België: grote ambities om koploper in eiwitsector te worden

Zowel Vlaanderen als Wallonië heeft ambitieuze plannen als het gaat om de uitbouw van een plantaardige en duurzame alternatieve eiwitsector. Vlaanderen wil daarmee inspelen op de toekomstige uitdagingen van klimaatverandering, voedselzekerheid en volksgezondheid, terwijl Wallonië het meer ziet als een belangrijke marktkans voor de herindustrialisering van het gewest in het kader van het post-Corona herstel. En daar waar Vlaanderen zich richt op innovatieve eiwitten, duurzame dierlijke eiwitten en een diverser consumptiepatroon, richt het Waalse eiwitplan zich vooral op plantaardige eiwitten.

Belgen hechten sinds de coronacrisis steeds meer belang aan het land van herkomst. Daarnaast zijn vleesalternatieven aan een opmars bezig, terwijl de Belgische vleesconsumptie al een aantal jaar afneemt. Kortom, het momentum om een duurzame, plantaardige eiwitsector succesvol in België te ontwikkelen lijkt aanwezig te zijn.

Vlaanderen

eiwitten
Beeld: Canva

Momenteel wordt er op ongeveer 27.000 ha plantaardige eiwithoudende gewassen geteeld in Vlaanderen. Het gaat daarbij om grasklaver voor veevoeding en erwten en bonen voor menselijke voeding. Ook wordt er op (al dan niet bescheiden) schaal geëxperimenteerd met nieuwe gewassen zoals soja, quinoa, lupine, linzen en kikkererwten (zie ook ons artikel "Opkomst van alternatieve landbouwgewassen"), met microbiële als ook met innovatieve eiwitten uit bijv. aquacultuur (eendenkroos en algen) en insectenteelt.

Met de lancering van de “Vlaamse Eiwitstrategie 2021-2030” wil Vlaanderen de komende jaren vol inzetten op de uitbouw van een nieuwe sector voor plantaardige en alternatieve eiwitten. Het is daarbij het doel om zo te komen tot nieuwe verdienmodellen. Opvallend is dat zij ook heel nadrukkelijk een belangrijke rol ziet weggelegd voor de productie van traditionele dierlijke eiwitten, maar dan wel op een duurzame manier.

Bij de lancering van de eiwitstrategie gaf Vlaams minister van Landbouw, Hilde Crevits, uiting aan haar ambities “om een Europees toonaangevende agrovoedingsketen op het vlak van innovatie en duurzaamheid uit te bouwen”. Daartoe wil zij gaan inzetten op de volgende punten:

  • van de veehouderijen: meer duurzaam diervoeder en een duurzamere dierlijke productie met nieuwe verdienmodellen en afzetmarkten
  • alternatieve eiwitten: meer plantaardige eiwitproductie met bijbehorende keten en meer R&D in innovatieve eiwitten (insecten, microbiële en cellulaire eiwitten)
  • aan de consumentenkant: diverser aanbod en een duurzamer consumptiepatroon

Wat betreft dit laatste punt (duurzamer consumptiepatroon) heeft de Vlaamse overheid op 1 april 2021 de ‘Green Deal 010 Eiwitshift op ons bord’ gelanceerd. Doel is om de komende 4 jaar de consumptieverhouding tussen dierlijke/plantaardige eiwitten die op dit moment 60/40 is, om te draaien. 

Deze eiwitstrategie is onderdeel van het Vlaamse post-COVID-19 herstelplan, dat o.a. voorziet in het optrekken van innovatie-investeringen in de agrofoodsector om zo de economie te verduurzamen. Ook past de eiwitstrategie in de Vlaamse voedselstrategie ‘Vlaamse Kost’, die de hele voedseleconomie de komende jaren veerkrachtiger en innovatiever moet maken.

Tot slot sluit deze eiwitstrategie ook goed aan bij verschillende Europese programma’s zoals het nieuwe Gemeenschappelijke Landbouwbeleid, de Farm-to-Fork-strategie, de Biodiversiteitsstrategie en het nieuwe onderzoeksprogramma Horizon Europe.

Voor komende maanden staat de opmaak van een actieprogramma met verfijning van de doelstellingen op de planning, gevolgd door de uitrol ervan in het najaar.

Wallonië

Dankzij een grondgebonden, extensieve veehouderij vertegenwoordigen graslanden met bijna 349.000 ha 92% van het totale oppervlakte aan plantaardige eiwitten. De overige 30.403 ha aan plantaardige eiwitten zijn als volgt verdeeld:  stikstofbindende gewassen 7.356 ha (waarvan 46% bestaat uit eiwithoudende gewassen en 37% uit luzern), peulgroenten 12.322 ha en oliehoudende zaden (kool- en raapzaad) 10.725 ha. Veevoeder is verreweg de belangrijkste afzetmarkt en wordt grotendeels voorzien door de perskoeken van oliehoudende zaden, afgezien van graslanden.

Plantaardige eiwitten
©Canva

Ook Wallonië koestert met het “Plan de développement statégique des protéines végétales en Wallonie à l’horizon 2030” vergaande ambities op het vlak van alternatieve eiwitten, maar dan wel beperkt tot plantaardige eiwitten. In eerste instantie mikt het alleen op de verwerking ervan, maar in een later stadium ook op een verhoging van de productie van eiwithoudende gewassen.

In het kader van het economische post-COVID-19 herstel wil Wallonië namelijk bepaalde industriële activiteiten terughalen naar Wallonië, waaronder dus de uitbouw van een plantaardige eiwitsector, en wel door:

  • Meer R&D voor productie (bijv. rasselectie, gewasrotatie, verhoging van het eiwitgehalte), verwerking (bijv. extractie) en verdienmodellen
  • Technische ondersteuning voor landbouwers
  • Financiële ondersteuning voor landbouwers via GLB
  • Verhoging van de lokale plantaardige eiwithoudende gewassen (erwten, faba(tuin)bonen, raapzaad, lupinen, luzerne, soja) met 15.000 ha tegen 2030
  • Uitbouw van een keten (vaste afzetmogelijkheden voor landbouwers dmv contracten met afnemers, leveringsgarantie qua kwaliteit en kwantiteit voor verwerkers, continue feedback naar onderzoeksinstituten en regelgevingsactoren)

Wallonië heeft inmiddels al redelijk concrete plannen voor de ontwikkeling van een nieuwe industriële speler voor de extractie van plantaardige eiwitten en de productie van vleesvervangers. Mocht er zich geen privé speler aandienen, dan wil Wallonië in eerste instantie zelf via zijn 2 investeringsmaatschappijen het project lanceren. Ook de agro-food topsector van Wallonië (Wagralim) is bij dit project betrokken. De opstart van het project is voorzien voor midden 2021, met een verdere uitrol tussen 2022-2024 (aankoop van de machines, ontwikkeling van het product/merk/commercieel netwerk). De initiële investering wordt geraamd op 6-15 miljoen euro, om vervolgens op te lopen tot 60 miljoen euro. In een latere fase moet ook de grondstof lokaal geproduceerd worden. In totaal mikt Wallonië met dit initiatief op een aandeel van 5% in de Europese markt van vleesvervangers.