Impuls voor landbouwonderwijs in Myanmar

Met financiële hulp van Nederland krijgt het landbouwonderwijs in Myanmar een boost. De Myanmarese overheid is zeer tevreden over de Nederlandse aanpak en zet zich in voor een vervolg op het onderwijsproject.

Het landbouwonderwijs in Myanmar is zeer marginaal. Het land ging de afgelopen vijftig jaar gebukt onder een dictoriaal regime dat vrijwel geen oog had voor de landbouwsector. In dit land ontbreekt het dan ook aan het in Nederland veel geroemde drieluik van onderzoek, voorlichting en onderwijs. 

Lees verder onder de foto

Modern klaslokaal Myanmar

Beperkt aantal scholen

Het aantal scholen in Myanmar waar landbouwvakken wordt onderwezen, is beperkt. Elke staat/regio heeft één ‘staatsschool voor landbouwberoepsonderwijs’ waar een driejarig onderwijsprogramma wordt gegeven. Op deze scholen is het onderwijs strak geregeld. Het maakt nauwelijks verschil of de school op een hoogvlakte staat of in de delta ligt. Voor de klas staan docenten die geen professionele onderwijsachtergrond hebben, ze vertellen het verhaal door zoals zij het hebben geleerd. “Het ontbreekt aan een onderwijsprogramma dat is afgestemd op regionale verschillen in het land en bovendien is het onderwijs niet afgestemd op het werkveld”, vat Arie de Jong van Aeres Hogeschool samen.  Hij coördineert twee programma’s die met hulp van Nederland (financiering Nuffic) gericht zijn op vernieuwing van het landbouwberoepsonderwijs en modernisering van de wijze van lesgeven in Myanmar.

Vernieuwd onderwijsprogramma

In het kader van deze programma's is op vijf van de veertien staatsscholen in Myanmar de onderwijsinhoud geactualiseerd. Eerst is samen met het bedrijfsleven en de overheid geinventariseerd op welke onderdelen het lesprogramma (curriculum) moest worden aangepast. “Dat waren ze niet gewend”, zegt Frederik Heijink, landbouwraad in Myanmar. “Dat kost ook tijd, want ze hebben hier nog steeds weinig tot geen zicht op en kennis over alle vernieuwingen op landbouwgebied, die buiten Myanmar plaatsvinden en waar Nederland voor een belangrijk deel ook voorloper in is. En ook de onderwijsvaardigheden zijn beperkt.”

'In Myanmar is het op scholen gebruikelijk om feiten uit je hoofd te leren'

Educatieteams

Inmiddels is het nieuwe onderwijsprogramma in de steigers gezet. Dat is gebeurd met hulp van een Educational Support Team (EST) dat is bemensd met docenten uit Myanmar. Ook is een coachingsronde langs scholen gehouden, waarbij Nederlandse experts en leden van het EST de scholen van adviezen voorzien. Met het vernieuwde onderwijsprogramma zijn de scholen in staat om over enkele jaren studenten af te laten studeren die kennis hebben van moderne landbouwtechnieken in met name akker- en tuinbouw en veehouderij, maar ook zich eigen hebben kunnen maken om snel nieuwe informatie op te doen, toe te passen en met betere managementvaardigheden. 

Modern klaslokaal Myanmar

Moderne leeromgeving

De Nederlandse bijdrage beperkt zich niet tot alleen het overbrengen van kennis en vaardigheden op het terrein van landbouw en onderwijsprogramma’s. Een deel van het budget wordt gebruikt voor Classroom2020. Dit zijn moderne en innovatieve klaslokalen met ICT-faciliteiten die flexibel zijn in te zetten voor het onderwijs. Zo is het door de indeling van de lokalen mogelijk om in flexibele groepen te werken en samenwerken(d) te leren. Maar ook onderdeel van deze faciliteiten is de aanleg van zonnepanelen, zodat de ICT-apparatuur kan blijven werken als het lokale elektriciteitsnetwerk tijdelijk uitvalt.
De Modern Classroom is inmiddels in zes staatsscholen aangelegd. De andere acht staatsscholen volgen vanaf november 2019.

Train the trainers

Nederland is in Myanmar ook actief via een aanvullend programma om het beroepsonderwijs en kennis over moderne landbouw een impuls te geven. Op een bevolking van 53 miljoen inwoners zet een totaal aantal van zo’n 2.000 mbo-ers dat jaarlijks met een diploma de school verlaat simpelweg onvoldoende zoden aan de dijk. In opdracht van het ministerie van landbouw (MoALI) in Myanmar werkt een samenwerkingsverband onder leiding van Aeres aan een aanvulling op het huidige onderwijsprogramma. Dit gebeurt door ook een vierde en vijfde leerjaar in het programma op te nemen (hbo-niveau) die in principe opleiden tot een BsC.

Studenten in gesprek met bedrijfsleven

Ook wordt een agrarisch docenten trainingscentrum opgezet om docenten op landbouwscholen meer pedagogische en didactische bekwaamdheden bij te brengen. “In Myanmar is het op scholen gebruikelijk om feiten uit je hoofd te leren”, vertelt Heijink. “Door het aanleveren van andere onderwijsvaardigheden hopen we het agrarische onderwijs een flinke impuls te geven.”

Aanpak bevalt

Landbouwraad Heijink merkt dat bij de overheid en op de betrokken scholen in Myanmar grote tevredenheid is over hetgeen nu met hulp van Nederland in de steigers is gezet. Ook is het agrarisch bedrijfsleven enthousiast. “Het onderwijs wordt nu meer gelinkt aan de praktijk. Dat komt ook omdat er wordt geluisterd naar de wensen van het bedrijfsleven voor wat betreft hun wensen voor toekomstig personeel. Dat gebeurde eerder niet. Er is nu dan ook een schreeuwend tekort aan goed gekwalificeerd personeel, vooral op het niveau van het midden-management.”

Frederik Heijink, Landbouwraad Myanmar
Twitter: @AgriMyanmar

yan-lnv@minbuza.nl

November 2019

Deze bijdrage maakt deel uit van de Agrospecial Kennisuitwisseling. Via onderstaande link kunt u alle overige bijdragen lezen over dit thema.