Iran op zoek naar aardappelkennis

De aardappelketen in Iran kan sterk worden verbeterd. Vooral in de beginfase van de keten – grondbewerking, kwaliteit pootgoed, bewaring en transport – zijn er forse verliezen. Nederlandse agrobedrijven zijn in staat oplossingen aan te dragen. Dat zegt Twan van den Berg van Kiremko. Tijdens een seminar op 28 en 29 november spreken Nederlandse en Iraanse ondernemers over mogelijke samenwerking.

Kiremko is een Nederlandse fabrikant van aardappelverwerkende machines en levert totaaloplossingen vanaf de invoer van aardappelen tot aan verpakkingslijnen voor eindproducten zoals frites en chips.

Wereldwijd actief

Kiremko is wereldwijd actief, ook in Iran. Aan dit land heeft het bedrijf  onder meer twee frites-productielijnen en een chips-productielijn geleverd. De eerste lijn werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw geïnstalleerd, de  overige lijnen in de jaren negentig, voordat het handelsembargo van kracht werd. Op dit moment is het bedrijf via een eigen agent in Iran in onderhandeling over de levering van enkele nieuwe productielijnen.

Nieuwe contacten met Iran

Afgelopen jaar zijn er contacten gelegd tussen de Iraanse en Nederlandse ambassades, bedrijven en kennisinstellingen om verbeteringen in de aardappelteelt bespreekbaar te maken. Van den Berg van Kiremko was hierin een van de initiatiefnemers. Zijn doel is om de opbrengst van de oogst te verhogen en de kwaliteit van het eindproduct te verbeteren.

Via het Ministerie van BuZa kwam Van den Berg in contact met de WUR.  De WUR heeft in 2017 twee fact-finding missies uitgevoerd vanuit Nederland naar Iran. Tijdens deze missies zijn contacten gelegd met boeren, landbouworganisaties en aardappelverwerkende bedrijven.

Het potato-seminar komt voort uit de Iraans-Nederlandse besprekingen. De Nederlandse landbouwraad in Iran, bestaande uit Hans Smolders en Hassan Javaran, speelden hierbij een faciliterende rol.

Twan van den Berg (links) op bezoek in Iran

Consumptie aardappelen neemt toe

Volgens Van den Berg is de aardappelteelt in Iran sterk in ontwikkeling. “Dit land is wat betreft aardappelen een land met enorme potenties. Dat geldt overigens voor meer landen in het Midden-Oosten. Het klimaat is in veel regio’s goed voor deze teelt. En de consumptie van aardappelen neemt toe.”

Onvoldoende teeltkennis

Als het gaat om verbeteringen in de aardappelsector liggen er volgens hem vooral mogelijkheden in het begin van de keten. “Het ontbreekt bij veel producenten aan basiskennis over de teelt. Bijvoorbeeld op het gebied van verbeterd pootgoed, grondbewerking, mechanisatie en bemesting. Teeltrotatie wordt nauwelijks toegepast. Met scholing en training kan de productie per hectare flink omhoog.”

Slechte opslagcondities

Ook op het terrein van kwaliteit ziet hij verbeteringsmogelijkheden. “De geoogste aardappels liggen soms te lang bij hoge temperaturen op het land of zijn te lang onderweg naar de opslagruimte waardoor de kwaliteit achteruit gaat. De grotere producenten hebben vaak wel een gekoelde opslagruimte, maar deze wordt niet of slecht geventileerd. Daarnaast is het van belang om te meten op temperatuur, relatieve vochtigheid en CO2-waarden en hier de opslagruimte op af te regelen. Slechte opslagcondities leiden immers tot kwaliteitsverlies.”

Veel verbeteringen mogelijk

Volgens Van den Berg zijn in veel onderdelen van de keten verbeteringen mogelijk. “Als Kiremko zijn wij actief in laatste schakel, namelijk met de levering van verwerkingslijnen voor de productie van frites en chips. Wij produceren ook proceslijnen om het restmateriaal tot waarde te brengen, bijvoorbeeld tot puree en vlokken. Deze verwerking staat of valt bij een regelmatige aanvoer van aardappelen van goede kwaliteit. Onze klanten, en dus ook wij, hebben er daarom belang bij dat tijdens de productie op het land, de opslag en het transport de juiste maatregelen worden genomen.”

Seminar

Tijdens het seminar wordt presentaties gehouden door vertegenwoordigers van Nederlandse bedrijven die actief zijn in de aardappelketen. In workshops worden specifieke thema’s besproken. Bewustwording van de verbeteringsmogelijkheden in de Iraanse aardappelketen staat hierbij voorop, zegt Van den Berg. “Hierbij kunnen Nederlandse bedrijven een belangrijke rol spelen. Of het nu gaat om teeltbegeleiding, opslag of verwerking, Nederlandse bedrijven lopen mondiaal voorop. En daarvoor hebben de betrokken partijen in Iran veel respect.”

Betalingsverkeer met Iran

Van den Berg wijst er wel op dat het betalingsverkeer met Iran moeilijk verloopt. “Dat maakt handel met Iran op dit moment moeizaam. Nederlandse banken stellen zich niet erg soepel op. Ik constateer dat banken in andere lidstaten van de Europese Unie betalingsverkeer wel mogelijk maken. Wil Nederland een belangrijke rol spelen bij de agrarische ontwikkelingen in Iran, dan moet het betalingsverkeer snel worden verbeterd.”

Meer informatie over het potato-seminar in Iran

Het areaal aardappels in Iran bedraagt circa 170.000 hectare. De totale productie (2016) ligt op 5,5 miljoen ton. Van deze productie is 65% bestemd voor lokale consumptie, 15% wordt verwerkt en 10% heeft een buitenlandse bestemming. Het restant wordt gebuikt als pootaardappel.