Deense varkenshouders geven voortaan vrijwillig lokale verdoving bij biggencastratie

Varkenshouders in Denemarken voeren vrijwillig eisen in voor de lokale verdoving bij de castratie van biggen. De Deense dierenbescherming heet het initiatief welkom.

Varkens
Beeld: Renske Nijland

Door gebruik te maken van lokale verdovingen zullen biggen minder pijn voelen bij de castratie. De Deense landbouw heeft een regel ingevoerd zodat varkenshouders lokale verdovingen zullen geven aan biggen voordat ze worden gecastreerd.

“We voeren vrijwillig deze regel in die strenger is dan de huidige dierenbeschermingswet. Dit doen we om te laten zien dat het bedrijfsleven graag meer welzijn voor dieren wil,” zegt Torben Hauskov, varkenshouder en voorman van de nationale vereniging voor Deense varkenshouders.

Per dag worden 40.000 varkens gecastreerd in de Deense stallen. Dit wordt gedaan om berengeur te voorkomen die het vlees een nare geur en bijsmaak geeft bij het bereiden van varkensvlees van ongecastreerde beren. De berengeur komt voornamelijk door de stoffen androsteron en scatool. Androsteron is een feromoon die wordt geproduceerd in de testikels. Scatool wordt gevormd door bacteriën in de maag van een varken.

De Deense wet op de dierenbescherming staat toe dat castratie gedaan mag worden zonder verdoving wanneer het gebeurt in de eerste zeven levensdagen van een big. “Ik twijfel er niet over dat varkens met lokale verdoving minder pijn hebben en sneller over de castratie heen komen,” zegt Torben Hausskov, maar hij voegt toe dat hij eigenlijk liever het volledig zou willen vermijden om zijn varkens te moeten castreren. “Maar we zijn genoodzaakt het te doen om de consument een onaangename ervaring in de keuken te besparen.”

Veel varkenshouders willen graag volledig af van biggencastratie. Naast het verbeteren van het dierenwelzijn, zou het de klimaatimpact van varkens verminderen. Varkens die niet zijn gecastreerd bevatten meer vlees en hebben minder voer nodig.

Dierenbescherming wil castratie verbieden

Bij Dyrenes Beskyttelse, de Deense dierenbescherming, wordt de nieuwe regel verwelkomd. Birgitte Damm, dierenarts en consulent voor de veehouderij, noemt de regel een goede stap in de richting van beter dierenwelzijn. Maar de organisatie ziet liever dat castratie van biggen helemaal verboden wordt in Denemarken. “We zouden graag zien dat er vanaf 2024 een algeheel verbod op castratie wordt ingevoerd en tot die tijd verdoving wordt geëist. Er zijn andere landen waar men varkens niet castreert. Dit zouden we ook in Denemarken kunnen doen,” zegt Birgitte Damm. Ze noemt als voorbeeld Engeland, waar biggen niet gecastreerd worden, maar in plaats daarvan geslacht worden op jonge leeftijd, voordat de berengeur kan ontstaan. In Zweden, Noorwegen, Zwitserland en Nederland is het al illegaal om biggen te castreren zonder verdoving.

Birgitte Damm noemt het “beslist realistisch” dat in de toekomst geen enkele big meer gecastreerd hoeft te worden. “Dit is de richting waar de ontwikkelingen heen gaan. Er is een groeiende interesse voor dierenwelzijn. Bovendien groeien varkens beter wanneer ze niet worden gecastreerd,” zegt ze.

Sinds 1 mei 2018 voldoen biologische varkenshouders al aan de regel om biggen lokaal te verdoven bij castratie.

Export bemoeilijkt het verbod

Een algeheel verbod op castratie is echter nog niet mogelijk op dit moment, omdat Denemarken een groot deel van haar varkensvlees exporteert naar andere landen.

“We eten zelf maar 10% van onze eigen varkens. De rest wordt geëxporteerd, waarbij we de eisen en wensen van onze klanten tegemoet moeten komen. Vooral de Aziatische landen stellen de eis dat het vlees vrij is van berenlucht,” zegt persvoorlichter van het slachterijconcern Danish Crown, Jens Hansen.

Niet bij alle varkens ontstaat de berenlucht. Bij het Danish Meat Research Institute wordt onderzocht hoe varkens met berengeur getraceerd kunnen worden zodat deze voor de slachting eruit gefilterd kunnen worden. Maar volgens Jens Hansen is er nog geen methode die kan garanderen dat er geen berenlucht in het varkensvlees voor de export zit.

Peter Eleveld, Kopenhagen, 14 januari 2019