Stroomversnelling van innovaties voor plantaardige eiwitten

Nederlandse bedrijven zijn toonaangevend in innovaties op het gebied van vleesvervangers en andere alternatieven. Hierdoor ontstaan voor hen uitgelezen kansen om van een toekomstige internationale verschuiving in consumptie van dierlijke naar plantaardige producten te profiteren.

Bijna 1 op de 4 Nederlandse consumenten verwacht over vijf jaar minder vlees te eten. Dat is vooral vanwege milieuoverwegingen, maar ook vanwege de impact op gezondheid en dierenwelzijn. Ook in de rest van Europa leeft dit voornemen, al verschillen de redenen wel per land. De dominante positie van dierlijke eiwitten zoals vlees, vis, zuivel en eieren, staat nadrukkelijk ter discussie in het westerse dieet. Dit blijkt uit een internationaal onderzoek van het ING Economisch Bureau.

Kaas is het meest dierbare dierlijke product

Van alle dierlijke producten is de Nederlandse consument het meest gehecht aan kaas gevolgd door kip en rundvlees. Onder vrouwen zijn er meer uitgesproken fans van kaas en eieren, onder mannen scoren rund- en varkensvlees bovengemiddeld. Van de Nederlandse consumenten zou slechts 10% geen enkel product missen. Voor de meerderheid is een structurele verschuiving naar alternatieven dan ook nog geen vanzelfsprekendheid.

Voornemen om minder vlees te eten leeft in heel Europa

Bijna 25% van de Nederlandse consumenten verwacht over vijf jaar minder vlees te eten. Die uitkomst ligt in lijn met het Europese gemiddelde. Als Nederlandse consumenten hun voornemen uitvoeren daalt de vleesconsumptie per hoofd naar verwachting met 3% blijkt uit berekeningen van het ING Economisch Bureau.

“Bij een huidige consumptie van bijna 40 kilo komt dat in de praktijk neer op zo’n twee biefstukken per jaar. Dat de daling relatief beperkt is, komt doordat de meeste vleesminderaars slechts een kleine aanpassing in hun consumptie voorzien en omdat het zwaartepunt van de verandering bij consumenten ligt die niet dagelijks vlees willen eten, de zogeheten flexitariërs”, aldus Thijs Geijer, sectoreconoom bij ING.

Nederlander mindert vooral vanwege milieu, Europeaan vanwege eigen gezondheid

Voor Nederlandse vleesminderaars is de milieu-impact de voornaamste drijfveer. Dit in tegenstelling tot buurlanden Duitsland en België, waar respectievelijk dierenwelzijn en gezondheid de belangrijkste redenen zijn. Gemiddeld genomen is voor Europeanen gezondheid veruit de belangrijkste reden.

Verschuiving in eiwitconsumptie

Voedingsbedrijven moeten er rekening mee houden dat door toedoen van overheidsbeleid en innovaties de verhouding tussen consumptie van dierlijke en plantaardige eiwitten richting 2025 verschuift van 60-40 naar 50-50. Overheden verkennen de mogelijkheden om een dergelijke verschuiving te realiseren, waarbij gezondheidsaspecten en de prijsgevoeligheid van consumenten belangrijke sturingsmechanismen zijn. Innovaties vanuit het bedrijfsleven bieden steeds meer volwaardige alternatieven en op het gebied van kennis lopen Nederlandse bedrijven hierin voorop. “Voor Nederlandse voedingsbedrijven ligt er een uitgelezen kans om deze innovaties internationaal te vermarkten”, aldus Thijs Geijer. “De aandacht voor duurzamere eiwitten is groot, niet alleen in de maatschappelijke discussie maar ook in de bestuurskamer. Dierlijk en plantaardig zijn niet langer twee gescheiden werelden.”

Markt voor alternatieven wordt volwassen

Alternatieven voor vlees en zuivel zijn aan een opmars bezig in westerse landen. Alleen al in de VS wisten fabrikanten voor meer dan 500 miljoen dollar op te halen voor de ontwikkeling van plantaardige producten op basis van soja, tarwe of erwten. Alternatieven gaan het ‘origineel’ overtreffen op aspecten als prijs, gezondheid of gemak waarmee ze voor meer consumenten een aantrekkelijk alternatief voor dagelijks gebruik vormen. Sommige eiwitbronnen lijken daarbij vooralsnog een brug te ver. Zo zou een hamburger op basis van algen of insecten slechts bij zo’n 1 op de 10 Nederlandse consumenten regelmatig op het menu staan.