Denk je aan België, dan denk je al snel aan regen en grijze lucht. Toch wordt Vlaanderen tegenwoordig beschouwd als één van de meest waterarme regio’s van Europa. Door de klimaatverandering dreigt die situatie de komende jaren eerder te verslechteren dan te verbeteren. Het zogeheten actieplan Blue Deal legt de krijtlijnen vast van de Vlaamse overheid om Vlaanderen beter te wapenen tegen zowel wateroverlast als droogte. Voor 2026 is hiervoor 51 miljoen euro voorzien, waarvan ook een deel ten goede komt aan de landbouw.
Beeld: © Canva
Blue Deal middelen voor 2026
Terwijl de eerste versie van het actieplan Blue Deal (2020–2024) nog over een budget van bijna een half miljard euro beschikte, bedraagt het budget voor de Blue Deal in de huidige legislatuur (2025–2029) 330 miljoen euro. Voor het jaar 2026 is daarvan 51 miljoen euro gereserveerd. Het grootste deel van dat bedrag, ongeveer 34 miljoen euro, is bestemd voor natuurherstel en een betere waterbuffering. De Vlaamse overheid wil dit realiseren door in te zetten op het laten hermeanderen van rivieren, het herstellen van natuurlijke oevers, het aanleggen en uitbreiden van overstromingsgebieden, bufferbekkens en vijvers, en het herstel van natte natuur.
Beeld: © Canva
Ook voor landbouwers zitten er relevante maatregelen tussen. Zo maakt bijvoorbeeld de plaatsing van stuwen in kleine waterlopen, die de waterbuffering verbeteren, deel uit van bovenstaande maatregelen.
Het resterende gedeelte, zo’n 17 miljoen euro, is gereserveerd voor:
- de verbetering van de waterkwaliteit (6 mio euro)
- lokale samenwerkingsverbanden voor een klimaatrobuuster landschap (5 mio euro)
- educatie (3 mio euro)
- beleids- en wetenschappelijke ondersteuning (2,96 mio euro).
Van droog naar natter
Omdat Vlaanderen jaarlijks nog steeds voldoende neerslag krijgt, ligt een deel van de oplossing in een betere infiltratie van regen- en oppervlaktewater in de bodem. Dat moet niet alleen helpen om de watervoorraden aan te vullen, maar ook om de gewasteelten, die de afgelopen jaren zwaar werden getroffen door droogte, te ondersteunen.
Net als Nederland experimenteert Vlaanderen daarom met stuwen in de fijnmazige haarvaten van het waternetwerk, gecombineerd met peilgestuurde drainage. Deze vorm van klimaatadaptief waterbeheer is relatief eenvoudig en goedkoop uit te voeren, maar kan een groot effect hebben.
De vraag is echter: waar plaats je zulke stuwen het best, wat is de impact op de teeltopbrengst en wat zijn de eerste ervaringen in de praktijk?
Stuwpotentiekaart voor landbouwers
De Bodemkundige Dienst, Boerennatuur Vlaanderen en KU Leuven onderzochten dit in het project ‘Stuwviewer met impact’. Daarbij werd gekeken naar geschikte locaties voor stuwen en hun mogelijke impact op teeltopbrengsten.
De resultaten zijn verwerkt in een digitale kaart voor de Kempen en de Vlaamse Zandstreek: de zogenaamde stuwpotentiekaart. Hieruit blijkt dat stuwen vooral effectief zijn in waterlopen langs vlakke landbouwpercelen met een goed doorlatende bodem.
Het effect kan bovendien worden versterkt door stuwen te combineren met peilgestuurde drainage. Via subirrigatie kan het water dan verder het perceel intrekken.
Een app met bijbehorende kaart zijn inmiddels beschikbaar voor landbouwers.
Beeld: © Canva
Subsidies en versoepelde regels
Om de plaatsing van stuwen te stimuleren, voorziet de Vlaamse overheid subsidies in het kader van de Blue Deal. Aanvullend ondersteunen sommige provincies en gemeenten dergelijke investeringen financieel. Daarnaast is het vergunningskader versoepeld: voor het plaatsen van stuwen in kleine waterlopen is geen omgevingsvergunning meer nodig.
Praktijkervaring versus wetenschappelijke onderbouwing
Een landbouwer aan de Vlaams-Nederlandse grens deelde al een eerste indicatie van het mogelijke effect. Hij schat dat de aanleg van stuwtjes op zijn percelen de maïsopbrengst met ongeveer één ton droge stof per hectare verhoogt. Daarnaast denkt hij jaarlijks zo’n 400 tot 500 euro per hectare te besparen op beregeningskosten.
Tegelijk willen de partners van het project ‘Stuwviewer met impact’ de effecten van de stuwtjes op het grondwaterpeil en de teeltopbrengsten in een tweede onderzoeksfase nog wetenschappelijk berekenen.

