De Franse overheid presenteerde afgelopen 11 februari, na meer dan tweeënhalf jaar vertraging, haar Nationale strategie voor voeding, voedingsmiddelen en klimaat. Deze “Stratégie nationale pour l’alimentation, la nutrition et le climat” (SNANC) stelt een duidelijk doel voor 2030: alle Fransen toegang geven tot gezondere, duurzamere en meer lokale voeding, en tegelijkertijd de landbouw- en voedselsoevereiniteit van het land versterken.
Beeld: © @Gezond eten
De SNANC is gebaseerd op de Klimaat- en Veerkrachtwet van 2021, die de thema’s voeding, voedingsleer en klimaat met elkaar verbindt.
Meer informatie (in het Frans) over deze wet is te vinden via deze link Loi climat et résilience : mesures clés et impact | info.gouv.fr
Inhoud van de strategie voor voeding, voedingsmiddelen en klimaat
Op de regering rustte de taak om in het plan de richtlijnen voor een “gezonde en duurzame” voeding tegen 2030 te definiëren en tegelijkertijd de belangen op het gebied van volksgezondheid, CO2-voetafdruk en voedselsoevereiniteit met elkaar te verenigen. Vanwege deze lastige opgave heeft de totstandkoming van het plan langer geduurd dan was voorzien.
De nationale strategie markeert volgens de regering een nieuwe stap in de overgang naar een eerlijker, gezonder en duurzamer voedingsmodel vanaf 2025, door voor het eerst het voedings-, voedsel- en klimaatbeleid samen te brengen. Ze bouwt voort op de bekende voedingsrichtlijnen, zoals “vijf stuks fruit en groenten per dag”, en past ze aan aan de uitdagingen op het gebied van gezondheid en klimaat.
Zo zal deze strategie bijvoorbeeld worden toegepast bij de aankoop van voeding voor collectieve restauratie, publieke instellingen en overheidsbedrijven, Fransen eten immers een warme maaltijd tussen de middag. Evenzo zal de voorkeur bij inkoop van voedingsmiddelen zal uitgaan naar producten afkomstig uit korte ketens en de aankoop van niet-Europese levensmiddelen zal worden vermeden, zo is te lezen in de de SNANC.
Een algemene strategie voor gezonde en duurzame voeding
De SNANC is tot stand gekomen in samenwerking met burgers en actoren uit de sector. Ze is gebaseerd op een brede raadpleging: in het kader van een burgerconventie zijn meer dan 4 000 bijdragen verzameld, evenals het advies van vier adviesorganen.
De operationele uitvoering ervan zal gebeuren via nationale thematische plannen met betrekking tot voeding en voedingsleer, met name door de herziening van onder meer het Nationaal Voedingsprogramma en het Nationaal Programma voor Voeding en Gezondheid.
Doelstellingen
De SNANC heeft 20 hoofddoelstellingen vastgesteld, waarvoor 85 acties zijn geïdentificeerd. Deze passen in de One Health-benadering, volgens de internationale definitie die is aangenomen door de vierpartijenalliantie WHO, WOAH, FAO en UNEP, met als uitgangspunt dat de gezondheid van mensen, dieren, planten en het milieu in brede zin (inclusief ecosystemen) nauw met elkaar verbonden en onderling afhankelijk zijn.
De regering heeft er voor gekozen om geen kwantitatieve en bindende doelstelling voor de vermindering van de vleesconsumptie op te nemen en ziet af van strengere regelgeving voor de agrovoedingssector. Daarmee zet de regering in op een transitie “van bovenaf”.
De 14 belangrijkste acties van de SNANC:
- Communicatie en bewustmaking over wat “gezonde en duurzame” voeding precies is, waarbij alle aspecten die in het kader van het SNANC zijn geïdentificeerd, worden meegenomen.
- Territoriale voedselprojecten tot hefbomen voor de transitie van de regio's maken, door hun erkenningscriteria op alle vlakken (economie, milieu, sociale rechtvaardigheid en gezondheid) systematisch te versterken.
- De transparantie vergroten van het percentage ‘duurzame en kwalitatief hoogwaardige’ producten in de jaarlijkse aankopen van distributeurs en commerciële horeca door een wettelijke verplichting.
- De duurzaamheid en voedingswaarde van het voedingsaanbod verbeteren door middel van het vaststellen van maximumgehalten aan zout, suikers en vetten en minimumgehalten aan vezels voor de meest relevante voedingsmiddelen.
- Voor het eerst regelgeving opstellen voor de voedingskwaliteit van maaltijden die worden geserveerd in kinderdagverblijven en verzorgingstehuizen, in overeenstemming met de nieuwe voedingsaanbevelingen.
- De collectieve catering blijven begeleiden bij het bereiken van de bestaande doelstellingen (met name het bereiken van 50% duurzame en kwaliteitsproducten, waarvan 20% biologisch), met name door financiële steun te verlenen aan kantines op het platteland en door ervoor te zorgen dat de staat het goede voorbeeld geeft, met name door de voorkeur te geven aan korte ketens en door de aankoop van niet-Europese levensmiddelen resoluut te vermijden.
- De blootstelling van kinderen en adolescenten aan reclame en sponsoring voor producten met een te hoog vet-, suiker- of zoutgehalte in de verschillende media (traditionele en digitale) doeltreffend verminderen, , en in dit kader duurzame en kwaliteitsvolle producten promoten. Indien vrijwillige maatregelen ontoereikend blijken, zal een regelgevende maatregel ter regulering van voedselmarketing in de media worden overwogen.
- Het voedings- en bewegingsklimaat binnen gemeenschappen, bedrijven en overheidsinstanties verbeteren door de ontwikkeling van het PNNS-handvest (dat is het Nationaal programma voor gezonde voeding), met de voorbeeldige inzet van de overheid om dit klimaat voor haar ambtenaren te verbeteren.
- De voedings- en milieukwaliteit van voedselhulp verbeteren en lokale solidariteitsprojecten ondersteunen (programma “Beter eten voor iedereen”).
- De toepassing van het wetgevingskader voor de bestrijding van voedselverspilling versterken door gecoördineerde controles uit te voeren bij alle betrokken exploitanten.
- Het bevorderen van het duurzaam actief bewegen, met name voor jongeren, waarbij wandelen en fietsen worden geïntegreerd als middel voor lichamelijk en geestelijk welzijn, in een alomvattende aanpak van gezonde voeding en duurzame levenswijzen.
- Experimenteren met manieren om het vrijwillige gebruik van de Nutri-Score uit te breiden naar niet-voorverpakte levensmiddelen en buitenshuis eten, zodat mensen weloverwogen keuzes kunnen maken die goed zijn voor hun gezondheid.
- Na een gezamenlijke ontwikkelingsfase, invoering van vrijwillige milieukeurmerken voor levensmiddelen die op de markt worden gebracht.
- Objectivering van de milieucriteria van labels particuliere keurmerken, evenals de praktijken en effecten die daaruit voortvloeien, met het oog op hun toekomstige regulering in het kader van de Europese richtlijn inzake milieuclaims.
Wat valt op bij deze 14 keuzes?
De veertien “belangrijkste acties” die vanaf 2026 prioritair zijn volgens de SNANC, ondersteunen onder meer de valorisatie van de biologische landbouw. Dit komt in verschillende acties tot uiting.
De SNANC bevestigt bijvoorbeeld de doelstelling om collectieve catering te begeleiden naar 50 % duurzame producten (waarvan 20 % biologisch). Nieuw daarbij is het voorstel voor een regelgevend kader voor de voedingskwaliteit van maaltijden die worden geserveerd in kinderdagverblijven en verzorgingstehuizen. Dit kan mogelijk nieuwe markten openen voor lokale productie. Om het aanbod af te stemmen op de vraag, wordt ingezet op de versterking van de territoriale voedselprojecten, die worden gezien als echte “hefbomen voor de transitie van de regio's”.
Voor de landbouw- en agrovoedingssector worden in gespecialiseerde media twee punten uit de SNANC uitgelicht:
- Vleesconsumptie: “beperking en soevereiniteit” prevaleren boven “vermindering”
Volgens de Franse media is dit punt opmerkelijk, omdat de SNANC een “beperking” van de consumptie van vlees en vleeswaren aanbeveelt, en geen bindende en gekwantificeerde “vermindering”, zoals eerder werd aangekondigd door de betrokken ministeries. De SNANC pleit wel voor een “vermindering van de consumptie van geïmporteerd vlees”
De keuze voor een vermindering van de vleesimport dient om de consumptie van “lokaal, duurzaam en kwalitatief hoogstaand vlees” te bevorderen. Deze aanbeveling werd toegejuicht door de brancheorganisatie Interbev (vee en vlees).
Er wordt geen afstand van de voedseltransitie genomen want er wordt ook de nadruk gelegd op diversificatie ten gunste van plantaardige eiwitten en “bronnen van dierlijke eiwitten afkomstig van duurzame productiemethoden”.
- Ultraverwerkte voedingsmiddelen (UVV’s), de keuze voor een gematigde aanpak
Dit onderwerp is zeer actueel in Frankrijk en er werd dan ook met interesse uitgekeken naar het standpunt van de regering over de regulering van de agrovoedingsindustrie, met name wat betreft UVV's en marketing gericht op minderjarigen. Ook hier kiest de regering voor een zekere terughoudendheid door een niet-bindende aanpak te hanteren.
Op basis van een rapport van het Anses (het Franse Nationale Agentschap voor Voedsel, Milieu en Veiligheid) waarin de risico's van de consumptie van UVV's als onvoldoende gedefinieerd worden beschouwd, heeft de regering maatregelen om UVV's strikt te beperken afgewezen. Meer informatie is te vinden op de website van ANSES : Aliments dits ultratransformés : mieux comprendre leurs effets potentiels sur la santé | Anses - Agence nationale de sécurité sanitaire de l’alimentation, de l’environnement et du travail
De Franse media vermeldt dat er evenmin geen dwingende maatregelen zijn genomen om reclame voor te vette, te zoute of te zoete producten gericht op minderjarigen aan banden te leggen. Dit was wel de verwachting, zo is in de pers te lezen, echter de voorkeur is uitgaan naar een meer vrijwillige aanpak.