‘Vooral inzetten op kennisuitwisseling met Egypte en Jordanië’

Maak kennis met landbouwraad Melle Leenstra. Hij is sinds de zomer van 2019 vanuit de Nederlandse ambassade in Caïro actief voor de Nederlandse agrofoodsector in Egypte en Jordanië. “Egypte en Jordanië kennen een langere landbouwhistorie dan Nederland. Ons past enige bescheidenheid.”

De ontwikkeling van de agrarische sector is cruciaal voor de bevolking in Egypte. Melle Leenstra komt er in het gesprek verschillende keren op terug. De verdubbeling van de bevolking – van 90 naar mogelijk 180 miljoen in de komende decennia – stelt het land voor enorme uitdagingen.

Daar komt bij dat veel agrarische gronden zijn verzilt en de Nijl door aanleg van dammen benedenstrooms steeds minder water aanvoert. “Deze vraagstukken smeken vooral om de inzet van hoogwaardige kennis en expertise. Bijvoorbeeld op het gebied van efficiënt watergebruik en klimaatbestendige teelten en gewassen. Op die thema’s zie ik kansen voor Nederland.”

Melle Leenstra

Melle Leenstra

Meewerkend voorman van landbouwteam

Leenstra is in augustus 2019 als landbouwraad in Caïro begonnen. Zijn werkgebied omvat Egypte en Jordanië. Het landbouwteam is verspreid over de Nederlandse ambassades in beide landen. Collega Suha Albitar versterkt het team in Amman en Shaimaa Nasr in Caïro. Met hulp van Marion Wismeijer wordt de beleidsondersteuning op poten gezet.

Aan Leenstra  - hij is meewerkend voorman van het team - de taak om Egypte verder te ontsluiten voor de Nederlandse agrofoodsector in nauwe samenwerking met andere collega’s op de ambassade.

Hij stapt in Egypte, zoals hij dat zelf formuleert, op een rijdende trein. “Veel Nederlandse bedrijven hebben hier al stevige voet aan de grond. De zaad- en pootgoedbedrijven zijn hier bijvoorbeeld al vele jaren aanwezig. Maar er zijn kansen voor meer sectoren. ”

In Jordanië is het een ander verhaal. “Daar zijn nog niet zoveel Nederlandse spelers actief. Maar door de politieke belangstelling voor ontwikkelingssamenwerking met Jordanië, zijn er grote kansen om aan relaties en kennisuitwisseling te werken. Daar kan - als we ons best doen - op zijn beurt weer handel en investering uit voortvloeien.”

'In Jordanië zijn nog niet zoveel Nederlandse spelers actief. Daar liggen grote kansen'

Plattelandsontwikkeling

Leenstra heeft plattelandsontwikkeling gestudeerd in Wageningen. Na zijn afstuderen heeft hij diverse functies bekleed op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij hield zich onder meer bezig met verschillende de thema’s op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en het Afrikabeleid. Daarbij kwam hij terecht op de Nederlandse ambassades in Uganda en Kenia. Niet als landbouwraad, maar wel sterk betrokken bij de problematiek rond voedselzekerheid in Oost-Afrika. “Ik kwam daar terug in mijn oorspronkelijke vakgebied. Voelde als thuiskomen. En nu dus landbouwraad in Caïro. Zo’n kans komt niet vaak voorbij. Fantastisch om hier een aantal jaren actief te mogen zijn voor de agrofoodsector.”

Met de Egyptische minister van Handel en de top van Farm Frites bij de opening van hun nieuwe fabriek

Wat is je eerste indruk van Egypte?

“In één woord samengevat: overweldigend. De drukte in Caïro is niet te beschrijven. Maar er is natuurlijk veel meer. Bijvoorbeeld de rijke cultuur en de intrigerende geschiedenis die duizenden jaren terug gaat. Die historie betreft trouwens ook de landbouw. In dit land werd al geboerd toen de inwoners van Nederland nog in het moeras leefden. Moeten wij de Egyptenaren en Jordaniërs leren om voedsel te produceren? Enige bescheidenheid past ons wel. Wij kunnen ook veel leren van de mensen hier. Zeker als wij hier met onze kennis en kunde relevant willen zijn!”

Wat bijvoorbeeld?

“Thema’s als verzilting en verdroging spelen in Egypte, Jordanië en in Nederland. De omstandigheden verschillen erg, de problematiek is in essentie vergelijkbaar. Zowel hier als in Nederland wordt onderzoek gedaan en worden pilots uitgevoerd. Ik zie mogelijkheden voor samenwerking tussen kennisinstellingen en agrobedrijven uit beide landen, bijvoorbeeld op het gebied van klimaatslimme landbouwtechnieken. Mijns inziens gaat het dan echt om kennisuitwisseling, en niet om eenzijdige kennisoverdracht.”

Op welke terreinen is Nederland aanwezig in jouw regio?

“Op veel terreinen, bijvoorbeeld op het gebied van aardappelverwerking. Farm Frites heeft net in Egypte een nieuwe fabriek geopend die diepvries frites levert aan omringende landen. Wat betreft plantaardig uitgangsmateriaal is Nederland hier ook al lang op de markt. Na Algerije is Egypte de belangrijkste afnemer van onze pootaardappelen. Handelshuizen als HZPC en Agrico hebben hier een stevige positie. Datzelfde geldt voor zaadveredelingsbedrijven als Rijk Zwaan, Enza Zaden en Bakker Brothers.

De klimaatverandering heeft een enorme impact op de landbouwproductie. Uitgangsmateriaal is nodig dat beter is bestand tegen hitte en verzilting. Nederland is sterk in veredeling. Dan denk ik niet alleen aan de levering van aangepaste zaden, maar ook aan kennis om de hele keten te versterken.

Voor ketenopbouw zijn diverse subsidieprogramma’s beschikbaar. Het is de taak van ons team om partijen uit Nederland, Egypte en Jordanië aan elkaar te koppelen.”

'Visteelt en pluimveehouderij zijn in Egypte belangrijke sectoren'

Is Egypte een makkelijk land om te exporteren?

“Niet heel moeilijk, maar eenvoudig is het ook niet. De Egyptische overheid kiest in principe voor voedselproductie in eigen land. Dat levert af en toe problemen op bij import van agrarische producten, bijvoorbeeld op fytosanitair gebied. Dat vraagt veel overleg met de bevoegde instanties over de interpretatie van de regelgeving. Bedrijven die hier een eigen vestiging hebben of samenwerken met een lokale partner ondervinden minder problemen. Het is onze taak om bedrijven te helpen met het vinden van zulke partners.”

Op welke wijze kan Nederland bijdragen aan een meer circulaire landbouwproductie in Egypte?

“Efficiënt omgaan met grondstoffen staat hoog op de agenda van de Nederlandse overheid. En terecht, ik voel me daar ook persoonlijk bij betrokken. Als vader van twee dochters wil ik dat we hen een leefbare aarde kunnen nalaten.

Visteelt en pluimveehouderij zijn in Egypte belangrijke sectoren. Het voer bestaat nu voor een belangrijk deel uit geïmporteerde grondstoffen, zoals soja. In Caïro is recent een bedrijfje gestart dat insecten teelt op basis van voedselafval. Dit is een mooi ingrediënt voor pluimvee en vissen dat gemaakt wordt door Nederlandse bedrijven als Koudijs en Nutreco. Het afval van kippen en vissen is op zijn beurt weer goed voor de akkers. Dit is circulaire voedselproductie in optima forma. In Nederland zijn we al veel verder met de productie van insecten. Ik zie mogelijkheden om partijen uit beide landen aan elkaar te koppelen.”

Contact

Landbouwteam Nederlandse ambassade Caïro
E-mail: kai-lnv@minbuza.nl
Telefoon: +202 27 36 38 21
Twitter: @NLagriEgJor