Een verkenning van het Franse Ministerie van Landbouw schetst vier scenario's voor de AGF-sector in 2040, variërend van technologische versnelling tot ecologische transitie, met als doel de dalende zelfvoorzieningsgraad te keren.
Klimaatverandering en voedselsoevereiniteit centraal
De zelfvoorzieningsgraad van Frankrijk op het gebied van groenten en fruit neemt af. Of het productieniveau op peil kan worden gehouden, zal afhangen van het vermogen om zich aan te passen aan de klimaatverandering en de gevolgen daarvan. Net als in andere landen is de Franse AGF sector gebaat bij diversificatie van gewassoorten. En er vinden ook in Frankrijk verschuivingen plaats in productiegebieden.
Dergelijke veranderingen zijn van invloed op de concurrentiefactoren in deze sectoren, en er zullen inspanningen nodig zijn om de consumptie en de productie op nationaal niveau beter op elkaar af te stemmen.
Zo blijkt uit de studie "What futures for the French fruit and vegetable sectors by 2040?", gemaakt door CERESCO en AgroClimat, in opdracht van het Franse ministerie van Landbouw, Agrovoeding en Voedselsoevereiniteit.
Een van de adviezen is een noodzakelijke aanpassing aan klimaatverandering via gewasdiversificatie en hittebestendige rassen, naast versterking van de voedselsoevereiniteit door een gelijk speelveld voor import.
Agrotechnologie en sterkere collectieve organisatie
Daarnaast is het advies een grootschalige inzet op agrotechnologie, zoals robotica, en een sterkere collectieve organisatie van producenten. Dit wordt als essentieel gezien om de concurrentiekracht en duurzaamheid te waarborgen. Er zullen ook inspanningen nodig zijn om de consumptie en de productie op nationaal niveau beter op elkaar af te stemmen.
De huidige stand van zaken
De groente- en fruitsectoren (inclusief aardappelen) beslaan 2,3 % van het landbouwareaal in Frankrijk en vertegenwoordigen meer dan 13 % van de landbouwbedrijven. Ze worden gekenmerkt door uiteenlopende productiemodellen:
- vollegrondsteelt,
- gediversifieerde tuinbouw,
- kassenteelt,
- eenjarige of meerjarige gewassen,
- en producten die bestemd zijn voor verwerking of voor de versmarkt.
Deze diversiteit, die ook tot uiting komt in de afzetkanalen, is zowel een sterkte als een zwakte. Ze maakt het mogelijk om de volatiliteit van de markt het hoofd te bieden en tegemoet te komen aan de uiteenlopende verwachtingen van de consument, die variëren naargelang leeftijd, sociale categorie, levensstijl, enz.
Anderzijds vergroot deze diversiteit de moeilijkheden waarmee de actoren worden geconfronteerd (aanpassing van mechanisatie en biologische bestrijdingsmiddelen aan soorten en omgevingen, enz.) en verspreidt ze hun reactievermogen.
De AGF sectoren kampen ook met structurele moeilijkheden, zoals dalende opbrengsten voor de meeste geteelde soorten, en toenemende uitdagingen bij het aanwerven van vaste of seizoenarbeiders, wat van fundamenteel belang is voor de sector.
De belangrijkste conclusies uit het biogeografisch onderzoek
Het biogeografisch onderzoek naar groenten en fruit in Frankrijk toont aan dat klimaatverandering de economische potentie voor boomfruitteelt in Zuid-Frankrijk (o.a. Middellandse Zeegebied) reduceert door gebrek aan winterkou, terwijl teeltmogelijkheden voor boomvruchten als appels en abrikozen noordwaarts verschuiven richting Dijon en Metz. Voor de groenteteelt is de impact minder groot en beheersbaar door seizoensaanpassing, maar voor beide sectoren is strategische diversificatie en aanpassing van rassen essentieel.
Geografische Verschuivingen en Biogeografische Analyse
De studie maakte gebruik van geavanceerde modellering (AgroClimat) om de economische levensvatbaarheid van gewassen te bepalen. Een ras wordt als economisch rendabel beschouwd bij een 'success rate' van meer dan 70%.
- De 'Noordwaartse opmars': Tegen 2040-2060 zullen regio's in Noord- en Noordoost-Frankrijk (zoals rond Dijon, Nancy en Metz) een klimaat krijgen dat vergelijkbaar is met de huidige zuidelijke Rhônevallei. Dit opent de deur voor grootschalige teelt van appels, peren, kersen, perziken en abrikozen in gebieden waar dit voorheen marginaal was.
- Knelpunten in het Zuiden: Het Middellandse Zeegebied en de zuidelijke Rhônevallei kampen met een dubbel probleem: een gebrek aan winterkou (nodig voor de bloei) en extreme zomerhitte/droogte. Voor traditionele rassen zoals de Bergeron-abrikoos dreigt hier het verlies van economische levensvatbaarheid.
- De Atlantische Kust: In regio's zoals Bretagne ligt de uitdaging primair bij het gebrek aan winterkou (vernalisatie) in plaats van droogte. Hier ligt de focus op de overstap naar rassen met een lagere koudebehoefte.
Diversificatie: Kansen en Barrières
Volgens de studie is het noodzakelijk nieuwe soorten te introduceren om de Franse productie op peil te houden:
- Nieuwe teelten: Er wordt gekeken naar citrusvruchten, granaatappel, vijgen, olijven, pistache, en zelfs mango en avocado in specifieke microklimaten.
- De 'Value Chain' uitdaging: De grootste barrière is niet de teelt zelf, maar de infrastructuur. Voor nieuwe gewassen zoals de pistache of granaatappel ontbreken momenteel de verwerkingsfaciliteiten (sorteren, verpakken) en de markttoegang. Voor producten zoals de cactusvijg is er momenteel zelfs vrijwel geen consumentenvraag.
Groenteteelt versus Fruitteelt
Er is een duidelijk onderscheid in de mate van aanpassingsvermogen:
- Fruitteelt (Boomgaard): Zeer kwetsbaar door de lange levensduur van bomen. Een verkeerde rassenkeuze heeft decennialang gevolgen. Diversificatie op bedrijfsniveau is essentieel om misoogsten door late vorst of hittegolven op te vangen.
- Groenteteelt (Open grond en Glas): Flexibeler omdat de plantcyclus korter is. Door zaaitijden te verschuiven of rassen sneller te wisselen, kunnen huidige productieregio's grotendeels gehandhaafd blijven. In de glastuinbouw is de controle over de omgeving nog groter, wat de risico's beperkt.
In noordelijke regio's kan het productiepotentieel toenemen, terwijl deze in het zuiden waarschijnlijk ongewijzigd zal blijven. Diversificatie op basis van nieuwe soorten die in Spanje of de Maghreb-landen worden aangetroffen, zoals de zoete aardappel, zou mogelijk kunnen zijn. Dit zou de totstandkoming van nieuwe waardeketens en voldoende concurrentievermogen vereisen om de import uit traditionele productiegebieden het hoofd te bieden.
De Rol van Irrigatie
Irrigatie wordt beschreven als een kritieke factor, maar geen wondermiddel:
- Opbrengstkloof: Het verschil in opbrengst tussen wel en niet geïrrigeerde percelen zal drastisch toenemen.
- Limieten: Irrigatie kan een ongeschikt klimaat niet compenseren. Als de temperatuur te hoog is of de winter te zacht, zal een gewas ook met voldoende water niet optimaal presteren.
Strategisch Advies voor de Sector
De transitie vereist volgens de studie een actieve rol van beleidsmakers:
- Geleidelijke vervanging: Boeren moeten worden gestimuleerd om in verouderende boomgaarden alvast nieuwe rassen tussen de oude aan te planten om risico's te spreiden.
- Onderzoek en Experiment: Er is een dringende behoefte aan proeftuinen voor rassenverbetering (resistentie tegen hitte en nieuwe plagen).
- Economische steun: Het opzetten van nieuwe afzetketens voor 'klimaat-exoten' vereist investeringen die individuele telers niet alleen kunnen dragen.
Contrasterende theoretische toekomstscenario's voor 2040
Het Franse rapport schetst vier contrasterende toekomstscenario’s die uitnodigen tot het maken van prognoses en tot reflectie. Ze zijn gebaseerd op literatuuronderzoek, interviews en workshops met belanghebbenden uit de sector. Deze scenario’s houden rekening met biogeografische kaarten en o.a. sociale, politieke, economische en technologische variabelen.
Het rapport gaat uit van vier uiteenlopende trajecten voor de Franse AGF-sector. Deze worden gespiegeld aan de kansen en uitdagingen die deze theoretische toekomstscenario’s zouden kunnen behelzen voor Nederlandse marktdeelnemers.
Gevolgen van klimaatverandering en (theoretische) herpositionering Frankrijk
Frankrijk bereidt zich voor op een geografische verschuiving van de teelt. Door klimaatverandering trekken traditionele Zuid-Europese teelten (zoals steenfruit en mediterrane groenten) naar het noorden van Frankrijk. Dit creëert een nieuwe dynamiek: Frankrijk wordt minder een "mediterrane producent" en zou meer een directe concurrent kunnen worden van de Noordwest-Europese (Nederlandse/Belgische) teeltgebieden.
Dit zou kunnen leiden tot een verschuiving in de Nederlandse positionering t.o.v. Franse AGF sector, bijvoorbeeld:
- Aanpassing in exportstrategie, met een andere focus op Frankrijk als afzetmarkt:
- Anticiperen op de 'Gat-in-de-markt' strategie: In scenario’s waar de Franse fruitteelt (appels/peren) tijdelijk inzakt door mislukte adaptatie, moet Nederland klaarstaan om de leveringszekerheid te garanderen.
- Focus op 'Klimaat-exoten': Er ontstaat in Frankrijk vraag naar nieuwe producten (zoals pistache, granaatappel, zoete aardappel). Hoewel Frankrijk dit zelf wil telen, ligt er een kans voor de Nederlandse handel om de logistieke ketens voor deze producten sneller op te zetten.
- Positionering als technologieleverancier (Agrotech):
- Watermanagement & Precisie-irrigatie: Ongeacht het scenario wordt waterbeschikbaarheid in Frankrijk hét kritieke punt. Nederlandse bedrijven in watertechnologie moeten hun marketing in de regio’s Bretagne en de Loire-vallei intensiveren.
- Beschermde Teelt: De Franse trend naar meer controle (teelt onder glas of netten) biedt kansen voor de Nederlandse kassenbouw en schermingsbedrijven. Positioneer Nederland niet alleen als productexporteur, maar als de 'architect' van de nieuwe Franse landbouw.
- Concurrentie-analyse:
- Monitor Bretagne en Normandië: Deze regio’s worden door Frankrijk aangewezen als de nieuwe hotspots voor groenten die voorheen uit Spanje kwamen. Dit zijn gebieden met een vergelijkbaar klimaat als Nederland.
- Kwaliteit en Branding: Frankrijk zal sterk inzetten op "Label Rouge" of lokale keurmerken om de eigen markt te beschermen. Nederland moet hiertegenover een ijzersterk duurzaamheidsverhaal zetten (bijv. laagste footprint per kilo product) om de toegang tot de Franse retail te behouden.
- Risicobeheersing
- Spiegelclausules & Protectionisme: Houd rekening met strengere Franse eisen op het gebied van residuen en verpakkingen die als handelsbarrière kunnen fungeren. Investeer preventief in 'clean label' innovaties.
- Wederkerigheid in R&D: Zoek samenwerking met Franse kennisinstituten (zoals INRAE). Door deel te nemen aan hun rassenproeven in het noorden, krijgt de Nederlandse sector eerder inzicht in welke nieuwe variëteiten de standaard worden.
Conclusie
De scenario’s die hier beschreven zijn, op basis van het rapport "What futures for the French fruit and vegetable sectors by 2040?", zijn geen toekomstvoorspellingen maar zijn bedoeld als “food for thought”. De ontwikkelingen die de Franse AGF sector zal (moeten) doormaken zijn, net als in Nederland en elders, onderhevig aan de realiteit van klimaatverandering, geopolitieke, economische en demografische omstandigheden.
Er zullen verschuivingen plaatsvinden in de Europese markt. En er zijn diverse kansen en mogelijkheden voor de Franse en de Nederlandse agrosector om deze transitie, soms als concurrenten, maar zeker ook als partners te realiseren.