In 2024 sloot Denemarken een politiek en maatschappelijk breed gedragen akkoord voor een Groen Denemarken.
Het lukte de natuurbescherming, de landbouworganisatie en de overheid om tot overeenstemming te komen over een veelomvattend Groen Akkoord.
In 2025 zijn 23 regionale overlegorganen, bestaande uit vertegenwoordigers vanuit de landbouw, natuurbescherming en betrokken gemeenten hard aan het werk gegaan om de herstructureringsmogelijkheden voor hun lokale stroomgebied te onderzoeken en er plannen voor op te stellen.
Tijd om een stand van zaken op te maken: hoe is de implementatie van het Groene Akkoord verlopen in het eerste jaar?
Doelen
Door dit Groene Akkoord is de grootste herverkaveling sinds de 19e eeuw in gang gezet met als doel:
- behalen van de klimaatdoeleinde,
- verbeteren van natuurkwaliteit,
- voldoen aan Kaderrichtlijn Water,
- invoeren van een duurzame landbouwtransitie.
Beeld: © Renske Nijland
Het Deense Groene Akkoord
Het Groene Akkoord, wat was er ook alweer afgesproken?
Het akkoord voorziet in een fundamentele hervorming van het landgebruik in heel Denemarken. Het bevat een aantal initiatieven om het milieu te beschermen en de impact op het klimaat te verminderen. De belangrijkste elementen zijn:
- 250.000 hectare nieuw bos voor 2045 - gelijk aan de oppervlakte van Luxemburg - onder meer om drinkwaterboringen te beschermen.
- Omvorming van 140.000 hectare laaggelegen koolstofrijke landbouwgrond (die bij de bewerking ervan grote hoeveelheden CO₂ uitstoot) tot natuurgebieden zoals wetlands en weiden.
- Meer biodiversiteit, waaronder de aanleg van 21 nieuwe nationale parken
- Inspanningen op het gebied van waterkwaliteit, met name op het verminderen van zuurstofgebrek in Deense fjorden en kustwateren door nitrificatie.
- Een CO₂-belasting op de veehouderij én akkerbouw; Denemarken wordt het eerste land ter wereld dat een dergelijke belasting invoert.
- Toekomstgerichte, concurrerende en duurzame voedselproductie met meer investeringen in biologische oplossingen, klimaattechnologieën en plantaardige voedingsmiddelen.
- 5,76 miljard euro voor het Deense Groene Landfonds om groene initiatieven te financieren.
- 23 lokale tripartiete groepen waarin gemeenten, overheid en vertegenwoordigers van de Deense Landbouw organisatie DAFC en de Deense Vereniging voor Natuurbescherming samenwerken om landbouwgrond om te vormen tot natuur.
In ons eerdere artikel Implementatie akkoord voor een groen Denemarken kun je meer lezen over de totstandkoming en belangrijkste elementen van dit akkoord.
Het eerste jaar (2025)
De focus lag het eerste jaar vooral op de stikstofdoelen in de EU Kaderrichtlijn Water (KRW). De focus lag op projecten die gezamenlijk 12.776 ton stikstofvermindering kunnen behalen en het uit de productie nemen van minimaal 140.000 ha koolstofrijke grond (veen).
Eind 2025 hadden alle 23 gebieden hun herstructureringsplannen opgesteld en tijdig ingediend. De plannen zijn tentatief, de landeigenaren doen vrijwillig mee en de taak is verschillend per stroomgebied.
Bij het ene deelgebied verliep het proces vlotter dan in andere gebieden, wat veelal afhankelijk was van de hoeveelheid grond en vervuiling in een gebied. Ter illustratie: in deelgebied Smålandsfarvandet lagen de plannen als eerste klaar en werd daar notabene tweemaal de stikstofdoelen voor hun achterland behaald. Echter, in het lokale overlegorgaan van de Isefjord en Roskilde fjord was de uitdaging aanzienlijk groter. Er is weinig intensieve landbouw en veehouderij op Seeland, maar de stikstofdoelen van het Isefjord en Roskildefjord zijn hoog. Dit komt door de omvang en de vorm van de fjorden. Daarnaast moet het achterland van Isefjord en Roskildefjord ook meehelpen om de stikstofuitdaging in het Kattegat op te lossen. Dit zorgde voor een ingewikkelde balans tussen milieuherstel en economische belangen.

Beeld: © Danmarks Statistik
Figuur 1: De 23 lokale gebieden, ingericht op basis van stroomgebied.
Yke’s groep werkte aan één gezamenlijk plan voor alle 20 gemeentes in dit gebied, waarvan enkele gemeentes grond hadden in wel drie stroomgebieden. Yke: “Ieder gemeentelijk deel moest door de eigen gemeenteraad worden goedgekeurd. In één gemeente is nog geen overeenstemming bereikt, doordat de gemeente de bestaande ontwikkelingsplannen een-op-een in wilde brengen. Maar daarmee zou het een gemeenteplan en géén gezamenlijk Groen Akkoord plan worden. De natuurvereniging had daar geen moeite mee, maar de landbouw wilde niet haar naam verbinden aan het onnodig veel goede landbouwgrond uit de roulatie te nemen. Als de gemeente toch hun plannen wil doorzetten en de individuele landeigenaar zijn land wil verkopen, dan is dat natuurlijk altijd mogelijk. Als een gebied of eigenaren niet willen meedoen, zoekt men alternatieve locaties of kiest men voor kavelruil. Daarbij focust men eerst op “laaghangend fruit”: plekken waar eigenaren bereid zijn om mee te werken.”
Zij vertelt dat de belangrijke inhoudelijke twistpunten tussen landbouw en natuurbeweging liggen: de landbouw wil primair sturen op de Kaderrichtlijn Water (KRW) en doelgerichte stikstofreductie, terwijl natuurorganisaties zoveel mogelijk natuur willen, ongeacht de precieze locatie. Yke benadrukt dat boeren veel te verliezen hebben (grond, bedrijf, familiebedrijf), terwijl natuurorganisaties wensen kunnen verzamelen zonder direct eigen risico. Het opbouwen van wederzijds respect vraagt tijd en goede persoonlijke relaties. Daarnaast is erkenning nodig dat beide partijen belang hebben bij schone fjorden, goed drinkwater en vruchtbare grond op lange termijn.
De belangrijkste drijfveer van Yke om actief deel te nemen aan dit proces is de behoefte aan duidelijkheid en een gezamenlijke stip aan de horizon: eindelijk concrete afspraken, inclusief een financieel kader. Consistentie is belangrijk in plaats van vage plannen. Wat helpt is dat er een substantieel budget beschikbaar is voor projecten die stikstofuitspoeling verminderen en koolstofrijke (veen)gronden uit productie halen. Dat wordt beschikbaar gesteld via nationale middelen, fondsen (zoals Novo Nordisk) en private investeerders die grond kopen om er natuur te realiseren. Dit maakt het makkelijker boeren te betrekken, omdat goede grond tegen hogere vergoedingen kan worden opgekocht of boeren in het gebied kunnen blijven via waardeverliesvergoeding en alternatieve eigendomsvormen.
Technische ondersteuning, samenwerking en communicatie
Technische ondersteuning
Voor de technische onderbouwing speelt het digitale gereedschap MARS (Multifunctional Areal Registration System) een centrale rol: dit systeem bundelt gegevens over bodemkwaliteit, stikstofvastlegging, gewasgeschiedenis, grondwaterlagen en eerdere landgebruiksdata, zodat lokale tripartiete groepen scenario’s kunnen doorrekenen en zien welke percelen de grootste milieuwinst opleveren. Ook bevat het kaarten waarop is aangegeven welke gronden veel koolstof bevatten. Yke ervaart deze tools vanuit het ministerie als nuttig, al moesten ministerie en regio’s leren werken met deze nieuwe instrumenten; “Er waren voortdurend directe lijnen nodig tussen gemeenten, landbouw en natuur richting het ministerie om knelpunten te bespreken.”
Samenwerking
Het samenwerkingsproces in 2025 was intensief en soms chaotisch: er was weinig tijd voor een gestructureerd plan van aanpak, waardoor men “de weg asfalteerde terwijl men al reed”. Achteraf had Yke graag meer structuur en een duidelijker communicatiemodel naar de achterban gehad, maar desondanks zijn in alle gemeenten afspraken gemaakt en zijn de benodigde reductieresultaten op papier gehaald, op die éne gemeente na.
Vertrouwen
Vertrouwen bleek een kwetsbaar maar essentieel element: in sommige gemeenten bestond al een traditie van samenwerking tussen landbouw en natuur. Elders (zoals rond Kopenhagen) was de kloof groter en begrip voor de boer minder. Door elkaar vaker te ontmoeten, elkaars bedrijven en natuurgebieden te bezoeken, samen te zoeken naar gezamenlijke belangen en veel informele gesprekken met eigenaren en omwonenden (koffieavonden, bijeenkomsten), groeide respect en ontstond ruimte voor compromissen.
Evalueren en vooruitkijken
Het onderzoeksproject TRANSFORM volgt het proces van het Groene Akkoord op de voet en heeft een eerste evaluatie uitgevoerd. Daarin wordt geconcludeerd dat de lokale groene tripartiete organen erin zijn geslaagd vertrouwen en een goed werkende samenwerking op te bouwen tussen uiteenlopende belangen. Het vertrouwen is echter persoonsafhankelijk en dus kwetsbaar; de implementatie in 2026 wordt daarom een echte stresstest.
De complexiteit van het landschap en de veelheid aan doelen (zoals waterkwaliteit, stikstof, klimaat, biodiversiteit, landbouwbedrijfsvoering, draagvlak van omwonenden) maakt het realiseren van herstructureringsplannen moeilijk. Yke ziet stikstofreductie als de belangrijkste taak en pleit ervoor om te beginnen met projecten waar mensen al willen, en daarna stap voor stap op te schalen.
Tegelijkertijd spelen er strenge nationale stikstofregels: zolang niet alle projecten uit de Groene Akkoord plannen zijn gerealiseerd, blijven generieke stikstofrestricties op landbouwgrond gelden. Daardoor hebben boeren nu al met output-gebaseerde stikstofquota te maken, die per grondsoort verschillend uitpakken en tot weerstand leiden.
Verwachtingen
Yke verwacht compensatieregelingen voor boeren in de zwaarst getroffen gebieden en sectoren, maar wijst erop dat de timing lastig is: “De nieuwe stikstofregels gaan al in, terwijl veel gebiedsprojecten pas vanaf 2027 echt van de grond komen. Daardoor willen sommige boeren eerst afwachten hoe de nieuwe stikstofregels voor hun eigen bedrijf uitpakken voordat ze instappen in grotere gebiedsprojecten”.
Voor 2026 voorziet Yke vooral een fase van uitvoering: starten met kansrijke projecten en “op een trein springen die al rijdt”, wetend dat grote opgaven zoals ruilverkaveling veel tijd kosten. Het lokale overlegorgaan blijft bestaan en heeft al opvolgmomenten ingepland om de voortgang te monitoren, bij te sturen en alternatieven te zoeken als gebieden uitvallen. Hierdoor kan de regio stap voor stap richting de stikstof- en KRW-doelen bewegen, zonder de landbouwidentiteit van Denemarken op te geven.
Kritische geluiden en potentiële bommen onder het akkoord.
Biodiversiteit
Een veel gehoorde kritiek vanuit belangenbehartigers van de natuur, is dat het planten van bomen niet voldoende is om de verbetering van de biodiversiteit te verzekeren. Donkere productiebossen op vervuilde grond zijn niet de geschikte plek voor kwetsbare natuur om te gedijen. De inspanningen voor de natuur lonen het meest bij de intacte natuur van Denemarken, en het vergroten van deze gebieden volgens hen.
Minister Jeppe Bruus (Ministerie van Groene Transitie) benoemt dat de Boswet wordt herzien om het meer aan te laten sluiten op hedendaagse behoeftes zoals meer recreatie en natuur, in plaats van voornamelijk op productiebossen. Bij deze herziening horen ook aangepaste subsidieregelingen. Naast het aanpassen van de boswet, is de lokale overlegorganen ook een handleiding aangeboden waarmee natuurambities beter meegenomen kunnen worden in de herstructureringsplannen.
Stikstof
Vanuit de Danish Agriculture and Food Council (DAFC, vergelijkbaar met LTO) wordt kritiek geuit op de dubbele stikstofregulering. De voorzitter van DAFC, waarschuwt dat de steun voor het akkoord gevaar loopt bij te strenge stikstofregelingen. De nieuwe stikstofregelingen, bekend gemaakt in december 2025, zouden te hoge eisen stellen aan de sector. Het zou ontbreken aan financiering en vakmanschap.
Grondprijzen
De overheid, gesteund door het Novo Nordisk Fonds, kan bedrijven en arealen op kopen om de ruilverkaveling te versoepelen en om strategisch gelegen grond uit de productie te kunnen nemen. Daardoor komt er druk op de grondprijs, waarbij de prijs niet meer samen hangt met de grond als productie middel. De pachtprijs is niet gewijzigd.
Beeld: © Danmarks Statistik
Prijzen voor landbouwgrond en pachtcontracten per eenheid, regio, product en periode
Pyrolyse en Bovaer; instrumenten onder vuur
Pyrolyse voor de productie van biochar is een maatregel in het arsenaal om CO2 uitstoot te verminderen. Er is subsidie voor uitgetrokken in het Groene Akkoord. De enige grootschalige productie is echter bekritiseerd vanwege gezondheidsklachten van omwonenden. De uitstoot van luchtweg irriterende stoffen zou te hoog zijn. Dit is des te meer teleurstellend voor de regering omdat het in de media komt kort na de problemen met Bovaer. Het verplicht gebruik van dit methaan remmende middel voor rundvee werd al afgesproken in de landbouwklimaat overeenkomst van 2021. De eerste uitkomsten van onderzoeken naar management (door Aarhus Universiteit) en een mogelijk verband tussen het gebruik van Bovaer en gezondheidsklachten bij koeien (door SEGES innovation) worden in 2026 verwacht. Dit geldt ook voor de herbeoordeling van de veiligheid, uitgevoerd door de European Food Safety Authority.
Lessen en voorbeelden voor Nederland?
We kunnen veel leren van de Deense casus, maar lessen kunnen niet direct worden overgenomen voor Nederland. Denemarken heeft een kleinere bevolking (6 mln.) en iets meer ruimte, wat de mogelijkheden vergroot en de problemen minder op scherp stelt.
Ook is in Denemarken is sociale cohesie sterker en is men meer gemeenschapsgericht dan in Nederland. Er is een traditie van samenhorigheid en samenwerking, waardoor het vanzelfsprekender is dat verschillende partijen met uiteenleggende belangen samen constructief opzoek gaan naar een oplossing.
Hoewel de doelstellingen nog niet bereikt zijn, is het duurzaamheidspunt op de horizon voor de Deense landbouw altijd erkend en bekend geweest bij belanghebbenden en is er systematisch naartoe gewerkt.
Het beschikbaar gestelde budget en de brede politieke borging van de voortgang levert een stabiel kader op waarbinnen de landbouw zich kan ontwikkelen en de natuur beschermt wordt.
Meer informatie
Voor meer of aanvullende informatie kunt u contact opnemen met de medewerkers van het LVVN Attaché Netwerk in Kopenhagen: kop-lvvn@minbuza.nl
Beeld: © Renske Nijland