Nederland en Duitsland zijn nauw met elkaar verbonden als het om landbouw en voedsel gaat. De landen delen grenzen, handelsstromen en milieuvraagstukken, en hebben intensief contact over thema’s als stikstof, waterkwaliteit, mest, innovatie en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Fenna van Selm werkt sinds september 2025 als LVVN-attaché op de Nederlandse ambassade in Berlijn. ‘Juist op thema’s als digitalisering en alternatieve eiwitten hebben we veel te bieden.’
Fenna van Selm
Fenna komt uit Utrecht. ‘Ik heb daar economie gestudeerd, met een focus op gedrag,’ vertelt ze. ‘Daarna werd ik Rijkstrainee bij het ministerie van Economische Zaken, inmiddels zes en een half jaar geleden.’ In de jaren daarna werkte ze op verschillende plekken binnen de overheid en ontdekte ze waar haar energie zit: ‘Ik merkte dat ik blij word van mensen verbinden op lastige onderwerpen, van werk dat tot concrete uitkomsten leidt en van internationale samenwerking.’
Die combinatie kwam samen toen ze overstapte naar het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). ‘Dat was een heel goede keuze. Ik werkte onder meer aan het GLB van de Europese Unie en coördineerde de Eco-regeling. Dat is een regeling binnen het GLB waarbij boeren extra steun kunnen krijgen voor aanvullende duurzame maatregelen, bijvoorbeeld voor biodiversiteit of bodemkwaliteit. Via dat werk raakte ik steeds meer geïnteresseerd in het LVVN Attaché Netwerk (LAN). En Duitsland stond al langer op mijn lijstje als een plek waar ik graag zou willen werken. Sinds september 2025 werk ik als LVVN-attaché in het LAN team op de Nederlandse ambassade in Berlijn.’
Op de fiets door Berlijn
Over haar nieuwe standplaats is ze enthousiast. ‘Berlijn is een fijne stad: actief, levendig, divers en internationaal. Ik heb er snel mijn weg gevonden. Ik had al vrienden en kennissen hier, maar mensen koppelen je ook gemakkelijk aan anderen. In de zomer zit iedereen in parken of bij zogenaamde Spati’s (kleine winkeltjes) buiten. Dan raak je makkelijk in gesprek. Als je openstaat voor verbinding, ontstaan er vanzelf contacten.’
Rondom Berlijn ligt de deelstaat Brandenburg. Fenna: ‘Die is landelijk en dunbevolkt. Je bent in relatief korte tijd in het bos of op het platteland. Je kunt de regionale trein nemen, maar ik ga ook op de fiets. Onlangs heb ik een sabbatical gehad en ben ik in een half jaar naar Centraal-Azië gefietst. Daardoor voelt alles in Berlijn dichtbij.’
Het LAN team in Berlijn en München
In Berlijn bestaat het LAN-team momenteel uit LVVN-raad Jack Vera, landbouwadviseur Merijn Bos, adviseur landbouw & innovatie Helena Arntz, beleidsondersteuner landbouw Nikki Third en managementondersteuner Anna Hermann. Op het Nederlands consulaat-generaal in München werken landbouwadviseurs Anna Sandl en Alet Meijer. Fenna: ‘Ze hebben me met open armen ontvangen. In september wordt op de ambassade altijd van alles georganiseerd, zoals teamdagen, dus ik kon meteen meedoen.’
Het LAN team in Duitsland, met v.l.n.r. Jack Vera, Nikki Third, Merijn Bos, Anna Hermann, Alet Meijer, Helena Arntz, Femke Meijer (voormalig teamlid) en Fenna van Selm. Anna Sandl staat niet op deze foto
Direct aan de slag voor de Grüne Woche
Kort na haar start volgde vrij snel de organisatie van een van de grootste jaarlijkse momenten voor het team: de Grüne Woche. ‘Dat is de grootste landbouwbeurs ter wereld hier in Berlijn. Die vindt elk jaar midden januari plaats. Dit jaar bestond de beurs honderd jaar en Nederland is er al 75 jaar bij: we zijn de oudste internationale deelnemer. Veel werk, maar heel leuk om daar met vrijwel het hele team de schouders onder te zetten.'
'Wat ooit klein begon, is inmiddels echt het moment waarop heel landbouw-Nederland aanwezig is. Er waren zo’n 300 Nederlanders uit het bedrijfsleven in landbouw en voedsel. Daarnaast waren de minister en staatssecretaris van LVVN en de bestuursraad er, burgemeesters uit de grensregio’s, gedeputeerden van elf van de twaalf provincies en ook Tweede Kamerleden.'
‘Parallel aan de beurs wordt een landbouwministerconferentie georganiseerd, de grootste ter wereld. Volgens mij waren er ministers uit zo’n zeventig landen. Dat is supernuttig voor onze bewindspersonen, omdat ze daar hun collega’s van over de hele wereld kunnen spreken.'
Verder hadden we een groot Nederlands paviljoen waar iedereen elkaar ontmoet en waar we Nederland laten zien. Vanwege het jubileum hebben we ook een tulp gedoopt: ‘Berlin Jubilee’. De nieuwe soort is geschonken aan de organisatie van de Grüne Woche en aan de stad Berlijn. Minister Wiersma en de Duitse minister Alois Rainer hebben hem samen gedoopt. De foto van dat moment verscheen in allerlei artikelen. De Duitsers vonden het prachtig.’
Verschillen tussen Nederland en Duitsland
Hoewel het buurlanden zijn, verschillen Nederland en Duitsland duidelijk als het om de landbouw gaat. Fenna: ‘In grensregio’s zoals Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen lijkt de landbouw sterk op die van Nederland. Maar in Beieren heb je bijvoorbeeld veel kleine familiebedrijven, met slechts een handvol koeien. In Oost-Duitsland, de oude DDR-deelstaten, zijn juist zeer grote bedrijven te vinden. Vaak van duizenden hectares. Dat komt voort uit de geschiedenis van genationaliseerde landbouwbedrijven in de communistische periode. Later is grond deels teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaren, maar veel bedrijven zijn in grote vorm blijven bestaan. Ik heb heel veel zin om die diversiteit in de Duitse landbouw de komende jaren beter te leren kennen.’
Ook als het gaat om milieuthema’s zijn er verschillen. ‘Beide landen hebben te maken met te veel stikstofverliezen naar het milieu,’ legt Fenna uit. ‘Maar waar het in Nederland gaat over stikstofdepositie in natuurgebieden, zijn ze in Duitsland vooral druk met het nitraatgehalte in het grondwater. Bovendien is er in Nederland sprake van een nationaal probleem, waar het in Duitsland meer regionaal speelt.’
‘Een kwart van de Nederlandse agrifood-export gaat naar Duitsland’
Een brede landbouwagenda
Deelstaten hebben een belangrijke rol in het federaal georganiseerde Duitsland. Fenna: ‘We richten ons niet alleen op de Bondsregering. Vorig jaar is een landbouwverklaring ondertekend tussen Noordrijn-Westfalen, LVVN en de provincies Gelderland, Overijssel, Limburg en Noord-Brabant. Daarmee willen we de samenwerking met Noordrijn-Westfalen verder verdiepen.’ De relatie was al sterk, ‘maar met deze verklaring geven we daar meer structuur en continuïteit aan.’
‘Er werd al samengewerkt op thema’s zoals mesttransporten en dierziekten, maar de agenda is verbreed. Onderwerpen zijn onder meer toekomst van het GLB, plattelandsontwikkeling, groen onderwijs en landbouwinnovatie. Het gaat dus om een brede agenda, waarbij de onderwerpen soms bij LVVN en soms bij de provincies liggen.’
Het dopen van de Berlin Jubilee, door Bundesminister für Ernährung, Landwirtschaft und Heimat Alois Rainer en toenmalig minister van LVVN Femke Wiersma, in aanwezigheid van onder andere Eurocommissaris voor Landbouw Christophe Hansen
Voedselzekerheid en generatievernieuwing hoog op de agenda
Welke andere thema’s spelen een rol in Duitsland? Fenna: ’Voedselzekerheid is er een van. Duitsland importeert relatief veel en is afhankelijk van productie uit andere landen, waaronder Nederland. Ongeveer een kwart van de Nederlandse agrifood-export gaat naar Duitsland. De huidige Duitse federale minister van Landbouw heeft een nieuwe exportstrategie gepubliceerd. Daarin wordt ingezet op meer productie van eigen bodem en meer handel met meerdere partners. Dat betekent niet dat ze minder van Nederland willen, maar dat ze hun voedselzekerheid willen versterken door te werken aan een goed functionerend internationaal handelssysteem. Ook wij hebben daar belang bij.’
Generatievernieuwing staat ook hoog op de agenda. ‘Er wordt soms gesproken van Höfesterben: het verdwijnen van boerenbedrijven, vooral de kleine familiebedrijven in het zuiden. Boerderijen stoppen, bijvoorbeeld omdat er geen opvolging is.’
‘Beleidsdialoog is essentieel voor buurlanden Nederland en Duitsland, over de hele breedte van landbouw en natuur’
Alternatieve eiwitten en biologische markt
Het LAN team in Duitsland werkt de komende tijd aan uiteenlopende initiatieven op het gebied van marktontwikkeling, beleid en innovatie. Een van de onderwerpen is alternatieve eiwitten. Fenna: ‘We helpen Nederlandse startups die producten ontwikkelen rond alternatieve eiwitten om de Duitse markt op te gaan. Voorbeelden van bedrijven zijn Revyve, dat hoogwaardige, duurzame ingrediënten maakt uit gist om dierlijke componenten zoals ei te vervangen in voedselproducten, en Monkeys by the Sea, dat plantaardige visproducten ontwikkelt. Er zijn ook bedrijven die hybride producten ontwikkelen, zoals Olijck, dat onder andere gehaktballen maakt van rundvlees gemengd met zeewier, met een focus op zowel gezondheid als duurzaamheid.’
Ook is er een PIB (Partners for International Business) gestart dat zich richt op de Duitse markt voor alternatieve eiwitten en plantaardige voedingsproducten. ‘Het doel van deze PIB rond alternatieve eiwitten is om Nederland als betrouwbare partner voor Duitsland te profileren in de eiwittransitie en zo nieuwe zakelijke kansen te creëren voor Nederlandse bedrijven op de grootste Europese markt voor plantaardige voeding.’
Een ander belangrijke thema is de grote markt voor biologische producten. Fenna: ‘Ook op dit thema ondersteunen we een PIB. Het cluster, dat bestaat uit 14 bedrijven en de brancheorganisatie BioNederland, presenteert zich op meerdere beurzen in Duitsland, organiseert verdiepende sessies over de markttrends en werkt aan de opbouw van relaties met Duitse partijen. In Neurenberg wordt iedere winter (vlak na de Grüne Woche) de BIOFACH gehouden, internationaal de belangrijkste beurs voor de biologische sector. Het mooie is dat bedrijven daar dus niet alleen contact met Duitse partijen kunnen leggen, maar ook hun bredere internationale netwerk kunnen versterken. Collega’s Anna en Alet zijn druk geweest met de organisatie van het Nederlandse paviljoen daar. De winter is voor ons wat beurzen betreft een heel drukke periode!’
Op de Anuga-beurs bij het NL-paviljoen, waar de Nederlandse start-ups op gebied van alternatieve eiwitten zich presenteerden. V.l.n.r. PIB-coördinator Jochem Wolthuis, RVO-collega Linda van der Horst, collega Helena Arntz en Fenna van Selm
Netwerkopbouw en innovatiemissie
Fenna zelf is de komende tijd bezig met netwerkopbouw en uitwisseling met collega’s bij zowel de federale overheid als in verschillende deelstaten, over onderwerpen die Europees spelen of bilateraal relevant zijn. ‘Bijvoorbeeld het nieuwe GLB vanaf 2028. Het is voor ons belangrijk om te weten hoe de Duitsers dat voor zich zien. En als wij goede ideeën hebben, willen we die delen. Het LAN team in Duitsland speelt ook een belangrijke rol in het verbinden van Nederlandse en Duitse partijen. Fenna: ‘We brengen overheden, beleidsmakers en experts uit beide landen samen en stimuleren de dialoog op lokaal, regionaal en nationaal niveau.’
Een ander concreet initiatief is de innovatiemissie naar Duitsland en Zwitserland van 17 tot en met 20 mei 2026. Fenna: ‘Deze missie, georganiseerd door collega’s Merijn en Jack, staat in het teken van innovaties in biocontrol en duurzame gewasbescherming. De focus ligt op het versnellen van toepassingen van macro- en micro-organismen voor duurzame beheersing van ziekten en plagen in open teelten, met specifieke aandacht voor de vollegrondsgroenteteelt en open fruitteelten (zie kader hieronder).’
Innovatie en Europese samenwerking
Op het gebied van AgTech kan Nederland volgens Fenna veel voor Duitsland betekenen. Fenna: ‘Op dit thema organiseren Anna, Helena en Alet veel. Tijdens de beurs Agritechnica 2025 die in november in Hannover plaats vond, presenteerden Nederlandse AgTech-startups, scale-ups en innovatieprogramma’s bijvoorbeeld technologieën gericht op robotica, AI en andere digitale oplossingen om de landbouw duurzamer en efficiënter te maken. Het Nederlandse paviljoen vormde een ontmoetingsplek waar ondernemers, onderzoekers en beleidsmakers uit Nederland, Duitsland en andere landen elkaar ontmoetten en kennis uitwisselden.’
‘Ook is recent een Memorandum of Understanding (MoU) ondertekend tussen organisaties uit Nederland, Frankrijk en Duitsland om de Europese samenwerking te versterken. De Nederlandse ondertekenaars zijn Fedecom, Wageningen University & Research en FME. Het MoU richt zich op trilaterale samenwerking rond landbouwrobotica, autonome systemen en andere innovatieve landbouwtechnologieën, via kennisuitwisseling, gezamenlijke veldproeven en betere afstemming van standaarden en regelgeving.’
Volgens Fenna ligt daar een kans. ‘Wat voor ons een uitdaging is, is dat Duitsers minder snel aan Nederland denken dan andersom, simpelweg omdat Duitsland zo groot is. Onze taak is om Nederland steeds onder de aandacht te brengen.’ Innovatie helpt daarbij. ‘Digitalisering en alternatieve eiwitten zijn gebieden waarop we sterk zijn en die passen bij de transitie naar een duurzaam voedselsysteem.’
‘Een MoU met Nederland, Duitsland en Frankrijk richt zich op landbouwrobotica en andere innovatieve landbouwtechnologieën’
Meer informatie
Voor meer informatie over onder meer kansen voor alternatieve eiwitten, AgTech of het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid in Duitsland kunt u contact opnemen met de LVVN-attaché en het LAN team in:
Berlijn
- Email: bln-lvvn@minbuza.nl
- Telefoon: +49 30 20956 480
- LinkedIn: Netherlands Agricultural Network in Germany
München
- Email: mun-lvvn@minbuza.nl
- Telefoon: +49 89 206 026 712