met zeer veel commerciële activiteit, met name dankzij de verkoop van lelietjes-van-dalen. En dit is een overwinning voor Valhor.
