Luxemburg is op zoek naar innovaties om de landbouwemissies, waaronder de ammoniak- en methaanuitstoot van de veehouderij, te reduceren en kijkt daarom met interesse naar wat Nederland doet. In september 2024 bracht een Luxemburgse delegatie o.l.v. van minister Martine Hansen van Landbouw, Voedsel en Wijnbouw een inspiratiebezoek aan Nederland. Eind 2025 reisden wij naar het pittoreske Clervaux om de dialoog over ammoniakreductie met de Luxemburgers verder te zetten en te verkennen of Nederlandse innovaties hen bij de reductieopgave kunnen helpen.
Uit de levendige discussie kwam naar voren dat voor emissiereducties innovaties belangrijk zijn – zowel technische als op het gebied van genetica en managementtechnieken - maar daarnaast ook de rol van data (meten is weten, doelsturing). Dat laatste staat in Luxemburg in vergelijking met Nederland nog in de kinderschoenen en biedt kansen voor verdere samenwerking tussen beide landen. Ook blijkt er een grote behoefte aan harmonisatie, nationaal en in breder Benelux-verband, zowel als het gaat om de wetenschappelijke validatie van innovaties als meetmethoden.
Welke Luxemburgse stakeholders hadden wij uitgenodigd en wat waren de agendapunten?
Voor de rondetafeldiscussie hadden wij zowel vertegenwoordigers van het Luxemburgse landbouwministerie, het landbouwadviesbureau CONVIS, het nationale agentschap voor innovatie (Luxinnovation), en het landbouwonderwijs als uit de landbouwsector uitgenodigd. Ook het Nederlandse bedrijf Lely, dat een vertegenwoordiging in Luxemburg heeft en een goed voorbeeld is van de Nederlandse agrotech innovaties, nam aan deze discussie deel.
De volgende onderwerpen kwamen tijdens het gesprek aan bod:
- Wat is de huidige stand van zaken in Luxemburg?
- Welke rol speelt innovatie als middel voor emissiereducties?
- Wat is het belang van data voor emissiereductie?
- Wat heeft de Luxemburgse boer nodig om de gestelde doelstellingen te kunnen behalen?
Schets stand van zaken in Luxemburg
Luxemburg moet tegen 2030 de ammoniakuitstoot met 22% hebben gereduceerd t.o.v. 2005. De helft daarvan is al gerealiseerd, maar het overige gedeelte zal voornamelijk door de landbouw moeten worden opgebracht. De landbouw staat daardoor voor een reductieopgave van 12,5% voor de komende 4 jaar. Daarnaast moet Luxemburg ook de uitstoot van broeikasgassen terugbrengen en wel met 55% tegen 2030. Voor de landbouw komt dit neer op een vermindering van de uitstoot met 20%.
De Luxemburgers staan kritisch tegenover het sterk subsidiëren van extensivering ter bevordering van de natuur/biodiversiteit. Volgens hen is het interessanter om deze middelen te gebruiken voor productiesystemen met een lage impact op de natuur en om jonge boeren te ondersteunen. Er bestond bij alle deelnemers eensgezindheid dat natuurbevordering niet enkel bij de boer hoort te liggen, maar dat dit een inspanning van de hele keten hoort te zijn.
Innovatie als middel voor emissiereducties?
Voor de ontwikkeling van innovaties in de landbouw kent Luxemburg bepaalde nationale innovatieprogramma’s, maar neemt het ook deel aan grensoverschrijdende projecten zoals Horizon Europe, waarin het Luxemburgse LIST en de universiteit vaak partners zijn.
Net als in Nederland is ook in Luxemburg het in de praktijk brengen van innovaties vaak een kwestie van lange adem. Langere ondersteuning door de overheid bij de implementatie van innovaties (grace period) zou al helpen, evenals het harmoniseren van wetenschappelijke validatie van innovaties tussen de verschillende Europese landen. Tot slot opperden de Luxemburgers het voorstel van een ‘one stop shop’ voor landbouwinnovatiesubsidies ter stimulering van innovaties.
Op de vraag of technische oplossingen de enige te bewandelen weg is om emissiereducties te realiseren, kwam vanuit de Luxemburgers het pleidooi om de inputs op landbouwbedrijven te verminderen in plaats van verderop in het proces te werken aan emissiereductie. Dit zou ook de circulariteit op het boerenerf ten goede komen. Het kan een landbouwer helpen als inzichtelijk wordt gemaakt wat bepaalde ingrepen (innovaties) op het erf financieel kunnen opleveren – in plaats van enkel naar het kostenplaatje te kijken.
Beeld: © Canva
Belang van data voor emissiereductie
Data kan boeren helpen te weten waar ze met hun inspanningen staan ten opzichte van andere boeren – dit ter bevordering van de openheid en transparantie in de sector. De volgende stap is dan om de nationale doelstellingen naar bedrijfsniveau én de verschillende ketenpartners om te zetten. Ėén gemeenschappelijke meetmethodiek in verschillende landen (in casu de Benelux landen) zou daarvoor wenselijk zijn, aldus de Luxemburgse deelnemers. Echter, het werken met data bevindt zich in Luxemburg, vergeleken met Nederland, nog in een primitief stadium. Zo zijn er verschillende manieren van data verzamelen, wat ervoor zorgt dat de uitwisseling van die data geen vanzelfsprekendheid is.
Wat heeft de Luxemburgse boer nodig om de gestelde doelstellingen te kunnen behalen?
De Luxemburgse deelnemers deden ieder vanuit hun eigen perspectief suggesties om de Luxemburgse landbouwer te helpen bij het behalen van zijn/haar emissiereductiedoelstellingen:
- Veel subsidies gaan naar extensivering, waardoor ze natuurbeheer ten goede komen en niet de voedselproductie. De boer heeft wel financiële prikkels nodig om duurzamer te kunnen produceren.
- De zuivelindustrie moet betrokken worden bij de verduurzaming van de melkproductie. Deze benadering vraagt om transparantie binnen de keten.
- Je hebt grote bedrijven nodig om deel te kunnen nemen aan Europese onderzoeksprojecten – dit omwille van financiële redenen. Daarom belangrijk om de juiste interessante onderzoeksprojecten te identificeren.
- Er is nood aan een innovatieroadmap voor elke individuele boer (maatwerk).
- Er is nood aan innovaties in managementtechnieken die aansluiten bij de natuurlijke biochemische processen van NH3 en CH4 in runderen, bv. door genetica en/of de conversie in diervoeders .
- Wat betreft data zou er één systematiek voor de hele Benelux moeten zijn.
- Binnen de EU-richtlijn IPPC (Integrated Pollution Prevention and Control) zou grasland, dat voor een permanente opslag van koolstof zorgt, positief beoordeeld moeten worden.
- Er is nood aan data op bedrijfsniveau, zodat de landbouwer zijn uitgangsituatie kent en weet waar zijn/haar verbeterpunten liggen. Vervolgens follow-up van de uitgewerkte adviezen, maar bij innovatie moet men zich niet focussen op één parameter, maar moet men streven naar een algehele verbetering van de bedrijfsprocessen.
- Om te kunnen innoveren hebben bedrijven nood aan een “grace period”. Gedurende deze periode moet de overheid het bedrijf ondersteunen om de resultaten te valideren.
- Innovatie moet bijdragen aan de versterking van de kringloop op een landbouwbedrijf. Als een landbouwer erin slaagt om zijn/haar inputs te verlagen bij gelijkblijvende productie, dan verhoogt hij/zij zijn inkomen.
- De landbouwsector moet ook aan de consument laten zien wat de sector onderneemt om te verduurzamen.
- Belang van rechtszekerheid en duidelijk beleid. Als die er eenmaal is, dan volgt de hele keten.