Hoe zorgen Europa en haar lidstaten ervoor dat ook toekomstige generaties toegang houden tot voldoende, kwalitatief hoogwaardig en duurzaam geproduceerd voedsel? Deze vraag stond centraal tijdens een thematische bijeenkomst bij de Organisation for Economic Co‑operation and Development (OECD) in Parijs. Vertegenwoordigers uit het agrobedrijfsleven, onderzoekers en jonge professionals uit Nederland en Frankrijk kwamen hier samen om de toekomst van voedselzekerheid, landbouw en Europees beleid te bespreken.
Het evenement werd georganiseerd door het landbouwteam van de Nederlandse ambassade in Parijs, het landbouwteam van de PV OESO, ABS in samenwerking met de landbouwafdelingen van de OECD. De bijeenkomst vond plaats op het hoofdkwartier van de OECD, het historische Château de la Muette in Parijs, en bood een platform voor dialoog over de toekomst van het Europese agrovoedselsysteem.
Voedselzekerheid hoog op de internationale agenda
Voedselzekerheid staat wereldwijd steeds nadrukkelijker op de beleidsagenda. Klimaatverandering, geopolitieke spanningen, druk op natuurlijke hulpbronnen en veranderende consumptiepatronen stellen het landbouw- en voedselsysteem voor grote uitdagingen.
Volgens recente OECD-analyses speelt de Europese agrovoedingssector een belangrijke rol in zowel Europese als mondiale voedselzekerheid. Hoewel landbouw slechts ongeveer 1,7% van het bbp van de Europese Unie vertegenwoordigt, is de EU uitgegroeid tot de grootste agro-foodexporteur ter wereld en tegelijkertijd een van de grootste importeurs van landbouwproducten.
De sector is echter sterk in verandering. Het aantal landbouwbedrijven neemt af terwijl de gemiddelde bedrijfsomvang groeit. Tegelijkertijd veranderen consumptiepatronen: binnen Europa verschuift de consumptie van vlees al decennia van rundvlees naar meer pluimvee. Deze trends laten zien hoe landbouw, voedselproductie en internationale handel steeds sterker met elkaar verbonden raken.
Presentatoren op deze foto v.l.n.r.: Martin von Lampe, Roger Martini, Jasper Dalhuisen, Francesco Vaninini
OECD-analyse: beleid moet productiviteit, duurzaamheid en weerbaarheid combineren
Tijdens de bijeenkomst werden inzichten besproken uit verschillende OECD-studies over de toekomst van landbouw en voedselbeleid in Europa. De OECD benadrukt dat toekomstig landbouwbeleid moet bijdragen aan drie belangrijke doelstellingen: productiviteit, duurzaamheid en weerbaarheid van voedselsystemen.
Landbouw speelt bovendien een cruciale rol bij het behalen van internationale klimaat- en duurzaamheidsdoelen, zoals het akkoord van Parijs en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling, waaronder SDG 2 (Zero Hunger). Tegelijkertijd groeit de druk om landbouwbeleid beter af te stemmen op klimaat- en milieudoelen.
Binnen Europa bevatten initiatieven zoals de European Green Deal en de Farm to Fork Strategy ambitieuze doelstellingen, bijvoorbeeld voor het terugdringen van nutriëntenverliezen, het verminderen van antimicrobieel gebruik in de veehouderij en het versterken van biodiversiteit in landbouwgebieden.
Wereldwijd blijft landbouwsteun hoog
Een belangrijk thema in de OECD-analyse is de rol van overheidssteun aan de landbouwsector. Volgens het rapport Agricultural Policy Monitoring and Evaluation 2025 bedroeg de totale steun aan landbouw in 54 onderzochte landen in de periode 2022–2024 gemiddeld circa USD 842 miljard per jaar.
Een aanzienlijk deel van deze steun bestaat nog steeds uit instrumenten die productie of handel kunnen verstoren, zoals marktprijssteun of subsidies gekoppeld aan productie of inputgebruik. De OECD pleit daarom voor een verschuiving naar meer doelgerichte en minder marktverstorende vormen van ondersteuning, bijvoorbeeld investeringen in innovatie, kennisontwikkeling en duurzame landbouwpraktijken.
Binnen de Europese Unie bedraagt de steun aan landbouwproducenten ongeveer 16,4% van de bruto landbouwinkomsten, wat nog altijd boven het gemiddelde van veel andere OECD-landen ligt. Volgens de organisatie zijn investeringen in onderzoek, innovatie en digitalisering essentieel om de productiviteit te verhogen en tegelijkertijd milieudruk te verminderen.
Op deze foto v.l.n.r. Marta Arbinolo, Jasper Dalhuisen, Mark van der Velden, Nynke Runia
Toenemende droogterisico’s versterken druk op voedselsystemen
Naast economische en beleidsmatige uitdagingen vormt klimaatverandering een steeds grotere factor voor landbouw en voedselzekerheid. Volgens het OECD-rapport Global Drought Outlook worden droogtes wereldwijd frequenter, langduriger en intensiever.
Inmiddels ervaart ongeveer 40% van het wereldwijde landoppervlak vaker en ernstigere droogteperiodes, terwijl het gebied dat door droogte wordt getroffen sinds 1900 ongeveer is verdubbeld. Voor de landbouwsector heeft dit directe gevolgen. In bijzonder droge jaren kunnen opbrengsten van gewassen met tot 22% dalen, terwijl de economische schade van droogte wereldwijd sterk toeneemt.
De OECD benadrukt dat droogte niet alleen een waterbeheerprobleem is, maar een uitdaging voor het volledige agro-voedselsysteem. Effectieve oplossingen vragen om maatregelen in onder meer landbouw, landgebruik en infrastructuur. Innovaties zoals efficiëntere irrigatiesystemen, klimaatbestendige gewassen en beter bodem- en waterbeheer kunnen daarbij een belangrijke rol spelen.
Dialoog tussen beleid, wetenschap en jonge professionals
Naast beleidsmakers en experts kregen ook jonge deelnemers een prominente rol tijdens de bijeenkomst. Studenten en jonge professionals uit Nederland en Frankrijk, de deelnemers en winnaars van het Young Talent programma van de Erasmus-Descartes Conferentie over voedselzekerheid van november 2025, presenteerden hun ideeën over de toekomst van het voedselsysteem. De jonge professionals pleitten onder meer voor het plaatsen van “food in the center” van ons bestaan. Er zou een herwaardering van de betekenis van voedsel moeten plaatsvinden met een toekomstig voedselsysteem waarin consumenten actief bijdragen aan het productieproces. Daarmee komt de consument dichter bij de natuur, eet met de seizoenen en wordt de bewustwording over waar ons voedsel vandaan komt vergroot. Daarbij werd de filosofische vraag gesteld: “Leven we om te eten of eten we om te leven?”
Door de betrokkenheid van jonge professionals werd het debat verrijkt met nieuwe perspectieven op thema’s zoals innovatie in landbouwtechnologie, voedselsoevereiniteit en de rol van Europese samenwerking bij het versterken van duurzame voedselketens.
Frans-Nederlandse samenwerking
Nederland en Frankrijk behoren tot de belangrijkste spelers in de Europese agrifoodsector. Beide landen beschikken over sterke kennisinstellingen, een innovatieve landbouwsector en een omvangrijke agrofoodindustrie.
Samenwerking tussen de twee landen biedt kansen om oplossingen te ontwikkelen voor grote uitdagingen, zoals:
- verduurzaming van landbouwproductie
- digitalisering en precisielandbouw
- ontwikkeling van nieuwe eiwitbronnen
- versterking van weerbare voedselketens
Internationale kennisuitwisseling en samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en wetenschap spelen hierbij een cruciale rol.
Verbinding met de Salon International de l’Agriculture
De bijeenkomst vond plaats in dezelfde week als de Salon International de l’Agriculture (SIA) in Parijs, de grootste landbouwbeurs van Frankrijk. Deze jaarlijkse publieksbeurs trekt honderdduizenden bezoekers en vormt een belangrijk ontmoetingspunt voor de internationale landbouwsector.
Voor veel deelnemers bood dit de mogelijkheid om de beleidsdiscussies bij de OECD te combineren met ontmoetingen op de beursvloer, waar innovaties en ontwikkelingen uit de praktijk zichtbaar zijn.
Samen werken aan toekomstbestendige voedselsystemen
De bijeenkomst in Parijs onderstreepte het belang van internationale samenwerking bij het aanpakken van de complexe vraagstukken rond voedselzekerheid. Door kennis te delen, jonge talenten te betrekken en internationale netwerken te versterken, kunnen landen gezamenlijk werken aan duurzame en robuuste voedselsystemen.
Juist in een tijd waarin voedselproductie steeds vaker wordt beïnvloed door geopolitieke, economische en klimaatgerelateerde ontwikkelingen, blijft samenwerking tussen landen zoals Nederland en Frankrijk essentieel om de voedselvoorziening van morgen veilig te stellen.
Marion Jansen, Director of the Trade and Agriculture Directorate (TAD), OECD