PUM-vrijwilliger adviseert wereldwijd melkveehouders

Gerrit Nijboer is net terug uit India, eind vorig jaar deed hij onderzoek onder melkveehouders in Marokko. Nijboer (71) is een van de circa tweeduizend vrijwilligers die actief zijn voor PUM Netherlands Senior Experts. De PUM-vrijwilligers adviseren bedrijven in ontwikkelingslanden. Nijboer is specialist rundveehouderij.

De koeien worden deels met de hand gemolken, ook door vrouwen.

Gerrit Nijboer

Hij is opgegroeid op een melkveebedrijf in Drenthe, studeerde veeteelt in Wageningen en deed vervolgens zeven jaar ontwikkelingswerk in Jemen, Sri Lanka en Tunesië. Na terugkomst in Nederland vervulde hij diverse functies op het ministerie van LNV, vooral in de noordelijke provincies.

Inmiddels is hij gepensioneerd. Twee of drie keer per jaar doet hij als vrijwilliger een project voor PUM, onder meer in Yemen, China, Mongolië en Uganda.Recent was hij als adviseur actief in Marokko en India. “Ik vind het fantastisch om mijn kennis en ervaring nu te benutten om de veehouderij elders in de wereld op een hoger plan te brengen. Dankbaar werk en ook erg interessant, want ik kom in vele landen.”

Brede uitstraling

PUM is in veel economische sectoren actief. Landbouw is daar een van. De agrarische sector is een aparte poot binnen de organisatie, zegt Nijboer. “Veel PUM-vrijwilligers worden ingezet om een individueel bedrijf te adviseren. Verbetering van het rendement van dat bedrijf staat voorop. De insteek is een betere inkomenspositie in het midden en klein bedrijf. Agrarische adviseurs zijn meer gericht op de ontwikkeling van een regio. De bedoeling is dat onze adviezen een bredere uitstraling hebben, in ons geval naar meer boerenbedrijven in de regio. De ene keer lukt dat natuurlijk beter dan de andere keer.”

Opvangcentrum zwerfkoeien in India

Recent was hij als adviseur actief voor een opvangcentrum voor zwerfkoeien, een zogeheten Goshala, gelegen bij de stad Jaipur in de deelstaat Rajasthan in Noordwest-India. Koeien die niet meer productief zijn, mogen volgens het Hindoegeloof niet worden geslacht en verdwijnen op straat, met alle problemen van dien. Inmiddels zijn er in het landen honderden opvangcentra voor deze zwerfkoeien.

Nijboer werd door de Goshala in Jaipur gevraagd om advies. In het centrum worden zo’n 25.000 koeien opgevangen. De betere koeien zijn apart gezet en worden gemolken. Met de opbrengst van de melk – zo’n 4.000 liter per dag – kan de Goshala voor een deel worden gefinancierd. Bij deze koeien lopen lokale stieren om deze eenheid door fokkerij op peil te houden.

Nijboer: “Deze tak van het opvangcentrum is dus erg belangrijk. Mij werd gevraagd om voorstellen te doen om het rendement te verbeteren, bijvoorbeeld door terugdringing van de kalversterfte en verhoging van de melkproductie per koe. Mijn adviezen hebben onder meer betrekking op voeding en fokkerij. Een van mijn adviezen aan de Goshala is om via KI de kwaliteit van de veestapel te verbeteren en zo de melkproductie te verhogen.” Ook wil men op termijn de melk verwerken tot bijvoorbeeld yoghurt, maar dan zal men moeten beginnen met melk van koeien die met antibiotica zijn behandeld, apart te houden. Hij hoopt dat zijn adviezen ook worden opgepakt door andere Goshala’s in India.

Melkveehouders in Marokko

Eerder dit jaar was hij betrokken bij een onderzoek onder 40 melkveehouders in de Tadla-regio, gelegen aan de voet van het Atlasgebergte. Samen met een consultant van de Universiteit van Rabat heeft Nijboer in kaart gebracht wat de belangrijkste uitdagingen zijn op het gebied van productiviteit en duurzaamheid op deze bedrijven. De bank Credit Agricole du Maroc is opdrachtgever, samen met de Nederlandse Ambassade. “We hebben alle melkveehouders geënquêteerd, drie per dag en dat ruim twee weken achter elkaar. Van 7 uur ’s ochtends tot’s avonds laat waren we in touw. Heel intensief, maar we kregen wel een scherp beeld van de belangrijkste problemen op deze bedrijven.”

Marokko heeft veel zwartbont vee, vaak van Nederlandse afkomst. Sommige bedrijven komen tot hoge producties.

Huisvesting

Uit het onderzoek blijkt dat forse stappen vooruitgezet kunnen worden op het gebied van voerkwaliteit, huisvesting en bijvoorbeeld mestaanwending. Nijboer: “In alle onderdelen van het bedrijf zijn verbeteringen mogelijk. Een betere reiniging van de melkmachines voorkomt bijvoorbeeld uierontsteking en door de klauwen regelmatig te bekappen, voorkom je kreupelheid. En door de aan- en afvoer van mineralen in beeld te brengen, kan de kringloop meer gesloten worden.”

Ontbreken van infrastructuur

De melkveehouderij in Marokko is een vrij jonge sector die zich snel ontwikkelt. Een kenmerk daarbij is dat nog niet de hele infrastructuur er omheen goed is ontwikkeld, zoals wij dat in Nederland wel kennen. Er is geen goed functionerende voorlichtingsdienst, geen bedrijfsleven dat zich richt op onderhoud van melkmachines, levering van schoonmaakborstels en noem maar op. Boekhoudbureaus en klauwbekappers zijn ook onbekend.

Tender

Het onderzoek van Nijboer en zijn collega heeft geresulteerd in een projectvoorstel. Doel van het project is om 25 bedrijven intensief te begeleiden en de adviezen in praktijk te brengen. De Nederlandse ambassade, Credit Agricole du Maroc en de Marokkaanse overheid hebben onlangs afspraken gemaakt over de financiering van het project en een tender uitgeschreven. Nederlandse bedrijven kunnen hiervoor inschrijven.

De bedrijven die deelnemen aan het project fungeren straks als demonstratiebedrijf in de regio. Nijboer: “Met relatief eenvoudige maatregelen kan het rendement van de bedrijven omhoog. Hierdoor verbetert het inkomen van de boeren. En ook het milieu en het dierwelzijn zijn erbij gebaat. Dat geeft een uitstraling naar andere melkveebedrijven in de regio. Althans dat hoop ik.”

Stap voor stap

Agrarische ontwikkelingen gaan stap voor stap, zegt Nijboer. “Verwachtingen zijn vaak te hooggespannen. Toen ik jong was, lag de melkproductie in Nederland op ruim 4.000 kilo per jaar, het gemiddelde bedrijf telde 10 koeien. Een gemiddeld bedrijf in Nederland telt nu meer dan 100 koeien, de melkproductie ligt rond de 9.000 liter. Daar is meer dan vijftig jaar overheen gegaan. Ook ontwikkelingen in landen als India en Marokko hebben tijd nodig.

Over PUM

PUM Netherlands Senior Experts is een vrijwilligersorganisatie die zich richt op duurzame ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf in ontwikkelingslanden en opkomende markten. PUM werkt met zo'n 2000 senior experts. Ieder van hen heeft kennis en ervaring opgedaan in het bedrijfsleven. Ze adviseren zowel over technische zaken, als over bedrijfseconomische vraagstukken. Delen van praktische kennis staat voorop. De organisatie is opgericht door VNO-NCW en het ministerie van Buitenlandse Zaken. PUM bestaat ruim 40 jaar en is actief in dertig landen.

Meer over PUM

Zie ook